Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-08-11
ECLI:NL:GHARL:2023:6789
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,164 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.796/01
CJIB-nummer
: 236510274
Uitspraak d.d.
: 11 augustus 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 juli 2023. De betrokkene is, zoals van tevoren aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder van voertuig rijden terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 september 2020 om 13:43 uur op de Rijnsburgerweg in Rijnsburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert onder meer aan dat tijdens het rijden de spiegels normaal bevestigd waren.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat het voertuig van de bestuurder van genoemde personenauto geen buitenspiegels had. Laat staan 1x linker buitenspiegel. Beide buitenspiegels waren kapot, hingen aan het voertuig. Zodanig dat de bestuurder hier totaal geen gebruik van kon maken. De stand van de hangende spiegels was zodanig dat de bestuurder er geen gebruik van kon maken tijdens het rijden. Bestuurder verklaarde dat hij zo vanuit Antwerpen was komen rijden.”
4. Het dossier bevat verder foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat de buitenspiegels aan bedrading langs het voertuig hangen.
5. Deze gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 5.2.45, derde juncto vijfde lid, van de Regeling Voertuigen.
Op grond van deze bepalingen is het een bestuurder verboden te rijden met een voertuig waarvan de spiegels niet deugdelijk zijn bevestigd.
6. De ambtenaar heeft geconstateerd dat op het onder 1. genoemde tijdstip en op de onder 1. genoemde locatie de spiegels van het voertuig erbij hingen maar dat de betrokkene toen en aldaar ook onder die omstandigheden met het voertuig heeft gereden, heeft de ambtenaar niet waargenomen en kan op basis van de stukken in het dossier niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De gedraging is dan ook niet komen vast te staan.
7. Gelet op het voorgaande beslist het hof als volgt.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.796/01
CJIB-nummer
: 236510274
Uitspraak d.d.
: 11 augustus 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 november 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 juli 2023. De betrokkene is, zoals van tevoren aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder van voertuig rijden terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 september 2020 om 13:43 uur op de Rijnsburgerweg in Rijnsburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert onder meer aan dat tijdens het rijden de spiegels normaal bevestigd waren.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat het voertuig van de bestuurder van genoemde personenauto geen buitenspiegels had. Laat staan 1x linker buitenspiegel. Beide buitenspiegels waren kapot, hingen aan het voertuig. Zodanig dat de bestuurder hier totaal geen gebruik van kon maken. De stand van de hangende spiegels was zodanig dat de bestuurder er geen gebruik van kon maken tijdens het rijden. Bestuurder verklaarde dat hij zo vanuit Antwerpen was komen rijden.”
4. Het dossier bevat verder foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat de buitenspiegels aan bedrading langs het voertuig hangen.
5. Deze gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 5.2.45, derde juncto vijfde lid, van de Regeling Voertuigen.
Op grond van deze bepalingen is het een bestuurder verboden te rijden met een voertuig waarvan de spiegels niet deugdelijk zijn bevestigd.
6. De ambtenaar heeft geconstateerd dat op het onder 1. genoemde tijdstip en op de onder 1. genoemde locatie de spiegels van het voertuig erbij hingen maar dat de betrokkene toen en aldaar ook onder die omstandigheden met het voertuig heeft gereden, heeft de ambtenaar niet waargenomen en kan op basis van de stukken in het dossier niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De gedraging is dan ook niet komen vast te staan.
7. Gelet op het voorgaande beslist het hof als volgt.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.