Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-10-03
ECLI:NL:GHARL:2025:6046
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,987 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.352.558/01
CJIB-nummer
: 252036881
Uitspraak d.d.
: 3 oktober 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 5 december 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op
30 augustus 2022 om 16:45 uur op de Rijksweg A4 (A4) in Nieuw-Vennep met het voertuig met het kenteken [de kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie wegens de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg gematigd tot € 187,50.
3. De gemachtigde betwist namens de betrokkene dat sprake is van een puntstuk. Ter plaatse is eerst sprake van een dubbele doorgetrokken streep maar vervolgens geen puntstuk, zoals wordt bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Het is enkel een lege (niet wit ingekleurde) driehoek. Het betreft daarmee alleen belijning en geen daadwerkelijk meerhoekig vlak. Er wordt niet voldaan aan de definitie van een puntstuk. Ter onderbouwing verwijst de gemachtigde naar een screenshot van de situatie ter plaatse.
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene over het puntstuk reed om weer in te voegen op de hoofdrijbaan. (…).
Reden geen staandehouding: verbalisant was in burger en geen mogelijkheid om een stopteken te geven. (…).”
6. In een aanvullend proces-verbaal van 27 oktober 2022 verklaart de ambtenaar, voor zover hier relevant, nog als volgt:
“Ik was in burger gekleed en reed in burgervoertuig. Ik zag dat een zwart voertuig met hogere snelheid dan het overige verkeer over het pompeiland reed. Ik kreeg het vermoeden dat de bestuurder de file welke aanwezig was op de hoofdrijbaan van de A4 aan het ontwijken was. Ik zag dat het voertuig voorzien was van kenteken: [kenteken] . Ik moest mijn weg ook weer vervolgen en reed achter het voertuig aan de invoegstrook op. Ik zag dat het voertuig over de uitvoegstrook bleef rijden. Ik zag dat er nog steeds file op de hoofdrijbaan stond. Ik zag dat het voertuig plotseling aan het eind van de uitvoegstrook over het puntstuk weer invoegde op de hoofdrijbaan. (…).”
7. Door de gemachtigde is in hoger beroep een afbeelding van Google Maps Street View overgelegd. Hierop is de rijbaan van de A4 te zien. Aan de rechterzijde bevindt zich een uitvoegstrook. De uitvoegstrook is van de rijbaan gescheiden door middel van een dubbele doorgetrokken streep. De belijning hiervan loopt uiteen, waarbij aan het einde van de uitvoegstrook door middel van belijning een driehoekig vlak te zien is. De driehoek is niet witgekleurd.
8. Een puntstuk is gedefinieerd in artikel 1 van het RVV 1990 als een ‘meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen’.
9. In de Nota van toelichting bij de wijziging van artikel 77, eerste lid, van het RVV 1990 (Staatsblad 2008, 900) is het volgende opgenomen:
“In artikel 1 RVV 1990 is een nieuw onderdeel opgenomen ter definitie van wat onder een puntstuk wordt verstaan. Het puntstuk is gedefinieerd als een meerhoekig vlak op een weggedeelte, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen. Voor deze omschrijving is gekozen, omdat deze vlakken op andere plaatsen dan bij aansluitingen of splitsingen van wegen steeds vaker worden aangetroffen en afhankelijk van de situatie ook in andere verschijningsvormen dan driehoekig worden aangebracht, zoals rechthoekig en trapeziumvormig. Het vlak is meestal wit geschilderd, maar ook andere kleuren komen voor. Ook komt het voor dat het vlak alleen door middel van belijning wordt aangegeven.”
10. Het voorgaande brengt mee dat het -als puntstuk aan te merken- meerhoekig vlak op verschillende manieren kan worden weergegeven. Niet doorslaggevend is of het vlak witgekleurd is.
Een puntstuk kan ook alleen door middel van belijning worden aangegeven. Dit in aanmerking genomen heeft de ambtenaar in deze situatie op goede gronden het driehoekig vlak als puntstuk aangemerkt. De gedraging kan worden vastgesteld.
11. Verder voert de gemachtigde aan dat de verbalisant zich in burger gekleed in een burgervoertuig bevond, maar wel direct achter de betrokkene over de invoegstrook reed. Ook was sprake van een file. Onder die omstandigheden was er volgens de gemachtigde wel een reële mogelijkheid om een staandehouding uit te voeren.
12. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
13. Uit de verklaringen van de ambtenaar blijkt dat hij in burger was gekleed, in een onopvallend voertuig reed en geen stopmiddelen voorhanden had. Onder deze omstandigheden bestond er naar het oordeel van het hof geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig. De sanctie is dan ook terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
14. Nu de gronden van de gemachtigde geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.