Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-05-06
ECLI:NL:GHARL:2025:3688
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
3,691 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003071-24
Uitspraak d.d.: 6 mei 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 9 juli 2024 met parketnummer 05-005823-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
wonende te [adres 1]
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 april 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.N. Hoek, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van het – kort gezegd – teweeg brengen van een ontploffing.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 18 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op/bij/ter hoogte van een woning, gelegen aan de [adres 2] , een explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen) en/of motorbenzine tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en/of een ontstekingsmechanisme van een (zelfgemaakt) explosief en/of geïmproviseerde explosieve constructie te activeren, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en/of de daarin aanwezige goederen en/of de direct omliggende woning(en) aan de [straatnaam 1] en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de woning gelegen aan de [adres 2] en/of de direct omliggende woning(en) bevonden en/of passanten te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs
De advocaat-generaal acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het bestandsdeel medeplegen dient verdachte echter te worden vrijgesproken.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte degene is geweest die de ontploffing teweeg heeft gebracht.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende. Uit de aangifte volgt dat er op 18 juli 2023 om 00:45 uur ’s nachts een harde knal te horen was en er vervolgens brand woedde in de voortuin van de woning van aangever. De rechtervoorruit van de woning was compleet vernield. Ook hing er een sterke, chemische lucht. Op de camerabeelden, welke zich in het dossier bevinden, is te zien dat de dader na de explosie wegrent bij de woning van aangever in de richting van de [straatnaam 2] . Blijkens het proces-verbaal van bevindingen heeft een getuige kort na voornoemde knal een in het donker geklede persoon de woning aan de [adres 3] in [plaats] naar binnen zien gaan. In deze woning bleken die nacht zes personen – waaronder verdachte – aanwezig te zijn.
Uit de telefoongegevens van verdachte blijkt dat de gezondheidsapp op zijn telefoon op 18 juli 2023 om 00:42 uur een afgelegde afstand van 617 meter en om 00:51 uur van 790 meter heeft geregistreerd.
Deze afstanden komen nauw overeen met de afstand van de route van en naar de [straatnaam 3] en de pleegplaats, met een terugweg via de [straatnaam 2] zoals blijkt uit de gegevens van Googlemaps in het dossier. Ook blijkt dat die afstanden lopend zijn af te leggen binnen de tijdstippen die uit de gezondheidsapp en de hierna te noemen bewijsmiddelen blijken.
Deze routes sluiten ook aan bij de camerabeelden: de dader komt vanaf de kant van de [straatnaam 4] aangelopen en rent na plaatsing van het explosief de andere kant op richting de spoortunnel. Bovendien passen de tijdstippen van de geregistreerde afstanden precies bij het tijdsbestek waarbinnen de explosie heeft plaatsgevonden bij de woning van aangever. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof niet ontkend dat hij die nacht naar buiten is geweest.
Ook bevinden zich in het dossier diverse filmpjes uit de telefoon van [naam 1] , één van de andere aanwezigen in de woning die nacht. Zo is op het filmpje van 18 juli 2023 om 00:35 uur te zien dat verdachte in een woonkamer staat met donkere kleding aan. Er wordt gezegd dat ‘het kapje alvast opgezet kan worden’ en ‘ [verdachte] op weg naar djok’. Uit het dossier komt naar voren dat de bijnaam van verdachte [verdachte] is. Bovendien draagt verdachte op dit filmpje plastic handschoenen. Het hof acht het niet aannemelijk dat er tegen iemand anders dan tegen verdachte wordt gesproken op voornoemd filmpje. Daarnaast heeft verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep geen verklaring willen afleggen over het gebruik van de handschoenen en biedt het dossier geen aanknopingspunten dat die voor iets heel anders gebruikt zijn.
Daarnaast bevindt zich in het dossier een filmpje van 19 juli 2023, waar [naam 1] eerst [naam 2] en daarna verdachte in beeld brengt en zegt ‘hij heeft gezeten voor iets wat jij hebt gedaan’. Verdachte antwoordt vervolgens met ‘opdrachtgever, bro’. Dit filmpje is opgenomen kort nadat [naam 2] was opgepakt en weer was vrijgelaten in de onderhavige zaak.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 16 (zestien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door
mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter,
mr. R.W. van Zuijlen en mr. R. Feunekes, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.E. Schoenmakers, griffier,
en op 6 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Het hof gaat er dan ook vanuit dat er in het filmpje bedoeld wordt dat verdachte degene is geweest die iets heeft gedaan en dat er verwezen wordt naar de onderhavige zaak.
