Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-10-24
ECLI:NL:GHARL:2023:9008
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
2,388 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.621/01
CJIB-nummer
: 247736273
Uitspraak d.d.
: 24 oktober 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 februari 2022 om 17:46 uur op de Van Leeuwenhoeklaan in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken]
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de gedraging wordt ontkend en dat deze onvoldoende is bewezen. Hij herhaalt daartoe eerder in de procedure aangevoerde gronden te weten dat het stoplicht net op groen sprong, de betrokkene een beroep doet op de ontruimingstijd, de ambtenaar niet heeft gezien welke kleur het voor de betrokkene bestemde verkeerslicht had, en hij weliswaar aangeeft op een later moment de verkeerslichten lichten te hebben gecontroleerd, maar niet hoe hij dat heeft gedaan, hoe de lichten zijn afgesteld of wat daaromtrent uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt. De gemachtigde verwijst daarbij naar de arresten van het hof van 15 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5337 en 13 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4941.
3. In de door de gemachtigde genoemde arresten was sprake van een visuele waarneming van een ambtenaar die zelf groen licht had, geen zicht had op het verkeerslicht voor verkeer uit een conflicterende rijrichting en uit het oprijden van verkeer uit die conflicterende rijrichting afleidde dat dit verkeer door rood moest zijn gereden. Dat is in deze zaak niet het geval.
4. De ambtenaar heeft het volgende verklaard. Hij reed op de politiemotor op de Boerhavelaan richting de Van Leeuwenhoeklaan. Aan beide zijden van de Van Leeuwenhoeklaan staan op het fietspad, recht tegenover elkaar, verkeerslichten die gelijktijdig werken. Hij zag dat aan zijn zijde van de Van Leeuwenhoeklaan het verkeerslicht voor het fietspad rood licht uitstraalde. Dit is dus hetzelfde als aan de andere zijde waar de betrokkene voor stond. Hij zag dat de betrokkene de Van Leeuwenhoekstraat overstak terwijl het verkeerslicht aan de zijde van de ambtenaar rood licht uitstraalde. Later heeft hij gecontroleerd of beide verkeerslichten dezelfde werking hebben. Dit bleek het geval. Bij de staandehouding heeft de betrokkene volgens het zaakoverzicht en nadat hem de cautie was gegeven verklaard: “het werd bijna groen dacht ik.”
5. Anders dan in de door de gemachtigde genoemde arresten had de ambtenaar in dit geval rechtstreeks zicht op één van beide verkeerslichten op het fietspad aan de Van Leeuwenhoeklaan. Hij heeft de gelijktijdige werking daarvan gecontroleerd. De verklaring van de ambtenaar kan in dit geval de conclusie rechtvaardigen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
6. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.621/01
CJIB-nummer
: 247736273
Uitspraak d.d.
: 24 oktober 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 170,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 februari 2022 om 17:46 uur op de Van Leeuwenhoeklaan in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [kenteken]
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de gedraging wordt ontkend en dat deze onvoldoende is bewezen. Hij herhaalt daartoe eerder in de procedure aangevoerde gronden te weten dat het stoplicht net op groen sprong, de betrokkene een beroep doet op de ontruimingstijd, de ambtenaar niet heeft gezien welke kleur het voor de betrokkene bestemde verkeerslicht had, en hij weliswaar aangeeft op een later moment de verkeerslichten lichten te hebben gecontroleerd, maar niet hoe hij dat heeft gedaan, hoe de lichten zijn afgesteld of wat daaromtrent uit de technische gegevens van de betreffende verkeersregelinstallatie blijkt. De gemachtigde verwijst daarbij naar de arresten van het hof van 15 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5337 en 13 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4941.
3. In de door de gemachtigde genoemde arresten was sprake van een visuele waarneming van een ambtenaar die zelf groen licht had, geen zicht had op het verkeerslicht voor verkeer uit een conflicterende rijrichting en uit het oprijden van verkeer uit die conflicterende rijrichting afleidde dat dit verkeer door rood moest zijn gereden. Dat is in deze zaak niet het geval.
4. De ambtenaar heeft het volgende verklaard. Hij reed op de politiemotor op de Boerhavelaan richting de Van Leeuwenhoeklaan. Aan beide zijden van de Van Leeuwenhoeklaan staan op het fietspad, recht tegenover elkaar, verkeerslichten die gelijktijdig werken. Hij zag dat aan zijn zijde van de Van Leeuwenhoeklaan het verkeerslicht voor het fietspad rood licht uitstraalde. Dit is dus hetzelfde als aan de andere zijde waar de betrokkene voor stond. Hij zag dat de betrokkene de Van Leeuwenhoekstraat overstak terwijl het verkeerslicht aan de zijde van de ambtenaar rood licht uitstraalde. Later heeft hij gecontroleerd of beide verkeerslichten dezelfde werking hebben. Dit bleek het geval. Bij de staandehouding heeft de betrokkene volgens het zaakoverzicht en nadat hem de cautie was gegeven verklaard: “het werd bijna groen dacht ik.”
5. Anders dan in de door de gemachtigde genoemde arresten had de ambtenaar in dit geval rechtstreeks zicht op één van beide verkeerslichten op het fietspad aan de Van Leeuwenhoeklaan. Hij heeft de gelijktijdige werking daarvan gecontroleerd. De verklaring van de ambtenaar kan in dit geval de conclusie rechtvaardigen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht.
6. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.