Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-03-02
ECLI:NL:GHARL:2026:1213
Strafrecht
Hoger beroep
3,324 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHARL:2026:1213 text/xml public 2026-04-09T08:45:49 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-02 Wahv 200.355.661/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1213 text/html public 2026-04-09T08:45:05 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1213 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-03-2026 / Wahv 200.355.661/01 Snelheidsoverschrijding. 1. Nieuw wegvak? Het samenvoegen van twee autosnelwegen maakt niet dat sprake is van een nieuw wegvak. 2. Bebording onduidelijk? Dat de flexflitser tijdelijk is uitgezet wegens overbelasting en dat er extra waarschuwingsborden zijn geplaatst, leidt niet tot de conclusie dat sprake was van een onduidelijke situatie. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.355.661/01 CJIB-nummer : 266712055 Uitspraak d.d. : 2 maart 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 april 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “18 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom bij werk aan de weg (verkeersbord A1 en J16)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 juni 2024 om 20.42 uur op de A16 thv hmp 15.7 richting Rotterdam-Kralingen in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] . 2. De gemachtigde van de betrokkene is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en voert - kort samengevat - de volgende gronden aan. Allereerst stelt de gemachtigde zich op het standpunt dat op de A16 bij hectometerpaal 15.6 sprake is van een nieuw wegvak, omdat op dat punt twee autosnelwegen bij elkaar komen en overgaan in de A16. Dit brengt mee dat bij hectometerpaal 15.6, en daarmee dus nog vóór hectometerpaal 15.7 waar de snelheidsmeting plaatsvond, de eerdere snelheidsbeperking is opgeheven. De gemachtigde voert verder aan dat de flexflitser, waarmee de snelheid van het voertuig van de betrokkene is gemeten, volgens het schouwrapport is geplaatst bij hectometerpaal 15.7, terwijl het bord A1 in combinatie met het bord J16 eveneens daar is geplaatst. Volgens de Aanwijzing snelheidsmetingen (het hof begrijpt: de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers, hierna: Instructie) dient bij een verlaging van de maximumsnelheid de meting pas na minimaal 250 meter te starten. Gelet op het feit dat het bord en de flitser zich op exact dezelfde locatie bevinden, is evident gehandeld in strijd met deze instructie. Dat de bebording eerder is geplaatst, zoals de kantonrechter stelt, blijkt niet uit het dossier. Voorts voert de gemachtigde aan dat de bebording onduidelijk en verwarrend is. Voorafgaand aan de bocht staan borden A1 met een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Vóór de bocht is slechts een adviessnelheid van 70 kilometer per uur zichtbaar. De borden A1 met een snelheidsbeperking van 70 kilometer per uur worden pas ná de bocht zichtbaar, in een situatie waarin de gemiddelde weggebruiker extra gefocust is op de wegsituatie zelf (in verband met de bocht) en daardoor in redelijkheid minder aandacht heeft voor nieuwe bebording. Dat de situatie ter plaatse onduidelijk was wordt volgens de gemachtigde bevestigd door het feit dat er in korte tijd massaal is beboet en de flitser tijdelijk is uitgeschakeld vanwege technische overbelasting. De gemachtigde