Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-09-28
ECLI:NL:GHARL:2023:8282
Strafrecht
Hoger beroep
3,874 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de jeugdige]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
op dit moment verblijvende in Forensisch Centrum (hierna: FC) [locatie] te [plaats] ,
verder te noemen: de jeugdige.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 7 april 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) met een termijn van 24 maanden.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 13 april 2023 waarbij de jeugdige beroep heeft ingesteld;
- het zesde perspectiefplan, gedateerd 10 juni 2023, en
- de aanvullende informatie van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (hierna: RJJI) [locatie 2] (hierna: de jeugdinrichting), gedateerd 25 augustus 2023.
Het hof heeft ter zitting van 14 september 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.H.A.J. Slaats, advocaat te Eindhoven.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord:
- de deskundige [naam] , GZ-psycholoog, verbonden aan de jeugdinrichting, en
- de deskundige [naam] , gedragswetenschapper, verbonden aan de RJJI [locatie 3] .
Overwegingen
Het standpunt van de jeugdige
De raadsman heeft verzocht de verlenging van de PIJ-maatregel te beperken tot 18 maanden. Binnen de PIJ-maatregel kwam de behandeling in RJJI [locatie 4] en vervolgens in RJJI [locatie 3] niet van de grond, waardoor de jeugdige onduidelijkheden ervoer en geagiteerd raakte. Hier ontstonden weer nieuwe incidenten waardoor hij in juni 2023 werd overgeplaatst naar de jeugdinrichting. Nu wordt de jeugdige verdacht van een ernstig strafbaar feit, terwijl hij stelt hier niets mee te maken te hebben en niemand te willen verklikken. Hij verblijft nu tijdelijk in FC [locatie 1] en mogelijk wordt de jeugdige weer overgeplaatst. Er dreigt een vicieuze cirkel. Het is de vraag of de PIJ-maatregel dan nog wel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Een verlenging met 24 maanden is een lange periode, maar ook na de beslissing van de rechtbank zijn er nieuwe incidenten geweest. Verder is er een nieuwe verdenking gerezen. Er is sprake van een zorgelijke situatie, ook gezien de psychische problematiek bij de jeugdige.
Beoordeling
Vernietiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het hof tot een andere beslissing komt wat betreft de duur van de verlenging van de PIJ-maatregel.
Indexdelict
Bij vonnis van 27 november 2020 heeft de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, de jeugdige ter zake van (onder andere en kort weergegeven) poging tot diefstal met geweld in vereniging in de nacht en in een woning met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg veroordeeld en hem onder meer de PIJ-maatregel voorwaardelijk opgelegd en daaraan bijzondere voorwaarden verbonden. Bij beslissing van 23 maart 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Verlenging van de PIJ-maatregel
Het hof stelt voorop dat het voor een verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de verlenging van de maatregel eist. Daarnaast is vereist dat verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de jeugdige.
Stoornis en recidivegevaar
Het verlengingsadvies van 24 januari 2023 van RJJI [locatie 3] houdt in dat bij de jeugdige sprake is van een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis en van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Daarnaast wordt een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling gezien. De RJJI schat het recidiverisico binnen de veiligheids- en juridische kaders die in de inrichting gelden in als hoog. Het risico wordt verhoogd wanneer het pedagogische klimaat en het juridische kader weg zou vallen.
Het hof verbindt hieraan de conclusie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de PIJ-maatregel eist en dat deze verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige.
De duur van de verlenging
Bij de start van de PIJ-maatregel op 23 maart 2021 is de jeugdige geplaatst in RJJI [locatie 4] . Na meerdere (gewelds)incidenten is de jeugdige overgeplaatst naar de RJJI [locatie 3] . Na weer nieuwe incidenten is hij vervolgens overgeplaatst naar de jeugdinrichting. Hangende de hoger beroepsprocedure is een verdenking ontstaan met betrekking tot een ernstig geweldsincident en is de jeugdige tijdelijk geplaatst in FC [locatie 1] . Mogelijk is wederom een herselectie van de jeugdige aanstaande.
Het hof ziet een zorgelijke situatie ontstaan. Het aantal overplaatsingen in betrekkelijk korte tijd suggereert dat begeleiding en behandeling van de jeugdige binnen de kaders van de RJJI’s ingewikkeld is. Het hof acht het in het belang van de jeugdige dat de komende periode nogmaals wordt gekeken naar beïnvloedingsmogelijkheden en dat ook moet worden bezien of andere behandelingen, zoals bijvoorbeeld die binnen een kliniek voor volwassenen, beter passend kunnen zijn om de (dreigende) impasse te doorbreken.
Gezien de weergegeven zorgelijke situatie en om de ontwikkeling beter te kunnen volgen, ziet het hof aanleiding de PIJ-maatregel te verlengen met een periode van 18 maanden. Binnen deze periode bestaat mogelijk ook meer duidelijkheid over de ontstane verdenking ten aanzien van het vermelde incident in de jeugdinrichting.
Einddatum
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering stelt het hof, in afwijking van de in beslissing van de rechtbank genoemde datum, vast dat tenzij beslist wordt tot verdere verlenging, de maatregel voorwaardelijk zal eindigen op 3 september 2024 en onvoorwaardelijk zal eindigen op 3 september 2025.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 7 april 2023 met betrekking tot de jeugdige, [de jeugdige] .
Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van 18 (achttien) maanden.
