Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-03-17
ECLI:NL:GHAMS:2026:787
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
1,293 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2026:787 text/xml public 2026-03-25T11:04:51 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-17 200.350.986/01 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:787 text/html public 2026-03-25T11:02:07 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:787 Gerechtshof Amsterdam , 17-03-2026 / 200.350.986/01 Aanvulling dictum ex art. 32 Rv – abusievelijk was de beschikking van 25 november 2025 niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civielrecht recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.350.986/01 zaaknummer rechtbank: C/13/749058 / FA RK 24-2362 beschikking van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak van [de man] , wonende te [plaats A] , verzoeker in het principaal hoger beroep, verweerder in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. C.S.M. Ruijgrok te Amsterdam, en [de vrouw] , wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] , verweerster in het principaal hoger beroep, verzoekster in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. J. du Bois te Amsterdam. 1. Het verzoek tot aanvulling ex artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 1.1 Het hof heeft in deze zaak op 25 november 2025 een beschikking gegeven. 1.2 Het hof heeft kennis genomen van een verzoek bij brief van 16 december 2025, waarin mr. Ruijgrok namens de man verzoekt de beschikking van 25 november 2025 aan te vullen, omdat daarin is verzuimd om, zoals in het beroepschrift was verzocht, de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 1.3 Het hof heeft de vrouw in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 6 januari 2026 heeft mr. Du Bois namens de vrouw bezwaar gemaakt tegen inwilliging van het verzoek. 2 De beoordeling 2.1 Het hof is van oordeel dat de man terecht heeft gewezen op de omissie in de beschikking van 25 november 2025. De man heeft in het petitum van zijn beroepschrift van 10 februari 2025 verzocht om de door het hof te geven beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De vrouw heeft hiertegen in hoger beroep geen afzonderlijk verweer gevoerd. 2.2 De vrouw heeft betoogd dat de man ten aanzien van zijn aanvullende verzoeken in zijn brief van 14 juli 2025 niet expliciet heeft verzocht om een uitvoerbaar bij voorraadverklaring. Dat betekent echter niet dat ten aanzien van deze verzoeken, voor zover zij zijn toegewezen, de uitvoerbaar bij voorraadverklaring niet mogelijk is. In de brief van 14 juli 2025 heeft de man immers uitdrukkelijk vermeld dat de aanvullende verzoeken een nadere invulling vormen van zijn eerste grief, ten aanzien waarvan in het beroepschrift van de man uitdrukkelijk is verzocht om gegrondverklaring/toewijzing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 2.3 De overige bezwaren van de zijde van de vrouw vormen evenmin een beletsel om de beschikking van 25 november 2025 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 2.4 In het licht van het voorgaande zal het hof het verzoek van de man om de beschikking van 25 november 2025 op grond van artikel 32 Rv aan te vullen, toewijzen. 3 De beslissing Het hof wijst toe het verzoek van de man tot aanvulling van de beschikking van 25 november 2025 op het onderdeel uitvoerbaar bij voorraad; vult de beschikking van 25 november 2025 in deze zin aan, zodat het dictum als volgt komt te luiden: in principaal en incidenteel appel: vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de volgende beslissingen betreft: - de afwijzing van het verzoek van de man omtrent onttrekkingen van de vrouw in zes maanden voorafgaand aan 10 juli 2023, - de toedeling van de Mercedes Pagode aan de man; en in zoverre - alsmede in aanvulling op de bestreden beschikking - opnieuw recht doende: bepaalt dat de vrouw, gelet op het bepaalde in artikel 3:194 lid 2 BW, haar aandeel in de door haar overgeboekte bedragen op 22 mei 2023 tot een bedrag van € 14.000,- en op 8 juli 2023 tot een bedrag van € 13.000,- aan de man heeft verbeurd, en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 27.000,- aan de man wegens overboekingen van haar bankrekening; bepaalt dat de Mercedes Pagode SL 230 voor de onverdeelde helft tot het te verdelen vermogen behoort en deelt deze onverdeelde helft voor een waarde van € 22.500,- aan de man toe onder de verplichting een bedrag van € 11.250,- aan de vrouw te voldoen; veroordeelt de vrouw tot betaling van € 2.880,05 aan de man vanwege kosten voor de Mercedes Benz GLK; veroordeelt de vrouw tot betaling van € 2.510,35 aan de man vanwege kosten voor de Porsche; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; bekrachtigt de beschikking van de rechtbank voor het overige, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen; compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Sturhoofd, mr. T.M. Subelack en mr. M.C. Schenkeveld, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 17 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.