Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-08-15
ECLI:NL:GHARL:2023:6895
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
6,662 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01668
uitspraakdatum: 15 augustus 2023
Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2021, nummer UTR 20/4407, ECLI:NL:RBMNE:2021:6775 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 14 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 619.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 976.
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de eerder vastgestelde waarde en de opgelegde aanslag OZB gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
1.5.
Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.
1.6.
Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 2 augustus 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.
Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een in 1973 gebouwde vrijstaande semi-bungalow met een vrijstaande garage en een dakterras. De woning heeft een inhoud van 268 m2 en ligt op een kavel van 1.623 m2. De woning is op 16 februari 2017 door belanghebbende gekocht voor een bedrag van € 490.000.
Geschil
3.1.
In geschil is de vraag of de heffingsambtenaar de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld.
3.2.
De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar.
3.3.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en staat een waarde voor van € 514.000.
Overwegingen
4.1.
Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, moet de waarde van de woning worden bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger het object in de staat waarin dat zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer die dient te worden vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de woning meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de woning zou zijn besteed.
4.2.
Belanghebbende bepleit gemotiveerd een lagere waarde dan door de heffingsambtenaar is vastgesteld. In dat geval rust op de heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken dat de door hem verdedigde waarde niet te hoog is.
4.3.
Ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde wijst de heffingsambtenaar op de door hem overgelegde taxatiematrix van 23 maart 2021, opgemaakt door WOZ-taxateur [naam2] waarin aan de woning een waarde in het economische verkeer wordt toegekend van € 634.000 (hierna: de matrix). Op basis van de vergelijkingsmethode zijn drie panden als referentieobject gebruikt. In de matrix is het volgende opgenomen:
Object
[adres2] 22
[adres2] 52
[adres3] 130
Soort woning
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Bouwjaar
1973
1972
1974
1999
Oppervlakte woondeel m2
268
285
230
207
Kaveloppervlak m2
1.623
1.566
1.577
1.048
Waarde woondeel €
348.400
558.600
336.260
372.600
Eenheidsprijs woondeel €
1.300
1.960
1.462
1.800
Aanbouw €
34.500
Garage €
16.000
16.000
12.500
16.000
Dakterras €
5.770
Carport €
2.500
Tuinhuis/blokhut €
1.235
1.000
Zwembad €
30.000
Kavel €
264.549
259.956
258.628
198.072
Kw – Oh – Do
3 – 3 – 3
4 – 4 – 3
3 – 3 – 3
3 – 3 – 3
Ligging
4
4
4
4
Verkoopwaarde €
825.000
550.000
575.000
Verkoopdatum
30-6-2018
6-1-2018
17-2-2018
Taxatiewaarde €
634.000
868.000
607.000
622.000
4.4.
Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar met de matrix en de daarop in de stukken en ter zitting gegeven toelichting aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Alle in de matrix opgenomen referentieobjecten zijn vrijstaande semi-bungalows met, behoudens referentieobject [adres3] 130, een vergelijkbaar bouwjaar en zijn gelegen in dezelfde wijk. Daarnaast hebben alle in de matrix genoemde refentieobjecten vergelijkbare scores wat betreft de waardekenmerken kwaliteit, onderhoud en doelmatigheid, respectievelijk Kw, Oh en Do in de matrix. Met de onderlinge verschillen, onder meer wat betreft de bijgebouwen, heeft de heffingsambtenaar voldoende rekening gehouden.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
5Griffierecht en proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, raadsheer, in tegenwoordigheid van dr. J.W.J. de Kort als griffier.
Dictum
De griffier, De voorzitter,
(J.W.J. de Kort) (B.F.A. van Huijgevoort)
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 17 augustus 2023
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01668
uitspraakdatum: 15 augustus 2023
Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2021, nummer UTR 20/4407, ECLI:NL:RBMNE:2021:6775 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 14 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 619.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 976.
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de eerder vastgestelde waarde en de opgelegde aanslag OZB gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
1.5.
Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.
1.6.
Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 2 augustus 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.
Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een in 1973 gebouwde vrijstaande semi-bungalow met een vrijstaande garage en een dakterras. De woning heeft een inhoud van 268 m2 en ligt op een kavel van 1.623 m2. De woning is op 16 februari 2017 door belanghebbende gekocht voor een bedrag van € 490.000.
Geschil
3.1.
In geschil is de vraag of de heffingsambtenaar de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld.
3.2.
De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar.
3.3.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en staat een waarde voor van € 514.000.
Overwegingen
4.1.
Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, moet de waarde van de woning worden bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger het object in de staat waarin dat zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer die dient te worden vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de woning meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de woning zou zijn besteed.
4.2.
Belanghebbende bepleit gemotiveerd een lagere waarde dan door de heffingsambtenaar is vastgesteld. In dat geval rust op de heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken dat de door hem verdedigde waarde niet te hoog is.
4.3.
Ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde wijst de heffingsambtenaar op de door hem overgelegde taxatiematrix van 23 maart 2021, opgemaakt door WOZ-taxateur [naam2] waarin aan de woning een waarde in het economische verkeer wordt toegekend van € 634.000 (hierna: de matrix). Op basis van de vergelijkingsmethode zijn drie panden als referentieobject gebruikt. In de matrix is het volgende opgenomen:
Object
[adres2] 22
[adres2] 52
[adres3] 130
Soort woning
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Vrijstaande semi-bungalow
Bouwjaar
1973
1972
1974
1999
Oppervlakte woondeel m2
268
285
230
207
Kaveloppervlak m2
1.623
1.566
1.577
1.048
Waarde woondeel €
348.400
558.600
336.260
372.600
Eenheidsprijs woondeel €
1.300
1.960
1.462
1.800
Aanbouw €
34.500
Garage €
16.000
16.000
12.500
16.000
Dakterras €
5.770
Carport €
2.500
Tuinhuis/blokhut €
1.235
1.000
Zwembad €
30.000
Kavel €
264.549
259.956
258.628
198.072
Kw – Oh – Do
3 – 3 – 3
4 – 4 – 3
3 – 3 – 3
3 – 3 – 3
Ligging
4
4
4
4
Verkoopwaarde €
825.000
550.000
575.000
Verkoopdatum
30-6-2018
6-1-2018
17-2-2018
Taxatiewaarde €
634.000
868.000
607.000
622.000
4.4.
Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar met de matrix en de daarop in de stukken en ter zitting gegeven toelichting aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Alle in de matrix opgenomen referentieobjecten zijn vrijstaande semi-bungalows met, behoudens referentieobject [adres3] 130, een vergelijkbaar bouwjaar en zijn gelegen in dezelfde wijk. Daarnaast hebben alle in de matrix genoemde refentieobjecten vergelijkbare scores wat betreft de waardekenmerken kwaliteit, onderhoud en doelmatigheid, respectievelijk Kw, Oh en Do in de matrix. Met de onderlinge verschillen, onder meer wat betreft de bijgebouwen, heeft de heffingsambtenaar voldoende rekening gehouden.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
5Griffierecht en proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, raadsheer, in tegenwoordigheid van dr. J.W.J. de Kort als griffier.
Dictum
De griffier, De voorzitter,
(J.W.J. de Kort) (B.F.A. van Huijgevoort)
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 17 augustus 2023
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.