Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-11-28
ECLI:NL:GHARL:2024:7425
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
3,876 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
verblijvende in forensisch psychiatrisch centrum (FPC) [naam 1] , locatie Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) te [plaats] (hierna: de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 28 juni 2024. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 8 juli 2024 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 29 oktober 2024, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 19 februari 2024 tot 19 augustus 2024.
Het hof heeft ter zitting van 14 november 2024 gehoord de advocaat-generaal,
mr. R.J.A. Segerink, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw,
mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is van mening dat hij al lang genoeg is gestraft en wil graag dat de terbeschikkingstelling beëindigd wordt, zodat hij naar zijn moeder toe kan. In samenspraak met zijn familie is er nu voor gekozen om in te zetten op een verblijf in forensisch psychiatrische afdeling (FPA) [locatie] . Alles staat of valt nu met de goedkeuring van het transmuraal verlof. Als dit verlof niet wordt goedgekeurd dan kan de terbeschikkinggestelde niet naar FPA [locatie] en ziet de kliniek ook geen mogelijkheden meer. Het is onduidelijk wat er dan met de terbeschikkinggestelde gaat gebeuren, terwijl hij al erg lang in de LFPZ verblijft. Gelet hierop heeft de raadsvrouw verzocht om ofwel de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar ofwel de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is nog steeds sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico. De terbeschikkingstelling duurt al bijna dertig jaar en het behandelplafond lijkt bereikt te zijn. De kliniek zet nu in op een overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar een nieuwe longcare voorziening binnen FPA [locatie] . Het transmuraal verlof dat nodig is voor deze overplaatsing is aangevraagd, maar het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) moet hier nog op beslissen. De familie van de terbeschikkinggestelde wordt door de kliniek goed betrokken bij deze ontwikkelingen. Er is nog tijd nodig om het plan dat de kliniek voor ogen heeft goed uit te voeren. Een overplaatsing naar FPA [locatie] zal ook een grote stap voor de terbeschikkinggestelde zijn. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is over een jaar nog niet aan de orde. Een verlenging met twee jaren is aangewezen.
Beoordeling
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Het hof is onder verbetering en aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die verbetering en aanvulling bevestigen.
Verbetering van gronden
De rechtbank heeft geoordeeld dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen verlenging van de maatregel vereist. Omdat de totale duur van de maatregel, na verlenging, een periode van vier jaren te boven gaat, kan de algemene veiligheid van goederen echter geen grond meer zijn voor verlenging (artikel 38e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht). Gelet op het uitgebrachte advies en op hetgeen overigens op de zitting naar voren is gekomen, stelt het hof vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. Het hof verbetert in zoverre de beslissing van de rechtbank.
Aanvulling van gronden
Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 29 oktober 2024 volgt dat het beoogde traject voor de terbeschikkinggestelde naar alle waarschijnlijkheid volledig kan worden gerealiseerd. Het wachten is nu op een machtiging transmuraal verlof, die nodig is voor opname in de forensische kliniek [naam 2] (horend bij FPA [locatie] ) om hem vervolgens in 2025, in de aldaar te openen longcare voorziening te laten verblijven. Op 3 oktober 2024 is het verzoek tot die machtiging ingediend. Er is nog geen bericht van het AVT. De Landelijke Adviescommissie LFPZ is van oordeel dat de LFPZ -status van de terbeschikkinggestelde opgeheven kan worden onder de opschortende voorwaarde van plaatsing van de terbeschikkinggestelde bij FPA [locatie] . Mocht er een machtiging transmuraal verlof worden toegekend, dan zal een overplaatsing niet lang op zich hoeven te laten wachten, aldus de kliniek. Voor dit beoogde traject is het nodig dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege blijft lopen. De overplaatsing naar FPA [locatie] zal een grote stap zijn voor de terbeschikkinggestelde en daarom dient het traject zorgvuldig te worden uitgevoerd en met maximale veiligheid te worden omgeven. De kliniek handhaaft het advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Afwijzing verzoek
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek om de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd, wordt afgewezen. De noodzakelijkheid hiervan is niet gebleken. Het hof ziet in het bijzonder geen aanleiding om de uitkomsten van die beslissing af te wachten, omdat het behandeltraject van de terbeschikkinggestelde hoe dan ook nog een traject zal zijn dat meer dan twee jaren in beslag gaat nemen.
Dictum
Het hof:
Wijst af het verzoek om de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd.
Bevestigt met verbetering en aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 28 juni 2024, met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. O.G. Schuur en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. I.A.M. Breukel en drs. H.J. Beintema, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 28 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
verblijvende in forensisch psychiatrisch centrum (FPC) [naam 1] , locatie Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) te [plaats] (hierna: de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 28 juni 2024. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 8 juli 2024 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 29 oktober 2024, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 19 februari 2024 tot 19 augustus 2024.
Het hof heeft ter zitting van 14 november 2024 gehoord de advocaat-generaal,
mr. R.J.A. Segerink, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw,
mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is van mening dat hij al lang genoeg is gestraft en wil graag dat de terbeschikkingstelling beëindigd wordt, zodat hij naar zijn moeder toe kan. In samenspraak met zijn familie is er nu voor gekozen om in te zetten op een verblijf in forensisch psychiatrische afdeling (FPA) [locatie] . Alles staat of valt nu met de goedkeuring van het transmuraal verlof. Als dit verlof niet wordt goedgekeurd dan kan de terbeschikkinggestelde niet naar FPA [locatie] en ziet de kliniek ook geen mogelijkheden meer. Het is onduidelijk wat er dan met de terbeschikkinggestelde gaat gebeuren, terwijl hij al erg lang in de LFPZ verblijft. Gelet hierop heeft de raadsvrouw verzocht om ofwel de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar ofwel de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is nog steeds sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico. De terbeschikkingstelling duurt al bijna dertig jaar en het behandelplafond lijkt bereikt te zijn. De kliniek zet nu in op een overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar een nieuwe longcare voorziening binnen FPA [locatie] . Het transmuraal verlof dat nodig is voor deze overplaatsing is aangevraagd, maar het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) moet hier nog op beslissen. De familie van de terbeschikkinggestelde wordt door de kliniek goed betrokken bij deze ontwikkelingen. Er is nog tijd nodig om het plan dat de kliniek voor ogen heeft goed uit te voeren. Een overplaatsing naar FPA [locatie] zal ook een grote stap voor de terbeschikkinggestelde zijn. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is over een jaar nog niet aan de orde. Een verlenging met twee jaren is aangewezen.
Beoordeling
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Het hof is onder verbetering en aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die verbetering en aanvulling bevestigen.
Verbetering van gronden
De rechtbank heeft geoordeeld dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen verlenging van de maatregel vereist. Omdat de totale duur van de maatregel, na verlenging, een periode van vier jaren te boven gaat, kan de algemene veiligheid van goederen echter geen grond meer zijn voor verlenging (artikel 38e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht). Gelet op het uitgebrachte advies en op hetgeen overigens op de zitting naar voren is gekomen, stelt het hof vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. Het hof verbetert in zoverre de beslissing van de rechtbank.
Aanvulling van gronden
Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 29 oktober 2024 volgt dat het beoogde traject voor de terbeschikkinggestelde naar alle waarschijnlijkheid volledig kan worden gerealiseerd. Het wachten is nu op een machtiging transmuraal verlof, die nodig is voor opname in de forensische kliniek [naam 2] (horend bij FPA [locatie] ) om hem vervolgens in 2025, in de aldaar te openen longcare voorziening te laten verblijven. Op 3 oktober 2024 is het verzoek tot die machtiging ingediend. Er is nog geen bericht van het AVT. De Landelijke Adviescommissie LFPZ is van oordeel dat de LFPZ -status van de terbeschikkinggestelde opgeheven kan worden onder de opschortende voorwaarde van plaatsing van de terbeschikkinggestelde bij FPA [locatie] . Mocht er een machtiging transmuraal verlof worden toegekend, dan zal een overplaatsing niet lang op zich hoeven te laten wachten, aldus de kliniek. Voor dit beoogde traject is het nodig dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege blijft lopen. De overplaatsing naar FPA [locatie] zal een grote stap zijn voor de terbeschikkinggestelde en daarom dient het traject zorgvuldig te worden uitgevoerd en met maximale veiligheid te worden omgeven. De kliniek handhaaft het advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Afwijzing verzoek
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek om de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd, wordt afgewezen. De noodzakelijkheid hiervan is niet gebleken. Het hof ziet in het bijzonder geen aanleiding om de uitkomsten van die beslissing af te wachten, omdat het behandeltraject van de terbeschikkinggestelde hoe dan ook nog een traject zal zijn dat meer dan twee jaren in beslag gaat nemen.
Dictum
Het hof:
Wijst af het verzoek om de zaak aan te houden tot duidelijk is of het voor de terbeschikkinggestelde aangevraagde transmuraal verlof wordt goedgekeurd.
Bevestigt met verbetering en aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 28 juni 2024, met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. O.G. Schuur en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. I.A.M. Breukel en drs. H.J. Beintema, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 28 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.