Aldus gedaan door
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M. Keppels, raadsheren,
en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 28 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de jeugdige]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
op dit moment verblijvende in Forensisch Centrum (hierna: FC) [locatie] te [plaats] ,
verder te noemen: de jeugdige.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 7 april 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) met een termijn van 24 maanden.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 13 april 2023 waarbij de jeugdige beroep heeft ingesteld;
- het zesde perspectiefplan, gedateerd 10 juni 2023, en
- de aanvullende informatie van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (hierna: RJJI) [locatie 2] (hierna: de jeugdinrichting), gedateerd 25 augustus 2023.
Het hof heeft ter zitting van 14 september 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.H.A.J. Slaats, advocaat te Eindhoven.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord:
- de deskundige [naam] , GZ-psycholoog, verbonden aan de jeugdinrichting, en
- de deskundige [naam] , gedragswetenschapper, verbonden aan de RJJI [locatie 3] .
Overwegingen
Het standpunt van de jeugdige
De raadsman heeft verzocht de verlenging van de PIJ-maatregel te beperken tot 18 maanden. Binnen de PIJ-maatregel kwam de behandeling in RJJI [locatie 4] en vervolgens in RJJI [locatie 3] niet van de grond, waardoor de jeugdige onduidelijkheden ervoer en geagiteerd raakte. Hier ontstonden weer nieuwe incidenten waardoor hij in juni 2023 werd overgeplaatst naar de jeugdinrichting. Nu wordt de jeugdige verdacht van een ernstig strafbaar feit, terwijl hij stelt hier niets mee te maken te hebben en niemand te willen verklikken. Hij verblijft nu tijdelijk in FC [locatie 1] en mogelijk wordt de jeugdige weer overgeplaatst. Er dreigt een vicieuze cirkel. Het is de vraag of de PIJ-maatregel dan nog wel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Een verlenging met 24 maanden is een lange periode, maar ook na de beslissing van de rechtbank zijn er nieuwe incidenten geweest. Verder is er een nieuwe verdenking gerezen. Er is sprake van een zorgelijke situatie, ook gezien de psychische problematiek bij de jeugdige.
Beoordeling
Vernietiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het hof tot een andere beslissing komt wat betreft de duur van de verlenging van de PIJ-maatregel.
Indexdelict
Bij vonnis van 27 november 2020 heeft de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, de jeugdige ter zake van (onder andere en kort weergegeven) poging tot diefstal met geweld in vereniging in de nacht en in een woning met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg veroordeeld en hem onder meer de PIJ-maatregel voorwaardelijk opgelegd en daaraan bijzondere voorwaarden verbonden. Bij beslissing van 23 maart 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Verlenging van de PIJ-maatregel
Het hof stelt voorop dat het voor een verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de verlenging van de maatregel eist. Daarnaast is vereist dat verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de jeugdige.
Stoornis en recidivegevaar
Het verlengingsadvies van 24 januari 2023 van RJJI [locatie 3] houdt in dat bij de jeugdige sprake is van een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis en van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Daarnaast wordt een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling gezien. De RJJI schat het recidiverisico binnen de veiligheids- en juridische kaders die in de inrichting gelden in als hoog. Het risico wordt verhoogd wanneer het pedagogische klimaat en het juridische kader weg zou vallen.
Het hof verbindt hieraan de conclusie dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de PIJ-maatregel eist en dat deze verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige.
De duur van de verlenging
Bij de start van de PIJ-maatregel op 23 maart 2021 is de jeugdige geplaatst in RJJI [locatie 4] . Na meerdere (gewelds)incidenten is de jeugdige overgeplaatst naar de RJJI [locatie 3] . Na weer nieuwe incidenten is hij vervolgens overgeplaatst naar de jeugdinrichting. Hangende de hoger beroepsprocedure is een verdenking ontstaan met betrekking tot een ernstig geweldsincident en is de jeugdige tijdelijk geplaatst in FC [locatie 1] . Mogelijk is wederom een herselectie van de jeugdige aanstaande.
Het hof ziet een zorgelijke situatie ontstaan. Het aantal overplaatsingen in betrekkelijk korte tijd suggereert dat begeleiding en behandeling van de jeugdige binnen de kaders van de RJJI’s ingewikkeld is. Het hof acht het in het belang van de jeugdige dat de komende periode nogmaals wordt gekeken naar beïnvloedingsmogelijkheden en dat ook moet worden bezien of andere behandelingen, zoals bijvoorbeeld die binnen een kliniek voor volwassenen, beter passend kunnen zijn om de (dreigende) impasse te doorbreken.
Gezien de weergegeven zorgelijke situatie en om de ontwikkeling beter te kunnen volgen, ziet het hof aanleiding de PIJ-maatregel te verlengen met een periode van 18 maanden. Binnen deze periode bestaat mogelijk ook meer duidelijkheid over de ontstane verdenking ten aanzien van het vermelde incident in de jeugdinrichting.
Einddatum
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering stelt het hof, in afwijking van de in beslissing van de rechtbank genoemde datum, vast dat tenzij beslist wordt tot verdere verlenging, de maatregel voorwaardelijk zal eindigen op 3 september 2024 en onvoorwaardelijk zal eindigen op 3 september 2025.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 7 april 2023 met betrekking tot de jeugdige, [de jeugdige] .
Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van 18 (achttien) maanden.
Aldus gedaan door
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M. Keppels, raadsheren,
en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 28 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.