Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-05-30
ECLI:NL:GHARL:2024:5179
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
2,810 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
verblijvende in [de kliniek] (de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 18 juli 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als genoemd in de tussenbeslissing van het hof van 1 februari 2024 en daarnaast op het proces-verbaal van de zittingen van het hof van 18 januari 2024 en van 4 april 2024.
Het hof heeft ter zitting van 30 mei 2024 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage . De terbeschikkinggestelde was via een videoverbinding verbonden met de zittingszaal.
Het hof heeft ter zitting ook gehoord de heer I.N. van Gerven, GZ-psycholoog en hoofdbehandeling verbonden aan de kliniek (hierna: de deskundige).
Overwegingen
De deskundige
De deskundige heeft ter zitting, kort samengevat, naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde lange tijd op een afdeling voor intensieve zorg heeft verbleven. De kliniek merkt dat de behandelinterventies geen effect lijken te hebben. Dat leidt tot frustraties bij de terbeschikkinggestelde. Er zijn recent nieuwe rapportages van externe deskundigen en een nieuw verlengingsadvies uitgebracht. In dat verlengingsadvies is opgenomen dat men een stap wil maken naar onbegeleid verlof. Een van de externe rapporteurs heeft geadviseerd de terbeschikkinggestelde te laten observeren in het Pieter Baan Centrum. De verwachting van de kliniek is dat de terbeschikkinggestelde daaraan niet zou willen meewerken en dat een dergelijke overplaatsing tot veel onrust zou leiden. In het nieuwe verlengingsadvies wordt ook melding gemaakt van een in de afgelopen periode opgelegde afzonderingsmaatregel. Naast het aanvragen van onbegeleid verlof wil de kliniek het spoor bewandelen van een aanmelding bij een long care voorziening.
Het standpunten
Ter zitting is aan de orde gesteld dat noch het hof, noch de advocaat-generaal beschikken over de door deskundige genoemde nieuwe stukken. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman hebben aangegeven dat – alleen uit praktische overwegingen – de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar dient te worden verlengd, zodat de zaak op korte termijn weer bij de rechtbank aan de orde kan komen. Daarbij heeft de advocaat-generaal nog expliciet opgemerkt dat uit haar standpunt niet de verwachting kan worden ontleend dat het openbaar ministerie geen nieuwe vordering tot verlenging van de maatregel zal indienen.
Beoordeling
Het hof komt tot een andere beslissing dan de rechtbank en zal daarom de beslissing vernietigen.
Stoornis en recidivegevaar
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis met een licht verstandelijke beperking en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en paranoïde trekken. Daarnaast is sprake van stoornissen in gebruik van alcohol en cannabis. Bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling schat de kliniek het risico op gewelddadig gedrag door de terbeschikkinggestelde in als hoog.
De verlenging
Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Over de duur van deze verlenging overweegt het hof als volgt.
Op de zitting van 30 mei 2024 bleek dat een nieuw verlengingsadvies en nieuwe rapportages van externe rapporteurs waren uitgebracht. Over deze stukken beschikte het hof niet. Uit hetgeen de deskundige heeft naar voren gebracht leidt het hof af dat de kliniek een nieuw twee sporen beleid wil volgen, maar ook dat de externe rapporteurs kennelijk niet eenduidig hebben geadviseerd. Deze nieuwe informatie is relevant voor de voortgang van het behandeltraject. Aanhouding van de zaak voor het opvragen van deze stukken zou leiden tot verdere vertraging van de procedure bij het hof. Het eerste verlengingsjaar zou al voorbij zijn voordat de zaak opnieuw op een zitting van het hof kan worden behandeld. Gelet hierop ziet het hof redenen van doelmatigheid om de terbeschikkingstelling in dit geval met slechts één jaar te verlengen. Dat heeft mede tot gevolg dat op betrekkelijk korte termijn de verlenging van de terbeschikkingstelling aan de rechtbank kan worden voorgelegd. De rechtbank kan alsdan beslissen op die nieuwe vordering met inachtneming van alle (nieuwe) stukken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 18 juli 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. R.A. Graaff en dr. E.L.M. Klein Haneveld, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 30 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
verblijvende in [de kliniek] (de kliniek),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 18 juli 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als genoemd in de tussenbeslissing van het hof van 1 februari 2024 en daarnaast op het proces-verbaal van de zittingen van het hof van 18 januari 2024 en van 4 april 2024.