Op grond van de hierboven vastgestelde feiten en omstandigheden, te weten dat
verdachte zich om 00:35 uur in de woning aan de [adres 3] te [plaats] bevond, gehuld in donkere kleding met handschoenen aan terwijl er tegen hem werd gezegd dat hij iets ging doen en het kapje vast op kon zetten;
verdachte volgens zijn telefoon om 00:42 uur een afstand van zo’n 600 meter heeft afgelegd wat overeenkomt met de afstand tussen de woning aan de [adres 3] en de pleegplaats, de woning aan de [adres 2] te [plaats] ;
er om iets voor 00:45 uur een explosie plaatsvindt bij de woning aan de [adres 2] ;
verdachte volgens zijn telefoon om 00:52 uur een afstand heeft afgelegd van rond de 800 meter wat overeenkomt met de wat langere route via de andere kant van de pleegplaats naar de woning aan de [adres 3] ;
verdachte de volgende dag wordt aangesproken dat zijn neef [naam 2] in deze zaak heeft vastgezeten voor iets dat verdachte heeft gedaan,
– in hun onderling verband en samenhang bezien – is naar het oordeel van het hof vast komen te staan dat verdachte degene is die de explosie heeft veroorzaakt.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 18 juli 2023 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op/bij/ter hoogte van een woning, gelegen aan de [adres 2] , een explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen) en/of motorbenzine tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en/of een ontstekingsmechanisme van een (zelfgemaakt) explosief en/of geïmproviseerde explosieve constructie te activeren, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde woning en/of de daarin aanwezige goederen en/of de direct omliggende woning(en) aan de [straatnaam 1] en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de woning gelegen aan de [adres 2] en/of de direct omliggende woning(en) bevonden en/of passanten te duchten was.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gevaar voor goederen en zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De advocaat-generaal heeft een jeugddetentie van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar gevorderd.
De raadsman heeft in het geval van een bewezenverklaring bepleit om te volstaan met een voorwaardelijke straf of een taakstraf, waardoor verdachte niet meer terug hoeft in jeugddetentie.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit door een explosie te veroorzaken voor een woning, waarin een persoon lag te slapen. Het slachtoffer kampt sinds de explosie met psychische klachten zoals stress en angst. Het hof rekent het verdachte ernstig aan dat hij midden in de nacht de veiligheid van de bewoner van de woning in gevaar heeft gebracht. Door het handelen van verdachte zijn niet alleen gevoelens van onrust en onveiligheid bij het slachtoffer teweeggebracht, maar ook in de samenleving en in het bijzonder in de desbetreffende straat. De aanleiding voor deze explosie lijkt, voor zover het dossier daar informatie over verschaft, te zijn gelegen in een uit de hand gelopen (verkeers)ruzie tussen een neef van verdachte en een medewerkster uit de zaak van aangever. Het hof neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij daar op deze wijze aan heeft bijgedragen en zich totaal niet heeft bekommerd om eventuele slachtoffers en andere gevolgen. Daarnaast heeft de explosie voor schade aan de woning gezorgd. Verdachte heeft ook nadien geen verantwoordelijkheid genomen voor dit gedrag.
Bij de bepaling van de strafmaat houdt het hof rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten voor jeugdigen die gelden ter zake van brandstichting met aanzienlijke schade of gevaar voor personen tot gevolg. Gelet hierop acht het hof in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie passend.
Het hof houdt hierbij ook rekening met het uittreksel justitiële documentatie van 20 maart 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een (soortgelijk) strafbaar feit is veroordeeld.
Gelet op het voorgaande, met name de ernst van het feit, en daarbij in aanmerking genomen hetgeen verder omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat met geen andere straf dan een (gedeeltelijke) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf kan worden volstaan en dat een jeugddetentie van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.