Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-01-30
ECLI:NL:GHARL:2025:3156
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,652 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005505-23
Uitspraak d.d.: 30 januari 2025
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 20 juli 2023 met parketnummer 18-297406-22 in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 januari 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ter terechtzitting van het hof van 30 januari 2025 heeft het onderzoek zich beperkt tot de vraag of het hoger beroep op de in artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voorgeschreven wijze is ingesteld.
Het hof overweegt daarover het navolgende.
Ingevolge artikel 449, eerste lid, Sv wordt - voor zover de wet niet anders bepaalt - hoger beroep ingesteld door een verklaring, af te leggen door diegene die het rechtsmiddel aanwendt, op de griffie van het gerecht dat het betreffende vonnis heeft gewezen. Uit het eerste lid van artikel 450 Sv volgt dat dit rechtsmiddel ook kan worden aangewend door tussenkomst van:
a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;
b. een vertegenwoordiger die daartoe persoonlijk, door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd.
Uit de tekst van artikel 450, lid 3 Sv blijkt niet dat ook een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat een bijzondere schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker kan geven om namens verdachte hoger beroep in te stellen.
Gelet op hetgeen in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet stroomlijnen hoger beroep is opgenomen en de gang van zaken in de rechtspraktijk, heeft de Hoge Raad bij arrest van 22 december 2009 (LJN:BJ7810) - onder meer - overwogen dat een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd advocaat op de wijze van artikel 450, derde lid Sv, hoger beroep kan instellen. De schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker hiertoe machtigt moet dan echter voldoen aan de in artikel 450, eerste en derde lid Sv (nader) geformuleerde eisen. Deze houden in dat de schriftelijke volmacht van de advocaat aan de griffiemedewerker de navolgende drie elementen dient te bevatten:
1. een verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (ingevolge artikel 450, eerste lid, onder a Sv);
2. een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (ingevolge artikel 450, derde lid Sv);
3. de vermelding van het door de verdachte opgegeven adres, waarnaar een afschrift van de appeldagvaarding kan worden gezonden (ingevolge artikel 450, derde lid Sv).
Op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, stelt het hof in het onderhavige geval de navolgende gang van zaken vast.
De verdachte is bij vonnis van 20 juli 2023 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, bij verstek veroordeeld.
De raadsman heeft op 27 november 2023 een e-mailbericht gestuurd naar de griffie van voornoemde rechtbank (met als bijlage de mededeling uitspraak), waarvan de inhoud luidt:
‘Geachte heer, mevrouw,
Graag appel instellen voor 17:00 uur.
Bij voorbaat dank.
Met vriendelijke groet,
H. de Jong
Advocatenkantoor
Burgum’
De griffie van de rechtbank Noord-Nederland locatie Leeuwarden heeft daarop een akte rechtsmiddel opgemaakt, die gedateerd is op 27 november 2023.
Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet, moet worden geconcludeerd dat het e-mailbericht (‘volmacht’) van de raadsman van 27 november 2023 niet voldoet aan in de wet gestelde eisen.
In zaken waarin ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem gemachtigde raadsman is verschenen, wordt in de regel het door een raadsman door middel van een schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker ingestelde beroep
niet-ontvankelijk verklaard indien die volmacht niet aan alle voormelde voorwaarden voldoet.
Evenwel bestaat onvoldoende grond voor de niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens een verzuim als voormeld, indien ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen (ECLI:NL:HR:2012:BV6999).
Nu de door de raadsman ingediende schriftelijke volmacht niet aan de eisen van de wet voldoet en ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem gemachtigde raadsman is verschenen om dit te repareren, is het hof van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. E. de Witt, voorzitter,
mr. M.B. de Wit en mr. B. Stapert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,
en op 30 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. B. Stapert is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.