Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-11-19
ECLI:NL:GHARL:2024:7034
Civiel recht
Hoger beroep
9,960 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.333.512
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn 10239565
arrest van 19 november 2024
in de zaak van
MAX Welzijnswinkel B.V.
die is gevestigd in Elspeet, gemeente Nunspeet
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde
hierna: Max
advocaat: mr. T.C. de Roon
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats1]
en bij de kantonrechter optrad als eiseres
hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. M.E. Kikkert
1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 28 mei 2024 hier over. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 1 augustus 2024.
1.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling op 1 augustus 2024 hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1.
[geïntimeerde] heeft een op maat gemaakte relaxfauteuil gekocht bij Max. Partijen verschillen van mening of de door Max geleverde relaxfauteuil aan de tussen hen gesloten koopovereenkomst beantwoordde en of [geïntimeerde] de koopovereenkomst mocht ontbinden wegens non-conformiteit.
2.2.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] bij levering niet de fauteuil heeft gekregen die zij mocht verwachten en dat Max zijn verplichting tot herstel niet op een goede manier heeft uitgevoerd. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat de koopovereenkomst is ontbonden en heeft Max veroordeeld de koopsom vermeerderd met de wettelijke rente terug te betalen aan [geïntimeerde] . Max is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en heeft hoger beroep ingesteld.
2.3.
Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bekrachtigen. Het hof zal hierna eerst de feiten bespreken (onder 3) en daarna zijn oordeel verder toelichten (onder 4).
Feiten
3.1.
Max exploiteert sinds tien jaar een winkel in, onder meer, welzijnsproducten voor mobiliteit, slapen en zitten. Max had in 2019 tussen de vijf en tien modellen relaxfauteuils in haar assortiment. Max koopt de relaxfauteuils in bij een leverancier die de stoelen op maat maakt qua hoogte, breedte en diepte en qua armlegger hoogte. Max verkoopt de relaxfauteuils zowel aan klanten met lichamelijke ongemakken als aan klanten die gewoon een relaxfauteuil willen aanschaffen.
3.2.
In 2019 heeft [geïntimeerde] de stand van Max op een seniorenbeurs bezocht omdat zij op zoek was naar een goede fauteuil. Tijdens dat gesprek heeft [geïntimeerde] een afspraak gemaakt met Max voor een huisbezoek om daar een passende fauteuil aan te meten. Het bezoek bij [geïntimeerde] thuis heeft plaatsgevonden op 4 december 2019 en is uitgevoerd door de heer [naam1] (hierna: [naam1] ). Tijdens het huisbezoek heeft [naam1] de maten van [geïntimeerde] opgenomen en heeft hij haar in verschillende fauteuils laten plaatsnemen. Op basis daarvan heeft [naam1] een offerte opgesteld voor een op maat gemaakte relaxfauteuil van het type Jaxx.
3.3.
Na aanvaarding van de offerte door [geïntimeerde] heeft Max op 18 juni 2020 de fauteuil aan [geïntimeerde] geleverd. [geïntimeerde] heeft het aankoopbedrag van € 1.945,- aan Max voldaan.
3.4.
Op 3 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven: “(…) Ik heb bij u mijn nieuwe stoel gekocht, maar ik heb er een probleem mee. Ik heb een slijmbeursontsteking gekregen van de zitting. De zitting is te hard. Ik had gevraagd om een zachte zitting. Dat heb ik nodig. Als ik midden op de stoel ga zitten voel ik dat het daar iets zachter is. Maar dan raak ik de rugleuning niet. Als ik gewoon achterin tegen de rugleuning ga zitten, dan is het daar, voor mij, te hard. Ik heb geen bulten vet op mijn achterwerk die dat op kan vangen. Graag zou ik willen dat jullie dit op kunnen lossen (…)”.
3.5.
Max heeft op 6 augustus 2024 per e-mail aan [geïntimeerde] laten weten: “(…) Wij gaan dit oplossen door een zachtere vulling in de zitting aan te laten brengen.(…)”.
3.6.
Op 7 augustus 2024 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven “(…) Dat zou ik heel erg waarderen. Vooral nadat ik het bij het aanmeten gemeld had. (…)”.
3.7.
Op 30 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] Max een e-mail gestuurd met de volgende inhoud: “(…) Zou het mogelijk zijn dat mijn stoel zo spoedig mogelijk klaar kan worden gemaakt? Want ik heb nu 3 slijmbeursonstekingen in mijn heup en kan daardoor met geen mogelijkheid zitten. Mijn slijmbeursonstekingen blijven voortduren zolang ik er in moet zitten. De medicijnen en spuiten helpen daardoor niet. Ik zit nu in een vreselijke vicieuze cirkel dat ik helemaal overspannen ervan wordt (…)”.
