Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-01-19
ECLI:NL:GHAMS:2026:258
Strafrecht
Hoger beroep
1,673 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:258 text/xml public 2026-02-06T12:45:35 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-01-19 23-001080-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:258 text/html public 2026-02-06T12:44:34 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:258 Gerechtshof Amsterdam , 19-01-2026 / 23-001080-25 Mishandeling. Oplegging van een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair 7 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Toewijzing van de vordering benadeelde partij tot het bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. afdeling strafrecht parketnummer eerste aanleg : 15-316828-24 parketnummer hoger beroep : 23-001080-25 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 19 januari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 april 2025 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren: op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] adres: [adres] . Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Gepleegd op 24 juli 2024 te Heemstede. Toepasselijke wettelijke voorschriften De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis . Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 24 juli 2024. Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier. mr. N.A. Schimmel
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:258 text/xml public 2026-02-06T12:45:35 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-01-19 23-001080-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:258 text/html public 2026-02-06T12:44:34 2026-02-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:258 Gerechtshof Amsterdam , 19-01-2026 / 23-001080-25 Mishandeling. Oplegging van een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair 7 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Toewijzing van de vordering benadeelde partij tot het bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. afdeling strafrecht parketnummer eerste aanleg : 15-316828-24 parketnummer hoger beroep : 23-001080-25 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 19 januari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 april 2025 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren: op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] adres: [adres] . Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Gepleegd op 24 juli 2024 te Heemstede. Toepasselijke wettelijke voorschriften De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis . Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 24 juli 2024. Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier. mr. N.A. Schimmel