verwijst hierbij naar bijgevoegde nieuwsberichten van het Algemeen Dagblad, de NOS en het openbaar ministerie. Verder blijkt uit deze berichten dat er extra waarschuwingsborden zouden worden geplaatst. Uit het schouwrapport blijkt echter niet dat deze borden op de pleegdatum al waren geplaatst. Ook is vermeld dat voor de geregistreerde overtredingen in de eerste dagen geen boete is verstuurd. Onduidelijk is welke periode dit betreft en of de bekeuring van de betrokkene daar niet onder valt en dus ten onrechte niet is ingetrokken. 3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gemeten (afgelezen) snelheid : 91 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 88 km per uur. Toegestane snelheid : 70 km per uur. Overschrijding met : 18 km per uur. De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal. (…) Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990 (het hof leest: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) (…) Rijrichting van: A20 Rijrichting naar: Rotterdam-Kralingen” 4. Daarnaast staat in het zaakoverzicht bij de pleeglocatie vermeld: ‘A16 thv hmp 15.7 richting Rotterdam-Kralingen’. 5. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van schouw verplaatsbare flex-flitspaal (A16 links 15.7 Rotterdam) van 11 mei 2024 en van 7 juli 2024, waarin de ambtenaar verklaart dat hij op 11 mei 2024 en 7 juli 2024 de handhavingslocatie met HHM-nummer 4328 heeft geschouwd en dat het bord A1 (70) in combinatie met bord J16 zich ter hoogte van hectometerpaal 15.7 aan de rechterzijde van de rijbaan (rijrichting A20 naar Rotterdam-Kralingen) bevindt. 6. Uit het dossier blijkt verder dat de pleeglocatie bij hectometerpaal 15.7 vanaf de A20 via twee routes bereikt kan worden, namelijk vanaf de A20 uit de richting van Rotterdam Noord en vanaf de A20 uit de richting van Rotterdam Alexander. In de bij het proces-verbaal van schouw gevoegde bijlagen met als titel ‘borden overzicht t.b.v. flex flitspaal HHM 4328’ waar de ambtenaar naar verwijst is vermeld dat op de rechter samenvoeging van de A20 met de A16 ter hoogte van hectometerpaal 35.2 R een verkeersbord A1 ‘70’ met een bord J16 (werk in uitvoering) is geplaatst. Vervolgens is een verkeersbord A1 ‘70’ met een bord J16 en onderbord ‘herhaling’ geplaatst ter hoogte van hectometerpaal 35.5 R. Verder is vermeld dat zich op de linker samenvoeging van de A20 met de A16 ter hoogte van hectometerpaal 35.4 U een verkeersbord A1 ‘70’ met een bord J16 bevindt en dat ter hoogte van hectometerpaal 35.5 U eveneens een bord A1 ‘70’ met een bord J16 is geplaatst met daarbij een onderbord ‘herhaling’. 7. Verder heeft de advocaat-generaal naar aanleiding van de gronden die de gemachtigde heeft aangevoerd nadere informatie opgevraagd over de betreffende flitspaal. Een beleidsmedewerker van het openbaar ministerie heeft in een e-mail van 5 september 2025 gereageerd op de vragen van de advocaat-generaal en daarbij ook een afbeelding van de situatie ter plaatse bijgevoegd (bovenaanzicht). Op de afbeelding is de bebording ingetekend. 8. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene in hoger beroep niet (meer) ontkent dat zij op voormelde datum, tijd en locatie met een (gecorrigeerde) snelheid van 88 kilometer per uur heeft gereden, staat dat vast. Om vast te kunnen stellen of de onderhavige gedraging is verricht dient de vraag te worden beantwoord wat de maximum snelheid ter plaatse was. 9.