3.8.
Op 31 augustus 2020 heeft Max per e-mail aan [geïntimeerde] laten weten: “(…) Wij hebben bij de leverancier nagevraagd wat er mogelijk is. Zij hebben ons het volgende meegedeeld: Het klopt dat de zitting in het begin best hard is, maar dit wordt door het gebruik zachter. Om de zachtheid te versnellen kun je voor de stoel gaan staan en dan met een knie erin drukken Dit uiteraard gelijkmatig over de zitting. We kunnen er een zachtere vulling inzetten, maar dan is de vulling over een half jaar/jaar echt te zacht. Wij adviseren dit dus niet te doen (…)”.
3.9.
Op 31 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] per e-mail aan Max geantwoord: “(…) Ik weet uit ervaring van een eerdere stoel dat dat drukken met de knie niet gaat worden. Ik kan NU absoluut er niet in zitten. Daar waar het zachter is, zit veel te ver naar voren dan heb ik geen rugsteun. Daar waar ik moet zitten, achterin een stoel, wat normaal is, daar is het veel te hard. Zoals het hoort zit iedereen met de rug tegen de stoel. (…) Ik wil zachtere vulling. Dat had ik bij het aanmeten al gezegd. Dus graag wil ik dat u dit regelt met de leverancier. Een stoel van 2000,00 euro wil ik nu in kunnen zitten (…)”.
3.10.
Op 10 september 2020 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Wij kunnen de fauteuil bij u ophalen en deze laten aanpassen bij onze leverancier. Hiermee vervalt van wel iedere garantie i.v.m. de hardheid (zachtheid) van het kussen. Dit is mede omdat ze ervan overtuigd zijn dat deze alleen nog maar zachter wordt, zodat u straks spijt krijgt om dit te laten doen. Het zitkussen, zoals u die nu heeft wordt door gebruik echt nog zachter. Een zacht kussen kan dus in relatief korte tijd ook echt te zacht worden. U geeft ook aan dat het kussen in het midden wat zachter is. Dit komt, omdat u daar dan al meer hebt gezeten. Het veranderen van het zitkussen wordt alleen gedaan op eigen risico(…)”.
3.11. 10
september 2020 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail laten weten: “(…) Graag wil ik de stoel aan laten passen. Ik heb,,helaas nog nooit in het midden gezeten. Want dan heb ik geen rugsteun. Dus daar kan het niet aan liggen. Achterin waar ik hoor te zitten is vanaf het begin te hard. Oke dat de garantie, alleen op het kussen vervalt, maar de rest van de stoel blijft gewoon zijn garantie houden (…)”.
3.12.
Op 30 september 2020 heeft Max in een e-mail aan [geïntimeerde] geschreven: ”(…) De leverancier zal het vervangen van het kussen voor een zachtere vulling op uw eigen risico aanpassen (…)”.
3.13.
Op 1 oktober 2020 heeft [geïntimeerde] Max een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:“(…) ik heb gisteren , van de specialist te horen gekregen, dat ik vocht in mijn bil heb. Het lijkt mij, onder deze omstandigheden, beter om nog even te wachten met de beslissing van het zachter laten maken. Ik wordt er 15 okt aan behandeld. Dan zal het nog even beter moeten worden. Is het goed dat ik contact met u opneem, zodra de stoel toch zachter moet? (…)”.
3.14.
Op 28 oktober 2020 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail laten weten: “(…) Toch liever dat er nu een afspraak wordt gepland om de stoel zachter te maken. De afspraak bij de specialist liep niet zoals verwacht helaas (...)”.
3.15.
Op 29 oktober 2020 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Wij komen de fauteuil zaterdagmorgen 31 oktober ophalen (…)”.
3.16.
Op 3 maart 2021 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven: “(…) Ik heb bij u mijn relaxstoel stoel laten verzachten. Maar nu zit er een probleem in de rugleuning. Schijnbaar is de knop van de lende opblaaskussen, verplaatst en drukt mij nu in de rug. Dit is geen prettig gevoel. Graag zou ik willen dat er iemand naar kan kijken (…)”. Op 5 maart 2021 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail ook laten weten: “(…) de stoel zit nog steeds niet. Daar waar het zitvlak zit. In het midden. Daar zit mijn bellen niet. Daar waar mijn bellen zitten is het vreselijk zitten. Dit kan echt zo niet. Ik kom niet van mijn klachten af op deze manier verder is de stoel top. Maar ik zit nu op een tuinstoel met kussen. Die is zachter (…)”.
3.17.
Op 12 maart 2021 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geantwoord: “ (…) heeft u al geprobeerd lucht uit het lendenkussen te laten? Bij de aanpassing van uw fauteuil is met het lendenkussen niets gedaan. Is het kussen nu te hard of te zacht? Verder willen wij u er graag op wijzen dat een goede fauteuil geen medicijn is en een probleem niet gaat herstellen (…)”.
3.18.
In een e-mail van 12 maart 2021 heeft [geïntimeerde] aan Max laten weten:“(…) ik weet dat het geen medicijn is. Maar ik zal toch wel gewoon achter in de stoel moeten kunnen zitten, met mijn rug tegen de rugleuning. En ik kan daar nog geen 5 minuten zitten. Omdat het midden punt van de stoel wel zachter is, maar daar kan ik onmogelijk zitten. Achterin de zitting is het echt te hard.
Beoordeling
4.1.
Max vordert in hoger beroep, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
het vonnis van de kantonrechter te vernietigen,
de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog af te wijzen althans te ontzeggen,
[geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties,
[geïntimeerde] te veroordelen terug te betalen wat Max op grond van het vonnis aan haar heeft voldaan vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
Max voert vijf bezwaren (grieven) aan tegen het vonnis van de kantonrechter.
4.3.
[geïntimeerde] voert verweer en concludeert tot bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter. [geïntimeerde] verzoekt het hof Max te veroordelen in de kosten van beide instanties dan wel de kosten te compenseren.
4.4.
[geïntimeerde] heeft bij het sluiten van de koopovereenkomst gehandeld als consument en Max heeft gehandeld als handelaar zodat sprake van een zogenaamde consumentenkoop (artikel 7:5 Burgerlijk Wetboek (BW)). Dit betekent dat van een groot deel van de wettelijke bepalingen die zien op de koopovereenkomst niet kan worden afgeweken in het nadeel van de consument (artikel 7:6 BW). In deze wettelijke bepalingen is, onder meer, bepaald dat de door een verkoper geleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden.
Een zaak beantwoordt aan de overeenkomst als de zaak de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daarbij wordt mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Daarnaast mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (artikel 7:17 lid 2 BW). Beantwoordt de zaak niet aan de overeenkomst dan is sprake van non-conformiteit en heeft de koper, onder meer, recht op herstel van de geleverde zaak of ontbinding van de overeenkomst (artikelen 7:21 en 7:22 BW).
4.5.
Voor het beantwoorden van de vraag wat de koper op grond van de overeenkomst mag verwachten, wordt gekeken of de verkoper een mededelings- of onderzoeksplicht heeft geschonden. Daarnaast wordt beoordeeld of de koper een onderzoeksplicht heeft verzaakt. In hoeverre in een concrete situatie op de verkoper een mededelingsplicht rust en in hoeverre de koper in die situatie een onderzoeksplicht heeft, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
4.6.
Naar het oordeel van het hof heeft Max haar mededelings- en onderzoeksplicht tegenover [geïntimeerde] geschonden, met name wat betreft de hardheid van de zitting van de relaxfauteuil, waardoor [geïntimeerde] een fauteuil heeft gekocht die niet de eigenschappen bezat die [geïntimeerde] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Het hof komt tot dat oordeel om de volgende redenen, waarbij de door Max aangevoerde grieven I tot en met IV hierna gezamenlijk worden besproken.
4.7.
Uit de toelichting van Max, onder meer tijdens de mondelinge behandeling, blijkt dat zij een ruime ervaring heeft met - en gespecialiseerd is in - het aanmeten en leveren van op maat gemaakte relaxfauteuils. Het klantenbestand van Max bestaat voor een aanzienlijk deel uit klanten met een lichamelijke beperking, die juist om die reden een relaxfauteuil willen aanschaffen. Max heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat zij bij het aanmeten van een stoel kijkt hoe iemand in de stoel zit, wat de wensen van de klant zijn en wat de lichaamshouding is. [geïntimeerde] had geen eerdere ervaring met het aankopen van een op maat gemaakte relaxfauteuil. Zij heeft Max op een beurs voor senioren benaderd omdat zij een op maat gemaakte relaxfauteuil bij een gespecialiseerd bedrijf wilde aanschaffen.
4.8.
Max voert aan dat bij een op maat gemaakte relaxfauteuil de zithoogte, de zitdiepte, de zitbreedte en de armleggerhoogte worden uitgevoerd op basis van de afmetingen en wensen van de klant. Dit is anders voor wat betreft de zithardheid, aldus Max. Max licht toe dat ieder model relaxfauteuil wordt geleverd in één specifieke zithardheid. De zithardheid kan dus niet worden aangepast op basis van de afmetingen en wensen van de klant. De zitting is een vast gegeven waarvoor [geïntimeerde] zelf heeft gekozen, aldus Max. Max brengt naar voren dat zij en [geïntimeerde] voorafgaand aan of tijdens het sluiten van de koopovereenkomst niet hebben gesproken over de hardheid van de zitting. Er was dan ook geen aanleiding of noodzaak voor Max om aan [geïntimeerde] mede te delen dat de zittingshardheid niet kon worden gewijzigd of dat niet kon worden gevarieerd in de hardheid van de zitting, aldus Max, onder meer, in grief III.
4.9.
Max heeft met grief I bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de rechtbank dat [geïntimeerde] op zoek was naar een goede fauteuil omdat zij moeilijk kon zitten. Max heeft echter in de procedure bij de rechtbank erkend dat [geïntimeerde] op de beurs heeft aangegeven dat zij lastig kon zitten (conclusie van antwoord punt 2). Het hof neemt dus als vaststaand aan dat [geïntimeerde] voor het sluiten van de koopovereenkomst aan Max heeft laten weten dat zij lastig kon zitten. Het hof neemt daarbij mede in overweging dat [geïntimeerde] in e-mails van 3 augustus 2020 en 31 augustus 2020 heeft geschreven dat zij heeft laten weten dat zij een zachte zitting nodig had, hetgeen Max destijds niet heeft weersproken. Of [geïntimeerde] voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst aan Max heeft medegedeeld dat haar zitproblemen worden veroorzaakt door osteoporose – Max betwist dat – is in dat kader niet relevant. Onder de gegeven omstandigheden had het namelijk op de weg van Max gelegen, gelet op haar ervaring en specialisme, om (door) te vragen naar de door [geïntimeerde] gemelde zitproblemen. Max heeft echter niet aangevoerd– en het is ook niet gebleken – dat zij bij [geïntimeerde] heeft doorgevraagd naar deze zitproblemen. In tegendeel, Max heeft in haar memorie van grieven benadrukt dat de (niet aanpasbare) hardheid van de zitting nimmer onderwerp van gesprek is geweest tussen haar en [geïntimeerde] . Gezien de hiervoor beschreven omstandigheden onderschrijft het hof de overweging van de kantonrechter dat Max aan [geïntimeerde] had moeten mededelen dat in de hardheid van de zitting niet kon worden gevarieerd.
4.10.
Ook had Max erop moeten wijzen dat, zoals zij in de mail van 31 augustus 2020 heeft erkend, de zitting ‘in het begin best hard is’ en door gebruik zachter wordt. Deze mededeling impliceert immers dat een nieuw geleverde stoel in het begin harder is dan een al ingezeten exemplaar. Max had als specialist moeten onderzoeken in hoeverre een -tijdelijk- hardere zitting voor [geïntimeerde] een probleem zou zijn en kan zich in dit verband dus niet op een algemene ervaringsregel beroepen met betrekking tot meubels in het algemeen. Alleen als het showroommodel dat [geïntimeerde] heeft uitgeprobeerd, precies dezelfde hardheid had als een ongebruikt exemplaar had dit onderzoek achterwege kunnen blijven, maar het lag in het licht van haar uitlating in de mail van 31 augustus 2020 op de weg van Max om dat concreet toe te lichten. Max heeft dat niet gedaan.
4.11.
Onder de gegeven omstandigheden kan Max niet aan [geïntimeerde] tegenwerpen dat zij zelf heeft gekozen voor een fauteuil waarvan de zithardheid een gegeven is. Als blijkt dat de verkoper – in dit geval Max – een mededelingsplicht heeft geschonden, dan kan in het algemeen niet aan de koper – in dit geval [geïntimeerde] – worden tegengeworpen dat hij/zij te weinig onderzoek heeft gedaan.
Dictum
Het hof:
5.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn van 19 april 2023;
5.2.
veroordeelt Max in de proceskosten in hoger beroep van [geïntimeerde] :
- € 343,- aan griffierecht;
- € 1.716,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (2 procespunten x appeltarief I);
5.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;
5.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van der Korst, H.L. Wattel en M.B. Beekhoven van den Boezem en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024.
HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0407
HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2885
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.333.512
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn 10239565
arrest van 19 november 2024
in de zaak van
MAX Welzijnswinkel B.V.
die is gevestigd in Elspeet, gemeente Nunspeet
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de kantonrechter optrad als gedaagde
hierna: Max
advocaat: mr. T.C. de Roon
tegen
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats1]
en bij de kantonrechter optrad als eiseres
hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. M.E. Kikkert
1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
1.1.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 28 mei 2024 hier over. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 1 augustus 2024.
1.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling op 1 augustus 2024 hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.
2De kern van de zaak
2.1.
[geïntimeerde] heeft een op maat gemaakte relaxfauteuil gekocht bij Max. Partijen verschillen van mening of de door Max geleverde relaxfauteuil aan de tussen hen gesloten koopovereenkomst beantwoordde en of [geïntimeerde] de koopovereenkomst mocht ontbinden wegens non-conformiteit.
2.2.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] bij levering niet de fauteuil heeft gekregen die zij mocht verwachten en dat Max zijn verplichting tot herstel niet op een goede manier heeft uitgevoerd. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat de koopovereenkomst is ontbonden en heeft Max veroordeeld de koopsom vermeerderd met de wettelijke rente terug te betalen aan [geïntimeerde] . Max is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en heeft hoger beroep ingesteld.
2.3.
Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bekrachtigen. Het hof zal hierna eerst de feiten bespreken (onder 3) en daarna zijn oordeel verder toelichten (onder 4).
Feiten
3.1.
Max exploiteert sinds tien jaar een winkel in, onder meer, welzijnsproducten voor mobiliteit, slapen en zitten. Max had in 2019 tussen de vijf en tien modellen relaxfauteuils in haar assortiment. Max koopt de relaxfauteuils in bij een leverancier die de stoelen op maat maakt qua hoogte, breedte en diepte en qua armlegger hoogte. Max verkoopt de relaxfauteuils zowel aan klanten met lichamelijke ongemakken als aan klanten die gewoon een relaxfauteuil willen aanschaffen.
3.2.
In 2019 heeft [geïntimeerde] de stand van Max op een seniorenbeurs bezocht omdat zij op zoek was naar een goede fauteuil. Tijdens dat gesprek heeft [geïntimeerde] een afspraak gemaakt met Max voor een huisbezoek om daar een passende fauteuil aan te meten. Het bezoek bij [geïntimeerde] thuis heeft plaatsgevonden op 4 december 2019 en is uitgevoerd door de heer [naam1] (hierna: [naam1] ). Tijdens het huisbezoek heeft [naam1] de maten van [geïntimeerde] opgenomen en heeft hij haar in verschillende fauteuils laten plaatsnemen. Op basis daarvan heeft [naam1] een offerte opgesteld voor een op maat gemaakte relaxfauteuil van het type Jaxx.
3.3.
Na aanvaarding van de offerte door [geïntimeerde] heeft Max op 18 juni 2020 de fauteuil aan [geïntimeerde] geleverd. [geïntimeerde] heeft het aankoopbedrag van € 1.945,- aan Max voldaan.
3.4.
Op 3 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven: “(…) Ik heb bij u mijn nieuwe stoel gekocht, maar ik heb er een probleem mee. Ik heb een slijmbeursontsteking gekregen van de zitting. De zitting is te hard. Ik had gevraagd om een zachte zitting. Dat heb ik nodig. Als ik midden op de stoel ga zitten voel ik dat het daar iets zachter is. Maar dan raak ik de rugleuning niet. Als ik gewoon achterin tegen de rugleuning ga zitten, dan is het daar, voor mij, te hard. Ik heb geen bulten vet op mijn achterwerk die dat op kan vangen. Graag zou ik willen dat jullie dit op kunnen lossen (…)”.
3.5.
Max heeft op 6 augustus 2024 per e-mail aan [geïntimeerde] laten weten: “(…) Wij gaan dit oplossen door een zachtere vulling in de zitting aan te laten brengen.(…)”.
3.6.
Op 7 augustus 2024 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven “(…) Dat zou ik heel erg waarderen. Vooral nadat ik het bij het aanmeten gemeld had. (…)”.
3.7.
Op 30 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] Max een e-mail gestuurd met de volgende inhoud: “(…) Zou het mogelijk zijn dat mijn stoel zo spoedig mogelijk klaar kan worden gemaakt? Want ik heb nu 3 slijmbeursonstekingen in mijn heup en kan daardoor met geen mogelijkheid zitten. Mijn slijmbeursonstekingen blijven voortduren zolang ik er in moet zitten. De medicijnen en spuiten helpen daardoor niet. Ik zit nu in een vreselijke vicieuze cirkel dat ik helemaal overspannen ervan wordt (…)”.
3.8.
Op 31 augustus 2020 heeft Max per e-mail aan [geïntimeerde] laten weten: “(…) Wij hebben bij de leverancier nagevraagd wat er mogelijk is. Zij hebben ons het volgende meegedeeld: Het klopt dat de zitting in het begin best hard is, maar dit wordt door het gebruik zachter. Om de zachtheid te versnellen kun je voor de stoel gaan staan en dan met een knie erin drukken Dit uiteraard gelijkmatig over de zitting. We kunnen er een zachtere vulling inzetten, maar dan is de vulling over een half jaar/jaar echt te zacht. Wij adviseren dit dus niet te doen (…)”.
3.9.
Op 31 augustus 2020 heeft [geïntimeerde] per e-mail aan Max geantwoord: “(…) Ik weet uit ervaring van een eerdere stoel dat dat drukken met de knie niet gaat worden. Ik kan NU absoluut er niet in zitten. Daar waar het zachter is, zit veel te ver naar voren dan heb ik geen rugsteun. Daar waar ik moet zitten, achterin een stoel, wat normaal is, daar is het veel te hard. Zoals het hoort zit iedereen met de rug tegen de stoel. (…) Ik wil zachtere vulling. Dat had ik bij het aanmeten al gezegd. Dus graag wil ik dat u dit regelt met de leverancier. Een stoel van 2000,00 euro wil ik nu in kunnen zitten (…)”.
3.10.
Op 10 september 2020 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Wij kunnen de fauteuil bij u ophalen en deze laten aanpassen bij onze leverancier. Hiermee vervalt van wel iedere garantie i.v.m. de hardheid (zachtheid) van het kussen. Dit is mede omdat ze ervan overtuigd zijn dat deze alleen nog maar zachter wordt, zodat u straks spijt krijgt om dit te laten doen. Het zitkussen, zoals u die nu heeft wordt door gebruik echt nog zachter. Een zacht kussen kan dus in relatief korte tijd ook echt te zacht worden. U geeft ook aan dat het kussen in het midden wat zachter is. Dit komt, omdat u daar dan al meer hebt gezeten. Het veranderen van het zitkussen wordt alleen gedaan op eigen risico(…)”.
3.11. 10
september 2020 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail laten weten: “(…) Graag wil ik de stoel aan laten passen. Ik heb,,helaas nog nooit in het midden gezeten. Want dan heb ik geen rugsteun. Dus daar kan het niet aan liggen. Achterin waar ik hoor te zitten is vanaf het begin te hard. Oke dat de garantie, alleen op het kussen vervalt, maar de rest van de stoel blijft gewoon zijn garantie houden (…)”.
3.12.
Op 30 september 2020 heeft Max in een e-mail aan [geïntimeerde] geschreven: ”(…) De leverancier zal het vervangen van het kussen voor een zachtere vulling op uw eigen risico aanpassen (…)”.
3.13.
Op 1 oktober 2020 heeft [geïntimeerde] Max een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:“(…) ik heb gisteren , van de specialist te horen gekregen, dat ik vocht in mijn bil heb. Het lijkt mij, onder deze omstandigheden, beter om nog even te wachten met de beslissing van het zachter laten maken. Ik wordt er 15 okt aan behandeld. Dan zal het nog even beter moeten worden. Is het goed dat ik contact met u opneem, zodra de stoel toch zachter moet? (…)”.
3.14.
Op 28 oktober 2020 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail laten weten: “(…) Toch liever dat er nu een afspraak wordt gepland om de stoel zachter te maken. De afspraak bij de specialist liep niet zoals verwacht helaas (...)”.
3.15.
Op 29 oktober 2020 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) Wij komen de fauteuil zaterdagmorgen 31 oktober ophalen (…)”.
3.16.
Op 3 maart 2021 heeft [geïntimeerde] in een e-mailbericht aan Max geschreven: “(…) Ik heb bij u mijn relaxstoel stoel laten verzachten. Maar nu zit er een probleem in de rugleuning. Schijnbaar is de knop van de lende opblaaskussen, verplaatst en drukt mij nu in de rug. Dit is geen prettig gevoel. Graag zou ik willen dat er iemand naar kan kijken (…)”. Op 5 maart 2021 heeft [geïntimeerde] Max per e-mail ook laten weten: “(…) de stoel zit nog steeds niet. Daar waar het zitvlak zit. In het midden. Daar zit mijn bellen niet. Daar waar mijn bellen zitten is het vreselijk zitten. Dit kan echt zo niet. Ik kom niet van mijn klachten af op deze manier verder is de stoel top. Maar ik zit nu op een tuinstoel met kussen. Die is zachter (…)”.
3.17.
Op 12 maart 2021 heeft Max in een e-mailbericht aan [geïntimeerde] geantwoord: “ (…) heeft u al geprobeerd lucht uit het lendenkussen te laten? Bij de aanpassing van uw fauteuil is met het lendenkussen niets gedaan. Is het kussen nu te hard of te zacht? Verder willen wij u er graag op wijzen dat een goede fauteuil geen medicijn is en een probleem niet gaat herstellen (…)”.
3.18.
In een e-mail van 12 maart 2021 heeft [geïntimeerde] aan Max laten weten:“(…) ik weet dat het geen medicijn is. Maar ik zal toch wel gewoon achter in de stoel moeten kunnen zitten, met mijn rug tegen de rugleuning. En ik kan daar nog geen 5 minuten zitten. Omdat het midden punt van de stoel wel zachter is, maar daar kan ik onmogelijk zitten. Achterin de zitting is het echt te hard.
Beoordeling
4.1.
Max vordert in hoger beroep, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
het vonnis van de kantonrechter te vernietigen,
de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog af te wijzen althans te ontzeggen,
[geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties,
[geïntimeerde] te veroordelen terug te betalen wat Max op grond van het vonnis aan haar heeft voldaan vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
Max voert vijf bezwaren (grieven) aan tegen het vonnis van de kantonrechter.
4.3.
[geïntimeerde] voert verweer en concludeert tot bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter. [geïntimeerde] verzoekt het hof Max te veroordelen in de kosten van beide instanties dan wel de kosten te compenseren.
4.4.
[geïntimeerde] heeft bij het sluiten van de koopovereenkomst gehandeld als consument en Max heeft gehandeld als handelaar zodat sprake van een zogenaamde consumentenkoop (artikel 7:5 Burgerlijk Wetboek (BW)). Dit betekent dat van een groot deel van de wettelijke bepalingen die zien op de koopovereenkomst niet kan worden afgeweken in het nadeel van de consument (artikel 7:6 BW). In deze wettelijke bepalingen is, onder meer, bepaald dat de door een verkoper geleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden.
Een zaak beantwoordt aan de overeenkomst als de zaak de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daarbij wordt mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Daarnaast mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (artikel 7:17 lid 2 BW). Beantwoordt de zaak niet aan de overeenkomst dan is sprake van non-conformiteit en heeft de koper, onder meer, recht op herstel van de geleverde zaak of ontbinding van de overeenkomst (artikelen 7:21 en 7:22 BW).
4.5.
Voor het beantwoorden van de vraag wat de koper op grond van de overeenkomst mag verwachten, wordt gekeken of de verkoper een mededelings- of onderzoeksplicht heeft geschonden. Daarnaast wordt beoordeeld of de koper een onderzoeksplicht heeft verzaakt. In hoeverre in een concrete situatie op de verkoper een mededelingsplicht rust en in hoeverre de koper in die situatie een onderzoeksplicht heeft, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
4.6.
Naar het oordeel van het hof heeft Max haar mededelings- en onderzoeksplicht tegenover [geïntimeerde] geschonden, met name wat betreft de hardheid van de zitting van de relaxfauteuil, waardoor [geïntimeerde] een fauteuil heeft gekocht die niet de eigenschappen bezat die [geïntimeerde] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Het hof komt tot dat oordeel om de volgende redenen, waarbij de door Max aangevoerde grieven I tot en met IV hierna gezamenlijk worden besproken.
4.7.
Uit de toelichting van Max, onder meer tijdens de mondelinge behandeling, blijkt dat zij een ruime ervaring heeft met - en gespecialiseerd is in - het aanmeten en leveren van op maat gemaakte relaxfauteuils. Het klantenbestand van Max bestaat voor een aanzienlijk deel uit klanten met een lichamelijke beperking, die juist om die reden een relaxfauteuil willen aanschaffen. Max heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat zij bij het aanmeten van een stoel kijkt hoe iemand in de stoel zit, wat de wensen van de klant zijn en wat de lichaamshouding is. [geïntimeerde] had geen eerdere ervaring met het aankopen van een op maat gemaakte relaxfauteuil. Zij heeft Max op een beurs voor senioren benaderd omdat zij een op maat gemaakte relaxfauteuil bij een gespecialiseerd bedrijf wilde aanschaffen.
4.8.
Max voert aan dat bij een op maat gemaakte relaxfauteuil de zithoogte, de zitdiepte, de zitbreedte en de armleggerhoogte worden uitgevoerd op basis van de afmetingen en wensen van de klant. Dit is anders voor wat betreft de zithardheid, aldus Max. Max licht toe dat ieder model relaxfauteuil wordt geleverd in één specifieke zithardheid. De zithardheid kan dus niet worden aangepast op basis van de afmetingen en wensen van de klant. De zitting is een vast gegeven waarvoor [geïntimeerde] zelf heeft gekozen, aldus Max. Max brengt naar voren dat zij en [geïntimeerde] voorafgaand aan of tijdens het sluiten van de koopovereenkomst niet hebben gesproken over de hardheid van de zitting. Er was dan ook geen aanleiding of noodzaak voor Max om aan [geïntimeerde] mede te delen dat de zittingshardheid niet kon worden gewijzigd of dat niet kon worden gevarieerd in de hardheid van de zitting, aldus Max, onder meer, in grief III.
4.9.
Max heeft met grief I bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de rechtbank dat [geïntimeerde] op zoek was naar een goede fauteuil omdat zij moeilijk kon zitten. Max heeft echter in de procedure bij de rechtbank erkend dat [geïntimeerde] op de beurs heeft aangegeven dat zij lastig kon zitten (conclusie van antwoord punt 2). Het hof neemt dus als vaststaand aan dat [geïntimeerde] voor het sluiten van de koopovereenkomst aan Max heeft laten weten dat zij lastig kon zitten. Het hof neemt daarbij mede in overweging dat [geïntimeerde] in e-mails van 3 augustus 2020 en 31 augustus 2020 heeft geschreven dat zij heeft laten weten dat zij een zachte zitting nodig had, hetgeen Max destijds niet heeft weersproken. Of [geïntimeerde] voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst aan Max heeft medegedeeld dat haar zitproblemen worden veroorzaakt door osteoporose – Max betwist dat – is in dat kader niet relevant. Onder de gegeven omstandigheden had het namelijk op de weg van Max gelegen, gelet op haar ervaring en specialisme, om (door) te vragen naar de door [geïntimeerde] gemelde zitproblemen. Max heeft echter niet aangevoerd– en het is ook niet gebleken – dat zij bij [geïntimeerde] heeft doorgevraagd naar deze zitproblemen. In tegendeel, Max heeft in haar memorie van grieven benadrukt dat de (niet aanpasbare) hardheid van de zitting nimmer onderwerp van gesprek is geweest tussen haar en [geïntimeerde] . Gezien de hiervoor beschreven omstandigheden onderschrijft het hof de overweging van de kantonrechter dat Max aan [geïntimeerde] had moeten mededelen dat in de hardheid van de zitting niet kon worden gevarieerd.
4.10.
Ook had Max erop moeten wijzen dat, zoals zij in de mail van 31 augustus 2020 heeft erkend, de zitting ‘in het begin best hard is’ en door gebruik zachter wordt. Deze mededeling impliceert immers dat een nieuw geleverde stoel in het begin harder is dan een al ingezeten exemplaar. Max had als specialist moeten onderzoeken in hoeverre een -tijdelijk- hardere zitting voor [geïntimeerde] een probleem zou zijn en kan zich in dit verband dus niet op een algemene ervaringsregel beroepen met betrekking tot meubels in het algemeen. Alleen als het showroommodel dat [geïntimeerde] heeft uitgeprobeerd, precies dezelfde hardheid had als een ongebruikt exemplaar had dit onderzoek achterwege kunnen blijven, maar het lag in het licht van haar uitlating in de mail van 31 augustus 2020 op de weg van Max om dat concreet toe te lichten. Max heeft dat niet gedaan.
4.11.
Onder de gegeven omstandigheden kan Max niet aan [geïntimeerde] tegenwerpen dat zij zelf heeft gekozen voor een fauteuil waarvan de zithardheid een gegeven is. Als blijkt dat de verkoper – in dit geval Max – een mededelingsplicht heeft geschonden, dan kan in het algemeen niet aan de koper – in dit geval [geïntimeerde] – worden tegengeworpen dat hij/zij te weinig onderzoek heeft gedaan.
Dictum
Het hof:
5.1.
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn van 19 april 2023;
5.2.
veroordeelt Max in de proceskosten in hoger beroep van [geïntimeerde] :
- € 343,- aan griffierecht;
- € 1.716,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (2 procespunten x appeltarief I);
5.3.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;
5.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van der Korst, H.L. Wattel en M.B. Beekhoven van den Boezem en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024.
HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0407
HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2885