Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-12-06
ECLI:NL:GHARL:2023:10394
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
2,392 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.373/01
CJIB-nummer
: 246882874
Uitspraak d.d.
: 6 december 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 7 februari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 november 2022. De gemachtigde van de betrokkene is, zoals op voorhand is aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 januari 2022 om 22.35 uur op de N326 Wijchenseweg (kruising woonboulevard richting A73) in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de herkenningspunten op de foto’s van de gedraging onvoldoende duidelijk zijn om vast te stellen dat het rood licht uitstralend verkeerslicht is gepasseerd. Zo is het verkeerslicht aan de rechterzijde van de weg, in ieder geval de kleur daarvan, niet zichtbaar vanwege een boom. De verkeerslichten boven de weg staan veel verder weg, zoals ook blijkt uit de afbeelding van Google Maps Street View. Op basis van de foto’s kan de gedraging dan ook niet worden vastgesteld. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht maakt dat overigens niet anders, zo stelt de gemachtigde. Daarbij wijst hij op een arrest van dit hof van 2 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3419. Subsidiair verzoekt de gemachtigde, in overeenstemming met het arrest van dit hof van 22 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9934, het bedrag van de sanctie te matigen met 25 procent. Daartoe merkt de gemachtigde op dat de kantonrechter terecht heeft vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden, maar daar onterecht geen consequentie aan heeft verbonden.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
(Het hof leest: Foto 1: het betreffende) voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. (Het hof leest: Op het moment van) constatering brandde het rode licht reeds 0.7 seconden.
(Het hof leest: Foto) 2: circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. (Het hof leest: De tijdsduur van de) geellichtfase is op de foto vermeld.”
4. In het dossier bevinden zich twee foto's van de gedraging. Op beide foto's is te zien dat de zich boven de kruising bevindende en voor de betrokkene bestemde verkeerslichten rood licht uitstralen. Uit de eerste foto volgt dat het voertuig van de betrokkene de stopstreep bijna volledig is gepasseerd; de achterwielen raken de stopstreep. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden en zich met de voorzijde ter hoogte van het boven het kruisingsvlak bevindende verkeerslicht bevindt. Uit de gegevens in de databalk onder de foto's blijkt dat het verkeerslicht 0,73 seconden rood licht uitstraalde op het moment dat de eerste foto werd gemaakt en 1,53 seconden op het moment dat de tweede foto werd gemaakt. Daarvoor had het verkeerslicht 3,0 seconden geel licht uitgestraald.
5. Bij het verweerschrift heeft de advocaat-generaal een afbeelding van Google Maps Street View met opnamedatum september 2022 ingebracht. Hierop is te zien dat aan de rechterzijde van de rijbaan ter hoogte van de stopstreep zich eveneens een voor de betrokkene bestemd verkeerslicht bevindt. Dit verkeerslicht is op de foto’s van de gedraging niet zichtbaar. Op deze afdruk is verder te zien dat dit verkeerslicht vanaf de rijbaan voor bestuurders goed waarneembaar is; het verkeerslicht wordt niet afgedekt door ter plaatse aanwezige beplanting of op een andere manier aan het zicht van bestuurders onttrokken.
6. Uit het samenstel van de afbeeldingen en de daarbij behorende gegevens volgt dat het voertuig van de betrokkene in ieder geval het zich aan de rechterzijde van de rijbaan bevindende verkeerslicht is gepasseerd. Nu dit verkeerslicht op dezelfde rijrichting betrekking heeft als de op de foto’s van de gedraging rood uitstralende verkeerslichten, kan het erop worden gehouden dat dit licht synchroon met de andere lichten ook rood licht uitstraalde. Vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht. De enkele suggestie van de gemachtigde dat dit verkeerslicht mogelijk voor de betrokkene niet zichtbaar was vanwege een boom, maakt dat niet anders.
7. In deze zaak heeft de officier van justitie de hoorplicht geschonden door de betrokkene, die zich daar niet liet bijstaan door een professionele gemachtigde, in administratief beroep niet te horen. De kantonrechter heeft - in overeenstemming met vaste rechtspraak van dit hof - wegens schending van de hoorplicht het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. De kantonrechter heeft geen aanleiding gezien de betrokkene hiervoor te compenseren door matiging van het bedrag van de bij de inleidende beschikking opgelegde sanctie, zoals het hof in het eerder genoemde arrest van 22 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) wel heeft bepaald. Daartoe heeft de kantonrechter overwogen dat Parket CVOM bezig is met het opzetten van een hoorafdeling en dat daarmee concreet zicht is op een oplossing waardoor de (structurele) schending van de hoorplicht niet langer voortduurt.
8. Het hof volgt dit oordeel van de kantonrechter niet. De omstandigheid dat met ingang van 1 oktober 2023 de officier van justitie weer uitvoering gaat geven aan de hoorplicht in zaken waarin de betrokkene zich niet laat bijstaan door een professioneel gemachtigde, maakt niet dat vóór die datum - zoals hier - geen sprake was van een structurele schending van de hoorplicht.
9. Het hof zal daarom doen wat de kantonrechter had behoren te doen en oordelen dat de betrokkene door de schending van de hoorplicht in dit geval is komen te verkeren in zodanige omstandigheden dat het bedrag van de administratieve sanctie, te weten € 250,- moet worden gematigd met 25 procent, om die reden tot € 187,50.
10. Nu het bedrag van de sanctie wordt gematigd, wordt de betrokkene in het gelijkgesteld als bedoeld in het arrest van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336, en komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het indienen van een nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.464,75 (= 3,5 x € 837,- x 0,5).
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het bedrag van de sanctie in stand is gelaten;
bepaalt dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 187,50;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.464,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.