Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-06-19
ECLI:NL:GHARL:2025:3715
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,552 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.351.479/01
CJIB-nummer
: 254973918
Uitspraak d.d.
: 19 juni 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 2 december 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 340,- voor: “24 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom terwijl 30 km per uur is toegestaan (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 januari 2023 om 11.10 uur op de Lavendel in Cuijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. Hij voert aan dat met stukken is onderbouwd dat de snorfiets van de betrokkene is omgebouwd naar een bromfiets en dat de maximumsnelheid daarvan 47 km per uur bedraagt. De gemeten snelheid van 57 km per uur kan de betrokkene dan ook niet plaatsen. Verder voert de gemachtigde aan dat op de Lavendel te Cuijk geen bord A1 met een maximumsnelheid van 30 km per uur aanwezig is. Daarom is de toegestane maximumsnelheid 50 km per uur en voor de betrokkene 45 km per uur. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 60 km per uur.
Snelheid volgens kalibratietabel: 57 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 54 km per uur.
Toegestane snelheid: 30 km per uur.
Overschrijding met: 24 km per uur.
Meetafstand: 500 m.
Tussenafstand: 200 m.
Goedkeuring kalibratie boordsnelheidsmeter geldig tot: 07-04-2023.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen van het college van procureurs-generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid, volgens de kalibratietabel van het dienstvoertuig (…).
Opmerkingen ambtenaar: Wij, verbalisanten, zagen dat tijdens de meting, het voertuig niet op ons uitliep en wij niet op het voertuig inliepen. Wij zagen dat op het voertuig geen snelheidsmeter aanwezig was. Derhalve ook WOK aangezegd. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend.
Verklaring betrokkene: Ik was mij er niet van bewust dat ik zo hard ging.”
5. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de door de ambtenaren verrichte snelheidsmeting. Uit het dossier volgt dat de snelheidsmeting is uitgevoerd met behulp van een gekalibreerde boordsnelheidsmeter.
6. Op de door de gemachtigde in beroep bij de kantonrechter ingebrachte factuur van [naam1] met factuurdatum 2 januari 2023 voor de keuring van snorfiets naar bromfiets is aangegeven dat de snelheid van de bromfiets van de betrokkene 47 km per uur is. Los van de vraag of die vermelding is gebaseerd op een snelheidsmeting, houdt dit niet in dat op 6 januari 2023 met het voertuig geen hogere snelheid is behaald.
7. Wat de gemachtigde heeft aangevoerd geeft het hof ook geen reden te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaren dat de maximumsnelheid ter plaatse 30 km per uur bedroeg en dat dit was aangegeven met een verkeersbord A1. De ambtenaren die de sanctie hebben opgelegd waren zelf ter plaatse. In een dergelijk geval mag in het algemeen worden aangenomen dat de ambtenaren hebben vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is (zie het arrest van dit hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). Dit is slechts anders wanneer de aanwezigheid van de bebording gemotiveerd wordt betwist. Daarvan is in dit geval geen sprake.
8. Nu de door de gemachtigde aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.