Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2019-11-15
ECLI:NL:GHARL:2019:9836
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,463 tokens
Inleiding
WAHV 200.231.644
15 november 2019
CJIB 202610796
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 10 november 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [A] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 247,50.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Het hoger beroep richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij deze inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 93,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 11 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2016 om 00:03 uur op de N207-Henegouwerweg, ter hoogte van hectometerpaal 24.1, te Waddinxveen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene betwist de hem verweten gedraging te hebben verricht, alsmede dat gebruik is gemaakt van een geijkt snelheidsmeetmiddel. De gemachtigde van de betrokkene voert verder aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu aan de inleidende beschikking geen ambtsedige verklaring ten grondslag ligt. De verklaring in het zaakoverzicht is onvoldoende om tot deze vaststelling te komen.
3. Het verweer van de gemachtigde, inhoudende dat vanwege het ontbreken van een ambtsedige verklaring niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht, is reeds in vele zaken aan het hof voorgelegd en inmiddels ook vele malen verworpen. Het hof volstaat daarom in dit geval met verwerping van dit verweer.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Door mij is waargenomen hetgeen langs de elektronische weg is geconstateerd en is vastgelegd. (…)
De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 64 km per uur.
Werkelijk (gecorrigeerde) snelheid : 61 km per uur.
Toegestane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 11 km per uur.
De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het college van Procureurs-generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid. De bestuurder werd ter plaatse niet staande gehouden. Er werd volstaan met het bekeuren op kenteken. De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van geijkte radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal."
5. Het dossier bevat verder twee foto's van de gedraging. Op beide foto's is het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken zien. De gegevens in de databalk onderaan de foto's stemmen overeen met de gegevens in de inleidende beschikking.
6. De gedraging wordt ontkend, maar hiervoor worden geen argumenten gegeven. Ditzelfde geldt voor het verweer dat de gehanteerde apparatuur niet deugdelijk zou zijn. Het hof heeft daarom geen reden om aan de juistheid van de gegevens dienaangaande in het zaakoverzicht te twijfelen.
7. Uit de beslissing van de kantonrechter kan worden afgeleid dat de officier van justitie ter zitting een NMi-verklaring heeft overgelegd. Het hof stelt vast dat deze verklaring geen deel uitmaakt van de stukken in het dossier. Gelet op het onder 6. overwogene ziet het hof geen aanleiding om deze verklaring alsnog op te vragen en aan het dossier toe te voegen.
8. Voorgaande leidt tot de conclusie dat op basis van de gegevens in het dossier de gedraging vaststaat. Feiten en omstandigheden die ertoe leiden dat de sanctie desondanks ongedaan dient te worden gemaakt dan wel dat het bedrag van de sanctie dient te worden gematigd zijn niet gesteld noch gebleken.
9. Verder heeft de gemachtigde (uitvoerig) verweer gevoerd tegen de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding. Nu de inleidende beschikking niet is vernietigd, had de kantonrechter, gelet op het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:3197, geen proceskostenvergoeding behoeven toe te kennen. Gelet hierop kan in dit verweer ook geen grond worden gevonden voor vernietiging van de beslissing van de kantonrechter.
10. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen en het verzoek om vergoeding van proceskosten in hoger beroep afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.