Volledig
Uit de overgelegde schouwrapporten en de afbeelding van de situatie ter plaatse blijkt dat op beide routes op de A20 voor de pleeglocatie twee keer middels bebording A1 en J16 is aangegeven dat de maximum snelheid ter plaatse 70 kilometer per uur bedraagt. Verder is op de A16 rechts ter hoogte van hectometerpaal 15.7 een bord A1 ‘70’ met bord J16 geplaatst. 10. Voor wat betreft de stelling van de gemachtigde dat op de A16 ter hoogte van hectometerpaal 15.6 een nieuw wegvak ontstaat omdat op dat punt de twee autosnelwegen A20 bij elkaar komen en overgaan in de A16 en er dus opnieuw een verkeersbord met de toegestane maximumsnelheid had moeten worden geplaatst, overweegt het hof als volgt. Vooropgesteld wordt dat in juridische zin geldt dat de door middel van bord A1 van bijlage I bij het RVV 1990 aangegeven maximumsnelheid blijft gelden tot het punt waarop op grond van een ander verkeersteken een andere maximumsnelheid geldt. Bij de beoordeling is verder het begrip wegvak van belang. Dit begrip is in artikel 1 onder e van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) als volgt gedefinieerd: gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft. Het samenvoegen hier van de autosnelwegen A20 op de A16 maakt niet dat er sprake is van een (nieuw) wegvak als hiervoor bedoeld. Er hoefde bij het samenvoegingspunt dus niet opnieuw een bord A1 ‘70’ te worden geplaatst. Dit brengt mee dat de werking van het bord A1 ‘70’ niet was beëindigd ter hoogte van hectometerpaal 15.6 en op de locatie van de snelheidsmeting (bij hectometerpaal 15.7) een maximum snelheid van 70 kilometer per uur gold. 11. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. 12. Met betrekking tot de grond dat in strijd is gehandeld met de Instructie omdat de minimale afstand tussen het bord A1 en de meetlocatie niet in acht is genomen, overweegt het hof dat in artikel 2.2 van de Instructie is bepaald dat bij een snelheid van 70 kilometer per uur de minimale afstand tussen de plaats waarop de lagere maximumsnelheid ingaat en de meetlocatie 190 meter moet zijn. Zoals reeds is vastgesteld is de eerste bebording A1’70’ geplaatst op de A20 rechts ter hoogte van hectometerpaal 35.2 R en op de A20 links ter hoogte van hectometerpaal 35.4 U. De afstand tussen het gebod en de meetlocatie is dan ook in acht genomen. De grond treft geen doel. 13. Voorts ziet het hof in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de maximumsnelheid ter plaatste ten tijde van de gedraging onvoldoende duidelijk werd aangegeven. Het hof volgt niet de stelling van de gemachtigde dat de borden A1 met een snelheidsbeperking van 70 kilometer per uur pas ná de bocht zichtbaar worden. Dit blijkt niet uit de overgelegde afbeelding van de beleidsmedewerker en de overgelegde schouwrapporten. 14. Dat, zoals de gemachtigde heeft betoogd, er in korte tijd massaal is beboet, dat de flexflitser tijdelijk is uitgezet wegens overbelasting van de flitscamera en dat in augustus 2024 extra waarschuwingsborden zijn geplaatst, leidt evenmin tot de conclusie dat sprake is van een onduidelijke situatie ten tijde van de gedraging. Het hof betrekt hierbij dat uit de e-mail van de beleidsmedewerker van het openbaar ministerie van 5 september 2025 moet worden afgeleid dat de reden dat de eerste boetes niet zijn opgelegd is gelegen in de omstandigheid dat de meetapparatuur was overbelast. De beleidsmedewerker geeft in dit verband - zakelijk weergegeven - aan dat de flexflitser op 1 mei 2024 is geplaatst en voor het eerst op handhaven is gezet op 2 mei 2024. De flexflitser is op 6 mei 2024 uitgezet omdat de flitscamera het grote aantal overtreders niet kon verwerken. Dit waren er meer dan 9999 per dag, terwijl de flitspaal daar niet op was ingericht. Op 1 juni 2024 is de flexflitser weer op handhaven gezet. Daarbij is om overbelasting te voorkomen de handhaving beperkt door van drie rijstroken naar één rijstrook te gaan. Ook heeft Rijkswaterstaat vanaf 8 augustus 2024 extra waarschuwingsborden geplaatst. Op die borden wordt gewezen op het feit dat de snelheid gecontroleerd wordt door middel van flitsen. Deze waarschuwingsborden komen niet voor in het schouwrapport, omdat het geen borden zijn die een snelheid aanduiden. De waarschuwingsborden zijn geplaatst om het aantal overtreders te doen laten dalen. Alle overtredingen van de eerste week en van de testperiode van 21 mei 2024 tot 1 juni 2024 zijn niet door het CJIB verwerkt tot een boete. Na die datum wel. 15. Tot slot ziet het hof in de grond dat weggebruikers het recht hebben zich te vergissen en de menselijke maat volgens de gemachtigde in deze situatie ontbreekt, geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen. 16. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.