Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-04-14
ECLI:NL:GHARL:2025:2273
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,492 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.344.804/01
CJIB-nummer
: 252974752
Uitspraak d.d.
: 14 april 2025
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 24 mei 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “K030a – het kenteken is niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op of aan het motorrijtuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2022 om 10.02 uur op de A5 in Hoofddorp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Hier is geen sprake van feitcode K030a. Uit het Handboek Regeling voertuigen dat de politie gebruikt blijkt dat feitcode N010d gebruikt moet worden als het kenteken wordt afgeschermd door een voertuigdeel. Hier wordt het kenteken afgeschermd door een bull-bar. De bijbehorende bepaling, gelet op de bewoordingen ervan, met name op het geval dat het kenteken, hoewel op de juiste wijze bevestigd, niet goed leesbaar is. Als het standpunt van de advocaat-generaal gevolgd wordt, zou dat inhouden dat feitcode K030a en N010d feitelijk hetzelfde inhouden, maar de wetgever heeft niet voor niets voor twee feitcodes gekozen. Een duidelijke lijn hierin zou wenselijk zijn.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), waarin is bepaald dat het kenteken behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig dient te zijn.
4. De gedraging met feitcode N010d betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 5.2.1, vijfde lid van de Regeling voertuigen (Rv), waarin is bepaald dat het kenteken goed leesbaar moet zijn en dat de kentekenplaten niet mogen zijn afgeschermd. Het sanctiebedrag bij deze feitcode is, ten tijde van de gedraging, eveneens € 150,-.
5. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat aan de voorzijde van de vrachtauto een zogenaamde bull-bar was gemonteerd welke het zicht op kentekenplaat, en daardoor de leesbaarheid van deze, gedeeltelijk ontnam. Indien een dergelijke bull-bar wordt gemonteerd dient deze het zicht op de kentekenplaat niet te ontnemen.”
7. In het dossier bevindt zich een foto van de voorzijde van voornoemd voertuig. Op deze foto is te zien dat de bull-bar zich zodanig voor de kentekenplaat bevindt dat het laatste karakter van het kenteken niet volledig zichtbaar is.
8. Uitgangspunt is dat onder alle omstandigheden een onbelemmerd zicht dient te zijn op de kentekenplaat en dat het kenteken (volledig) zichtbaar dient te zijn. Nu het zicht op de middelste twee karakters van het kenteken deels is geblokkeerd door de aanwezigheid van de bull-bar, is het hof van oordeel dat het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig is op of aan het motorrijtuig. Aldus is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
9. De stelling van de gemachtigde dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging moeten worden gewijzigd volgt het hof niet. De omstandigheid dat het kenteken in de onderhavige zaak door de aanwezigheid van de bull-bar niet alleen niet behoorlijk zichtbaar, maar (daardoor) ook niet goed leesbaar is, maakt niet dat de op artikel 40, eerste lid, van de WVW 1994 gebaseerde sanctie ten onrechte aan de betrokkene is opgelegd.
10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.