Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-07-14
ECLI:NL:GHARL:2023:11247
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
4,566 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000142-23
Uitspraak d.d.: 14 juli 2023
VERSTEK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 4 januari 2023 met parketnummer 08-255613-22 in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.
Betekening van de inleidende dagvaarding/bevoegdheid hof
Voor zover verdachte in de stukken die hij op 29 juni 2023 aan het hof heeft overgelegd heeft willen stellen dat de dagvaarding in eerste aanleg niet voldeed aan de wettelijke termijn voor dagvaarden, merkt het hof op dat uit de stukken blijkt dat de dagvaarding voor de zitting van de politierechter van 4 januari 2023 op 28 december 2022 in persoon aan verdachte is betekend en daarmee voldoet aan de wettelijke termijnen voor dagvaarden voor de politierechter. Voor zover verdachte heeft willen stellen dat het hof onbevoegd is over de strafzaak te oordelen, dient dit verweer verworpen te worden nu dit verweer niet nader is onderbouwd en geen steun vindt in het dossier.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 juli 2022, op de Rijksweg A1, te Markelo, in elk geval in Nederland, opzettelijk enig werk dienende voor het openbaar verkeer, te weten de toerit van en/of de Rijksweg A1, heeft vernield, onbruikbaar gemaakt, beschadigd en/of versperd, door één of meerdere hooiba(a)l(en) op die weg te dumpen, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Het hof is van oordeel dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.
Aan de hand van het dossier stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 19 september 2022 heeft [aangever] namens Rijkswaterstaat Nederland aangifte gedaan van het vernielen, het versperren dan wel het onbruikbaar maken van de Rijksweg A1 te Markelo (hierna: de A1). Uit de aangifte blijkt dat er op 27 juli 2022 tijdens de boerenprotestacties hooibalen op de toerit van de A1 zijn gedumpt. Hierdoor is de toerit tijdelijk niet toegankelijk voor het verkeer geweest.
Uit het proces-verbaal van verdenking volgt dat de politie naar aanleiding van een anonieme melding op 28 juli 2022 een onderzoek is gestart naar het opzettelijk onbruikbaar maken en het versperren van de toerit van de A1. Uit een screenshot die bij de anonieme melding is gevoegd blijkt dat er berichten zijn gedeeld door een persoon onder telefoonnummer [telefoonnummer] en onder de naam van verdachte in de Whatsapp-groep genaamd “Strijders Voll Gass”. Uit deze berichten blijkt dat er gesteld wordt door deze persoon dat hij de hooibalen op de toerit van de A1 heeft neergelegd. Bij deze berichten is ook een foto geplaatst van een toerit naar een autosnelweg waarbij er hooibalen op de toerit zijn geplaatst. Uit het onderzoek van de politie blijkt vervolgens dat het hiervoor genoemde telefoonnummer op naam van de moeder van verdachte staat en dat verdachte tijdens verschillende gesprekken met de politie heeft aangegeven dat dit zijn telefoonnummer is.
Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2022 dat uit mastgegevens kan worden opgemaakt dat de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] in de buurt is geweest van de toerit rond het betreffende tijdstip van het storten van de hooibalen.
Verdachte heeft in het kader van deze strafzaak bij de politie verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer] zijn telefoonnummer betreft en dat hij soms deel uitmaakt van de Whatsapp-groep “Strijders Voll Gass” en er sinds kort weer inzit.
Gelet op al het voorgaande – in onderling(e) verband en samenhang bezien – is er naar het oordeel van het hof geen andere conclusie mogelijk dan dat verdachte degene is geweest die de hooibalen op de toerit van de A1 heeft geplaatst.
Het hof dient verder de vraag te beantwoorden of er sprake was van het onbruikbaar maken en het versperren van de toerit van de A1.
Onder het versperren van een weg moet worden verstaan het op een weg aanbrengen van een zodanige belemmering dat die weg niet toegankelijk is voor het bestemde gebruik. Onder versperren valt niet alleen de handeling waardoor de belemmering ontstaat, maar ook het niet opheffen of laten voortduren van die belemmering.
Het hof stelt vast dat door het handelen van verdachte de toerit van de A1 bedekt was met hooibalen. Hierdoor was de toerit niet toegankelijk voor passerende automobilisten. Het hof is dan ook van oordeel dat er sprake was van een versperring van de toerit van de A1.
Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of door de versperring gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is geweest, zoals bedoeld in artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht betreft een zogenoemd abstract gevaarzettingsdelict. Dit betekent dat er niet daadwerkelijk gevaar voor de veiligheid van het verkeer hoeft te zijn ontstaan, maar dat dergelijk gevaar ten tijde van de versperring naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Daarbij is het niet vereist dat het om levensgevaar of gevaar voor (ernstig) letsel gaat, maar kan het ook gevaar voor schade aan voertuigen betreffen.
Het hof stelt vast dat door het moedwillige handelen van verdachte de toerit van de A1 was geblokkeerd, waardoor andere voertuigen deze toerit niet konden gebruiken. Deze beperking en belemmering van de doorstroming van het verkeer was niet aangekondigd, waardoor het risico bestond dat de passerende automobilisten tegen of over de gestorte hooibalen zouden kunnen rijden. Het hof is dan ook van oordeel dat door het handelen van verdachte een gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.