Het hof heeft ter zitting van 30 mei 2024 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage . De terbeschikkinggestelde was via een videoverbinding verbonden met de zittingszaal.
Het hof heeft ter zitting ook gehoord de heer I.N. van Gerven, GZ-psycholoog en hoofdbehandeling verbonden aan de kliniek (hierna: de deskundige).
Overwegingen
De deskundige
De deskundige heeft ter zitting, kort samengevat, naar voren gebracht dat de terbeschikkinggestelde lange tijd op een afdeling voor intensieve zorg heeft verbleven. De kliniek merkt dat de behandelinterventies geen effect lijken te hebben. Dat leidt tot frustraties bij de terbeschikkinggestelde. Er zijn recent nieuwe rapportages van externe deskundigen en een nieuw verlengingsadvies uitgebracht. In dat verlengingsadvies is opgenomen dat men een stap wil maken naar onbegeleid verlof. Een van de externe rapporteurs heeft geadviseerd de terbeschikkinggestelde te laten observeren in het Pieter Baan Centrum. De verwachting van de kliniek is dat de terbeschikkinggestelde daaraan niet zou willen meewerken en dat een dergelijke overplaatsing tot veel onrust zou leiden. In het nieuwe verlengingsadvies wordt ook melding gemaakt van een in de afgelopen periode opgelegde afzonderingsmaatregel. Naast het aanvragen van onbegeleid verlof wil de kliniek het spoor bewandelen van een aanmelding bij een long care voorziening.
Het standpunten
Ter zitting is aan de orde gesteld dat noch het hof, noch de advocaat-generaal beschikken over de door deskundige genoemde nieuwe stukken. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman hebben aangegeven dat – alleen uit praktische overwegingen – de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar dient te worden verlengd, zodat de zaak op korte termijn weer bij de rechtbank aan de orde kan komen. Daarbij heeft de advocaat-generaal nog expliciet opgemerkt dat uit haar standpunt niet de verwachting kan worden ontleend dat het openbaar ministerie geen nieuwe vordering tot verlenging van de maatregel zal indienen.
Beoordeling
Het hof komt tot een andere beslissing dan de rechtbank en zal daarom de beslissing vernietigen.
Stoornis en recidivegevaar
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis met een licht verstandelijke beperking en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en paranoïde trekken. Daarnaast is sprake van stoornissen in gebruik van alcohol en cannabis. Bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling schat de kliniek het risico op gewelddadig gedrag door de terbeschikkinggestelde in als hoog.
De verlenging
Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Over de duur van deze verlenging overweegt het hof als volgt.
Op de zitting van 30 mei 2024 bleek dat een nieuw verlengingsadvies en nieuwe rapportages van externe rapporteurs waren uitgebracht. Over deze stukken beschikte het hof niet. Uit hetgeen de deskundige heeft naar voren gebracht leidt het hof af dat de kliniek een nieuw twee sporen beleid wil volgen, maar ook dat de externe rapporteurs kennelijk niet eenduidig hebben geadviseerd. Deze nieuwe informatie is relevant voor de voortgang van het behandeltraject. Aanhouding van de zaak voor het opvragen van deze stukken zou leiden tot verdere vertraging van de procedure bij het hof. Het eerste verlengingsjaar zou al voorbij zijn voordat de zaak opnieuw op een zitting van het hof kan worden behandeld. Gelet hierop ziet het hof redenen van doelmatigheid om de terbeschikkingstelling in dit geval met slechts één jaar te verlengen. Dat heeft mede tot gevolg dat op betrekkelijk korte termijn de verlenging van de terbeschikkingstelling aan de rechtbank kan worden voorgelegd. De rechtbank kan alsdan beslissen op die nieuwe vordering met inachtneming van alle (nieuwe) stukken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 18 juli 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. R.A. Graaff en dr. E.L.M. Klein Haneveld, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 30 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.