Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-06-06
ECLI:NL:GHARL:2025:3483
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
2,173 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004602-24
Uitspraak d.d.: 6 juni 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 24 oktober 2024 met parketnummer 18-160546-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 mei 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
veroordeling van de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;
toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot het bedrag van € 3.079,74, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel .
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toegewezen voor het bedrag van € 3.079,74, vermeerderd met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor overige gevorderde niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing en beslissing omtrent genoemde vordering komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 27 november 2023 te [plaats] één of meer geldbedrag(en) en/of de inhoud van één of meerdere gokkast(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) en/of inhoud van de gokkast(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.
Vrijspraak
Aangever [benadeelde] heeft aangifte gedaan van een inbraak in zijn casino op 27 november 2023. Op 27 november 2023, rond 01:00 uur had een medewerkster het casino afgesloten. Toen aangever diezelfde nacht om 05:10 uur weer bij zijn bedrijf kwam, hoorde hij het gepiep van het alarm. Toen hij het alarm eraf had gehaald, hoorde hij een piepje dat een automaat in storing was. Vervolgens zag hij dat er een viertal automaten waren open gebroken.
Tijdens het aanvullend verhoor heeft aangever verklaard dat de inbreker door de stalen plaat aan de buitenzijde van de deur naar het rookhok te verwijderen naar binnen is gekomen. Deze plaat was met inbusbouten vastgemaakt en deze zijn losgedraaid. Volgens aangever zijn daar twee personen voor nodig. De genoemde plaat betreft een plaat aan de onderzijde van een nooduitgangdeur van het rookhok. De uitgang van dit rookhok via die deur komt uit op de [straatnaam] , naast de ingang van het [winkelcentrum] . In het rookhok heeft de inbreker de etalageruit aan de linkerzijde vernield door een gat te slaan. Vervolgens is de inbreker via dit gat het casino binnengekomen, door langs een aanwezige gokkast te kruipen. Aangever heeft naast het weggenomen geldbedrag van circa € 2.400,00, braakschade opgelopen aan zijn bedrijfspand.
Uit de beveiligingscamera van het casino van 13 november 2023 komt een man naar voren, waarvan aangever denkt dat dit de inbreker is. Hij heeft op die dag ook ingelogd via het CRUKS-systeem als [verdachte] (de verdachte). Dat is een systeem van de overheid, dat casino’s verplicht om bezoekers te registreren. Daarnaast blijkt uit de beelden van 26 november 2023 omstreeks middernacht dat de verdachte zichtbaar in beeld komt, nadat hij in het rookhok is geweest. Aangever kan niet precies zien wat verdachte dan doet, maar het valt op dat hij op een gegeven moment naar beneden bukt naar de nooduitgangsdeur en daar iets aan het doen is. Vervolgens komt de verdachte overeind en komt het casino weer binnen vanuit het rookhok.
Uit de camerabeelden van de inbraak op 27 november 2023 volgt dat er om 03:35 uur een persoon vanachter de automaat tevoorschijn komt. Deze persoon pakt gereedschap en begint een gokkast open te maken met een hamer. Vervolgens leegt de persoon een bak met geld in zijn meegenomen tas. In totaal heeft de persoon vier gokkasten opengebroken. De persoon wordt omschreven als een man van de tussen 1.75 en 1.85 meter lang, die een jas draagt met capuchon. De persoon heeft een tas met gereedschap bij zich.
Na de inbraak heeft de politie sporenonderzoek verricht. De inbreker(s) hebben eerst de schroeven van de metalen platen van het rookgedeelte open geschroefd om binnen in het rookgedeelte van het casino te kunnen komen. Het rookgedeelte is te bereiken via een tussendeur binnen in het casino. Mogelijk is het openschroeven eerder gebeurd, waarna de metalen plaat makkelijk vanaf de buitenzijde open te maken was. In deze metalen platen zaten veiligheidsschroeven die niet van één zijde open geschroefd kunnen worden. Dit moet tegelijkertijd vanaf de binnenzijde en de buitenzijde gebeuren. De inbreker(s) hebben deze schroeven aangeraakt. De politie zag twee schroeven op de grond naast een metalen plaat liggen. Deze twee schroeven zijn veiliggesteld voor verder onderzoek.
Het hof stelt vast dat uit het Forensisch DNA-onderzoek van 13 februari 2024 blijkt dat op één van de schroeven DNA is aangetroffen van minimaal twee personen, met een afgeleid hoofdprofiel van de verdachte en dat op één van de schroeven DNA is aangetroffen van minimaal twee personen, met een afgeleid hoofdprofiel van een onbekende vrouw. Het materiaal waaruit de DNA-sporen afkomstig zijn, betreft epitheel.
De verdachte heeft betrokkenheid bij de inbraak ontkend. Met betrekking tot het aangetroffen DNA op de schroef heeft de verdacht verklaard dat hij die schroef mogelijk de dag ervoor heeft aangeraakt toen hij tijdens zijn bezoek in het casino aan het roken was en daarbij tegen de metalen plaat (met schroeven) leunde.
Op grond van het voorgaande overweegt het hof ten aanzien de bewijsbaarheid van het verweten feit als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte op de avond voorafgaand aan de inbraak aanwezig was in het casino en toen tijdens een bezoek aan het rokershok schroeven van de plaat aan de onderkant van de nooduitgangsdeur heeft aangeraakt en dat dit is gebeurd om de schroeven van de plaat los te kunnen draaien.
Volgens verdachte zou hij tijdens het roken van een sigaret tegen die deur hebben aangeleund en zou hij zodoende DNA-sporen hebben achtergelaten, mogelijk ook op de schroeven van de plaat.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Aldus gewezen door
mr. A.H. toe Laer, voorzitter,
mr. T.H. Bosma en mr. K. Gilhuis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.A.G. van Essen, griffier,
en op 6 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.