Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2025-04-01
ECLI:NL:GHARL:2025:2033
Civiel recht
Hoger beroep
992 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.348.680/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad 11275157
arrest van 1 april 2025
in de zaak van
[appellante]
,
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. J.M. Koppert te Lelystad,
tegen
Woonstichting Centrada h.o.d.n. Centrada,
die is gevestigd in Lelystad,
en bij de kantonrechter optrad als eiseres,
hierna: Centrada,
niet verschenen.
Procesverloop
Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 9 oktober 2024 dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft gewezen (hierna: de kantonrechter).
Procesverloop
2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep
het tegen Centrada verleende verstek
de akte uitlating appelgrens.
2.2
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. [appellante] heeft daarvoor de stukken aan het hof gegeven.
Beoordeling
3.1
Centrada heeft bij de kantonrechter bij dagvaarding van 20 augustus 2024 gevorderd betaling door [appellante] van € 1.703,21 voor achterstallige huur en herstelkosten, betaling van € 213,03 aan wettelijke rente tot 6 augustus 2024, betaling van verdere wettelijke rente vanaf 6 augustus 2024 en vergoeding van de proceskosten.
3.2
De kantonrechter heeft de vorderingen van Centrada toegewezen en [appellante] veroordeeld tot betaling van € 1.916,24, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.703,26 vanaf 6 augustus 2024 tot de voldoening en met veroordeling van [appellante] in de proceskosten.
3.3
[appellante] is van het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep gekomen. Daarbij is zij door dit hof in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de appelgrens.
3.4
Op grond van art. 332 lid 1 Rv kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,-, of - in geval van een vordering van onbepaalde waarde - er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1.750,-, een en ander tenzij de wet anders bepaalt. Voor de toepassing van de eerste zin wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen.
3.5
Het hof stelt vast dat de vordering die Centrada in eerste aanleg heeft ingesteld inclusief wettelijke rente tot aan de dag van betekening van de dagvaarding tenminste € 1.916,24 bedraagt. Daarmee is [appellante] ontvankelijk in haar hoger beroep. Op wat [appellante] in haar akte heeft gesteld, behoeft daarmee niet te worden ingegaan.
3.6
Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor memorie van grieven aan de zijde van [appellante] .
Dictum
Het hof:
4.1
verklaart [appellante] ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 9 oktober 2024;
4.2
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 13 mei 2025 voor memorie van grieven;
4.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en A.A.J. Smelt en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
1 april 2025.