Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-12
ECLI:NL:GHARL:2024:979
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,359 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.379/01
CJIB-nummer
: 248384617
Uitspraak d.d.
: 12 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 25 november 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2022 om 11:13 uur op de N271 Rijksweg Noord, kruising Hollestraat in Swalmen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat, anders dan de kantonrechter heeft overwogen, de straatlantaarn het zicht op het verkeerslicht aan de rechterkant van de weg niet, althans niet volledig, belemmert. Ondanks de paal is nog duidelijk te zien of het verkeerslicht groen, geel of rood uitstraalt. Verder keek de betrokkene naar het licht rechts van de weg dat groen licht uitstraalde en ineens geen kleur meer uitstraalde. Door de kantonrechter is overwogen dat de betrokkene dan naar het aan de linkerkant van de weg geplaatste verkeerslicht had moeten kijken, maar het gebeurde zo snel en onverwacht dat dit verzuim niet of verminderd verwijtbaar is.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
(Het hof leest: Foto 1: het betreffende) voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. (Het hof leest: Op het moment van) constatering brandde het rode licht reeds 0.9 seconden.
(Het hof leest: Foto) 2: circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. (Het hof leest: De tijdsduur van de) geellichtfase is op de foto vermeld.”
4. Bezien vanuit de richting van waaruit het voertuig van de betrokkene de betreffende kruising naderde, bevinden zich zowel links als rechts van de rijbaan verkeerslichten. Op de eerste foto van de gedraging is te zien dat het voertuig van de betrokkene zich met de voorwielen ter hoogte van de stopstreep bevindt. Op deze foto is niet te zien dat het enkele meters na de stopstreep aan de rechterzijde geplaatste verkeerslicht enig licht uitstraalt. Wel is duidelijk te zien dat het zich aan de linkerzijde bevindende verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden en dat het verkeerslicht aan de linkerzijde van de rijbaan nog steeds rood licht uitstraalt. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
5. Van een bestuurder wordt verwacht dat hij oplettend is en anticipeert op naderende verkeerssituaties, zoals verkeerslichten. Wanneer het verkeerslicht aan de rechterzijde geen licht uitstraalt, moet de bestuurder nog steeds stoppen voor het voor hem geldende en rood licht uitstralende verkeerslicht aan de linkerzijde van de rijbaan. Voor zover de betrokkene het verkeerslicht aan de linkerzijde van de rijbaan niet heeft waargenomen, is dit een omstandigheid die voor zijn rekening en risico komt. In een geval waarin een verkeerslicht geen enkel licht uitstraalt dient een bestuurder extra oplettend te zijn op de andere verkeerslichten en verkeerstekens. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen reden om aan te nemen dat de gedraging niet (dan wel verminderd) verwijtbaar is verricht. De aangevoerde grond faalt.
6. Gezien het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.