Gelet op het voorgaande, acht het hof aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.J.C. Dijkstra en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.B.T. Renes, griffier,
en op 14 juli 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000142-23
Uitspraak d.d.: 14 juli 2023
VERSTEK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 4 januari 2023 met parketnummer 08-255613-22 in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 juni 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.
Betekening van de inleidende dagvaarding/bevoegdheid hof
Voor zover verdachte in de stukken die hij op 29 juni 2023 aan het hof heeft overgelegd heeft willen stellen dat de dagvaarding in eerste aanleg niet voldeed aan de wettelijke termijn voor dagvaarden, merkt het hof op dat uit de stukken blijkt dat de dagvaarding voor de zitting van de politierechter van 4 januari 2023 op 28 december 2022 in persoon aan verdachte is betekend en daarmee voldoet aan de wettelijke termijnen voor dagvaarden voor de politierechter. Voor zover verdachte heeft willen stellen dat het hof onbevoegd is over de strafzaak te oordelen, dient dit verweer verworpen te worden nu dit verweer niet nader is onderbouwd en geen steun vindt in het dossier.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 juli 2022, op de Rijksweg A1, te Markelo, in elk geval in Nederland, opzettelijk enig werk dienende voor het openbaar verkeer, te weten de toerit van en/of de Rijksweg A1, heeft vernield, onbruikbaar gemaakt, beschadigd en/of versperd, door één of meerdere hooiba(a)l(en) op die weg te dumpen, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Het hof is van oordeel dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.
Aan de hand van het dossier stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 19 september 2022 heeft [aangever] namens Rijkswaterstaat Nederland aangifte gedaan van het vernielen, het versperren dan wel het onbruikbaar maken van de Rijksweg A1 te Markelo (hierna: de A1). Uit de aangifte blijkt dat er op 27 juli 2022 tijdens de boerenprotestacties hooibalen op de toerit van de A1 zijn gedumpt. Hierdoor is de toerit tijdelijk niet toegankelijk voor het verkeer geweest.
Uit het proces-verbaal van verdenking volgt dat de politie naar aanleiding van een anonieme melding op 28 juli 2022 een onderzoek is gestart naar het opzettelijk onbruikbaar maken en het versperren van de toerit van de A1. Uit een screenshot die bij de anonieme melding is gevoegd blijkt dat er berichten zijn gedeeld door een persoon onder telefoonnummer [telefoonnummer] en onder de naam van verdachte in de Whatsapp-groep genaamd “Strijders Voll Gass”. Uit deze berichten blijkt dat er gesteld wordt door deze persoon dat hij de hooibalen op de toerit van de A1 heeft neergelegd. Bij deze berichten is ook een foto geplaatst van een toerit naar een autosnelweg waarbij er hooibalen op de toerit zijn geplaatst. Uit het onderzoek van de politie blijkt vervolgens dat het hiervoor genoemde telefoonnummer op naam van de moeder van verdachte staat en dat verdachte tijdens verschillende gesprekken met de politie heeft aangegeven dat dit zijn telefoonnummer is.
Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van 25 november 2022 dat uit mastgegevens kan worden opgemaakt dat de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] in de buurt is geweest van de toerit rond het betreffende tijdstip van het storten van de hooibalen.
Verdachte heeft in het kader van deze strafzaak bij de politie verklaard dat het telefoonnummer [telefoonnummer] zijn telefoonnummer betreft en dat hij soms deel uitmaakt van de Whatsapp-groep “Strijders Voll Gass” en er sinds kort weer inzit.
Gelet op al het voorgaande – in onderling(e) verband en samenhang bezien – is er naar het oordeel van het hof geen andere conclusie mogelijk dan dat verdachte degene is geweest die de hooibalen op de toerit van de A1 heeft geplaatst.
Het hof dient verder de vraag te beantwoorden of er sprake was van het onbruikbaar maken en het versperren van de toerit van de A1.
Onder het versperren van een weg moet worden verstaan het op een weg aanbrengen van een zodanige belemmering dat die weg niet toegankelijk is voor het bestemde gebruik. Onder versperren valt niet alleen de handeling waardoor de belemmering ontstaat, maar ook het niet opheffen of laten voortduren van die belemmering.
Het hof stelt vast dat door het handelen van verdachte de toerit van de A1 bedekt was met hooibalen. Hierdoor was de toerit niet toegankelijk voor passerende automobilisten. Het hof is dan ook van oordeel dat er sprake was van een versperring van de toerit van de A1.
Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of door de versperring gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is geweest, zoals bedoeld in artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht betreft een zogenoemd abstract gevaarzettingsdelict. Dit betekent dat er niet daadwerkelijk gevaar voor de veiligheid van het verkeer hoeft te zijn ontstaan, maar dat dergelijk gevaar ten tijde van de versperring naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Daarbij is het niet vereist dat het om levensgevaar of gevaar voor (ernstig) letsel gaat, maar kan het ook gevaar voor schade aan voertuigen betreffen.
Het hof stelt vast dat door het moedwillige handelen van verdachte de toerit van de A1 was geblokkeerd, waardoor andere voertuigen deze toerit niet konden gebruiken. Deze beperking en belemmering van de doorstroming van het verkeer was niet aangekondigd, waardoor het risico bestond dat de passerende automobilisten tegen of over de gestorte hooibalen zouden kunnen rijden. Het hof is dan ook van oordeel dat door het handelen van verdachte een gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was.
Gelet op het voorgaande, acht het hof aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.J.C. Dijkstra en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.B.T. Renes, griffier,
en op 14 juli 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.