Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-02-03
ECLI:NL:GHARL:2025:5081
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
3,100 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005575-23
Uitspraak d.d.: 3 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 28 november 2023 met het parketnummer 18-194142-23 in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres]
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 dagen, waarvan 236 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd, alsmede een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van een motorrijtuig voor de duur van negen maanden, met een proeftijd van drie jaren.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M. Jonk, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank:
- verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van een motorrijtuig voor de duur van negen maanden.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de strafoplegging. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.
Oplegging van straf
Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman, mr. Jonk. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd en zal hieronder worden herhaald.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gelet op het volgende.
Verdachte heeft zich op 3 augustus 2023 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Verdachte heeft zich daarnaast op 3 augustus 2023 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs, te weten cocaïne en MDMA. De strafwaardigheid hiervan is gelegen in de ernstige bedreiging die het gebruik van cocaïne en MDMA vormt voor de volksgezondheid en de met dit gebruik gepaard gaande criminaliteit. Naast voornoemde strafbare feiten heeft verdachte zich op 3 augustus 2023 schuldig gemaakt aan het rijden in een auto, terwijl hij op dat moment verkeerde onder invloed van cocaïne en cannabis. Door zijn handelen heeft hij er blijk van gegeven onvoldoende rekening te houden met de risico’s voor de verkeersveiligheid van het besturen van motorvoertuigen na het gebruik van stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Het hof heeft wat betreft de persoon van verdachte gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 30 december 2024, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor zowel soortgelijke als andersoortige strafbare feiten.
Verder heeft het hof kennisgenomen van over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapporten, waaronder het meest recente advies van 9 januari 2025, aangevuld per e-mail van 30 januari 2025. Hieruit volgt onder meer dat verdachte op 25 maart 2024 (wederom) is geschorst uit voorlopige hechtenis en is opgenomen in de FPA te [plaats] . Hij heeft de klinische behandeling gericht op zijn verslavingsproblematiek op 31 juli 2024 positief afgerond waarna het reclasseringstoezicht is voorgezet door VNN Reclassering. Verdachte is in goed contact en meewerkend aan de algemene en bijzondere voorwaarden. Hij maakt, in tegenstelling tot voorafgaand aan de opname bij de FPA te [plaats] , moeilijke momenten bespreekbaar. Het blijft de vraag in hoeverre hij in staat is om deze momenten goed te herkennen. Dat is een aandachtspunt van de ambulante behandeling van Trajectum die hij nu volgt. Verdachte is gemotiveerd om zijn vrouw en dochter niet teleur te stellen. Zijn gezin is een zeer beschermende factor voor hem. De reclassering adviseert voortzetting van de bijzondere voorwaarden (het hof begrijpt: oplegging van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden).
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaxima, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Wel houdt het hof bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals door hem en zijn raadsman naar voren zijn gebracht op de terechtzitting in hoger beroep. Gebleken is dat verdachte de afgelopen periode hard aan zichzelf heeft gewerkt en dat dit erin heeft geresulteerd dat het steeds beter gaat met verdachte en dat hij is gestopt met het gebruik van drugs. Dit is niet alleen in het belang van verdachte zelf, maar ook in het belang van zijn gezin en de maatschappij. Het hof wil deze positieve ontwikkeling niet doorkruisen en vindt het belangrijk dat verdachte deze stijgende lijn kan voortzetten. Om die reden vindt het hof het niet passend om verdachte een nog langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan dat hij al heeft ondergaan in voorarrest. Het hof komt daarom tot een andere strafoplegging dan de rechtbank.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf is ook om te bevorderen dat verdachte zich gedurende de proeftijd van drie jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Het hof acht de oplegging van de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, daarbij geboden. De in eerste aanleg opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid zal het hof ook in voorwaardelijke zin opleggen, omdat het voor verdachte in het kader van zijn resocialisatie en behandeling van belang is om een auto te mogen besturen.
Beslag
Bij verdachte is een geldbedrag ter hoogte van € 736,- in beslag genomen. Dit geld is nog niet aan verdachte teruggegeven.
Nu uit het dossier (enkel) blijkt van een strafrechtelijk beslag zal het hof een beslissing moeten nemen op het beslag.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd meldt bij de reclassering VNN Reclassering [plaats] aan [adres] zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
2. de verdachte zich zal laten behandelen door Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, gedurende de volledige proeftijd of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, waarbij de verdachte zich zal houden aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. het de verdachte verboden is gedurende de volledige proeftijd drugs en alcohol te gebruiken en dat hij verplicht is ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek en ademonderzoek, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;
4. de verdachte zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
5. de verdachte zal meewerken aan het behoud van bewindvoering en toestemming zal geven aan de reclassering tot informatie-uitwisseling met de bewindvoerder, waarbij de verdachte de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden zal geven, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
6. de verdachte zal worden begeleid door Humanitas DMH of een andere soortgelijke instelling en toestemming zal geven aan de reclassering tot informatie-uitwisseling, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
736 EUR datum ibn 03-08-2023 (PL0100-2023205168-G1629460).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
De voorlopige hechtenis
Heft op het op 18 maart 2024 geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. J.A.M. Kwakman, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. F.E.J. Goffin, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier,
en op 3 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.