Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-24
ECLI:NL:GHARL:2026:1061
Strafrecht
Hoger beroep
2,045 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:1061 text/xml public 2026-03-06T15:18:44 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-24 Wahv 200.356.999/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1061 text/html public 2026-03-06T15:18:03 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1061 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-02-2026 / Wahv 200.356.999/01 Duocontrole. Een redelijke uitleg van artikel 3, tweede lid, van de Wahv brengt mee dat bij een dergelijke controle de sanctie niet slechts mag worden opgelegd door de ambtenaar die de gedraging heeft vastgesteld, maar ook door de ambtenaar die de staandehouding verricht. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.356.999/01 CJIB-nummer : 262876762 Uitspraak d.d. : 24 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2025, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 december 2023 om 13.42 uur op de Aveling in Hoogvliet Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] . 2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden, met daarbij een foto van een afstandsbediening. Daarom kon niet zomaar van het zaakoverzicht worden uitgegaan. Er had een aanvullend proces-verbaal opgevraagd moeten worden, maar dat is niet gebeurd. De gemachtigde voert verder aan dat de betrokkene bij staandehouding heeft uitgelegd dat hij met een afstandsbediening heeft gespeeld, maar dit is niet genoteerd. Daarnaast is bekeurd door een ambtenaar die het heeft horen zeggen van ambtenaar één. Dat is bij de Wet Mulder verboden. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik, 1e verbalisant, zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. Ik zag dat hij het mobiele apparaat in zijn rechterhand vasthield. Het mobiele apparaat was ter hoogte van zijn bovenlichaam en de bestuurder keek tijdens het rijden op dit apparaat. Ik heb dit vervolgens doorgegeven aan 2e verbalisant die de betrokkene heeft doen stilhouden. (…) Reden staandehouding: verbalisant 1 zag dat de betrokkene een telefoon vasthield. Ik verbalisant 2 gaf de betrokkene een stopteken. Vervolgens gaf ik de betrokkene een beschikking. De betrokkene verklaarde aan mij nadat ik hem ter zake dienende had ingelicht dat hij niet tot antwoorden verplicht was, dat hij wel in bezit was van een telefoon van het merk I-phone maar deze niet had vastgehouden. Betrokkene wenste verder niets te verklaren.” 5. De advocaat-generaal heeft een aanvullend proces-verbaal opgevraagd. In dit proces-verbaal verklaart ambtenaar [ naam 1] (verbalisant 1) onder meer: “Op 8 december 2023, maakten wij verbalisanten [ naam 1] en [naam 2] deel uit van een verkeersactie op de Aveling te Rotterdam-Hoogvliet. Hierbij werd onder andere de werkwijze gehanteerd dat één verbalisant als waarnemer fungeerde en de andere als stilhouder/staandehouder. Tijdens deze actie werd door mij, verbalisant [ naam 1] , gezien dat een bestuurder van een zwartkleurige Toyota, voorzien van het kenteken [kenteken] tijdens het besturen van de personenauto een mobiel elektronisch apparaat in de rechterhand vasthield ter hoogte van zijn bovenlichaam. Verder was duidelijk te zien dat dit apparaat de vorm had van een mobiele telefoon en zag ik dat vanuit het scherm een lichtverschijnsel zichtbaar was. Deze waarneming werd door mij, verbalisant [ naam 1] , direct via de portofoon doorgegeven aan verbalisant [naam 2] die vervolgens het voertuig verderop middels een stopteken langs de weg stil hield. Hierop werd de bestuurder van deze personenauto direct de vaststelling medegedeeld alsook de mededeling dat proces-verbaal opgemaakt werd tegen hem terzake voornoemd feit. Dit proces-verbaal is vervolgens op de gebruikelijke wijze opgemaakt waarbij wij als 1e en 2e verbalisant ter zake dienende onze handelingen hierin hebben vastgelegd.” 6. De stelling van de gemachtigde dat een duocontrole niet is toegestaan bij het opleggen van een sanctie op grond van de Wahv, is niet juist. Uit de gegevens in het dossier valt af te leiden dat de ambtenaren bezig waren met een gerichte verkeerscontrole. Uit de stukken blijkt dat ambtenaar [ naam 1] het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat heeft gezien en deze waarneming direct heeft doorgegeven aan ambtenaar [naam 2] , die vervolgens de betrokkene heeft staande gehouden. Dit is een gangbare werkwijze bij gedragingen als deze. Een redelijke uitleg van artikel 3, tweede lid, van de Wahv brengt mee dat bij een dergelijke werkwijze de sanctieoplegging niet slechts is voorbehouden aan de ambtenaar die de gedraging heeft vastgesteld maar ook mag gebeuren door de ambtenaar die de staandehouding verricht (vgl. het arrest van het hof van 20 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6265). De gemachtigde heeft weliswaar verwezen naar het arrest van het hof van 18 maart 2015 (ECLI:NL:GHARL:2016:1978), maar het hof had in die zaak vastgesteld dat het aanvullend proces-verbaal in het geheel geen waarnemingen bevatte van de ambtenaar die had verklaard de gedraging te hebben vastgesteld. Dat is hier niet het geval. 7. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om aan te nemen dat de betrokkene een afstandsbediening vasthield in plaats van een telefoon en daarom te twijfelen aan de verklaring van de 1e verbalisant dat hij heeft gezien dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De ambtenaren waren bezig met een gerichte verkeerscontrole en daarbij is gezien dat de bestuurder een voorwerp vasthield met de vorm van een mobiele telefoon en met een oplichtend scherm. De afstandsbediening, die geen scherm heeft dat kan oplichten en qua omvang ook anders lijkt dan een mobiele telefoon, vertoont onvoldoende gelijkenissen om aan te nemen dat de ambtenaar zich heeft vergist. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. 8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er bestaat geen aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr.