Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-01-22
ECLI:NL:GHAMS:2026:481
Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-000400-24 Datum uitspraak: 22 januari 2026 TEGENSPRAAK, na aanhouding niet verschenen Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 82-017280-23 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 januari 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Ook het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een (of meer) tijdstip(pen) in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2019 te Barneveld, althans in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens een wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 27 lid 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (de Wet WIA) en/of artikel 12 Toeslagenwet, (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van hemzelf of een ander, terwijl hij wist of redelijkerwijze had moeten vermoeden dat deze gegevens van belang waren voor de vaststelling van zijn of een anders recht op (een) verstrekking(en) of tegemoetkoming(en) dan wel voor de hoogte of de duur van (een) dergelijke verstrekking(en) of tegemoetkoming(en), te weten zijn recht op een WIA-uitkering krachtens de Wet WIA en Toeslag krachtens de Toeslagenwet, immers heeft hij, verdachte, (telkens) verzuimd aan het UWV te melden dat hij werkzaamheden als makelaar en/of adviseur heeft verricht en/of inkomsten als huurinkomsten heeft ontvangen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal om proceseconomische redenen en een iets andere bewezenverklaring worden vernietigd. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op tijdstippen in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2019 te Barneveld, in strijd met een hem bij of krachtens een wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 27 lid 1 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (de Wet WIA) en artikel 12 Toeslagenwet, telkens opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), zulks terwijl deze feiten konden strekken tot bevoordeling van hemzelf, terwijl hij wist dat deze gegevens van belang waren voor de vaststelling van zijn recht op verstrekkingen of tegemoetkomingen dan wel voor de hoogte of de duur van dergelijke verstrekkingen of tegemoetkomingen, te weten zijn recht op een WIA-uitkering krachtens de Wet WIA en Toeslag krachtens de Toeslagenwet, immers heeft hij, verdachte, telkens verzuimd aan het UWV te melden dat hij werkzaamheden als makelaar en adviseur heeft verricht en huurinkomsten heeft ontvangen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: in strijd met een hem bij o