Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-01-21
ECLI:NL:GHAMS:2026:164
afdeling strafrecht parketnummer: 23-000420-24 datum uitspraak: 21 januari 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-293805-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman - naar voren heeft gebracht. Omvang hoger beroep De rechtbank heeft de verdachte bij voormeld vonnis vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd en hem veroordeeld voor hetgeen onder 1, 3, 4 en 5 aan hem is tenlastegelegd. Namens de verdachte is beperkt hoger beroep tegen voormeld vonnis ingesteld, te weten tegen de veroordeling van het onder 5 tenlastegelegde. Het hoger beroep is dus slechts gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep opgenomen beslissing ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde. Het voorgaande betekent dat het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde niet in appel voorligt en het hof geen oordeel toekomt met betrekking tot de beslissingen ten aanzien van die feiten. Wel zal het hof in geval van vernietiging ten aanzien van de straf toepassing dienen te geven aan artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Tenlastelegging Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde en gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging, tenlastegelegd dat: 5. primairhij op of omstreeks 6 november 2023 te Heiloo een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad 5. subsidiair hij op of omstreeks 6 november 2023 te Heiloo een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, voorhanden heeft gehad; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vrijspraak ten aanzien van feit 5 primair en subsidiair De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 5 subsidiair tenlastegelegde, nu met betrekking tot het onder 5 primair tenlastegelegde onvoldoende kan worden vastgesteld dat het stroomstootwapen echt is. Het stroomstootwapen valt echter wel onder categorie I onder 7 van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM), aldus de advocaat-generaal. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit de verdachte van het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde vrij te spreken. Zij heeft daartoe – kort gezegd – primair aangevoerd dat het stroomstootwapen speelgoed betreft. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat het voorwerp niet kan worden aangemerkt als een voorwerp zodanig lijkend op een wapen, omdat elk element van bedreiging of afdreiging ontbreekt. Het voorwerp valt dus niet als een (namaak) stroomstootwapen in de zin van de WWM aan te merken. Het hof overweegt als volgt. Feit 5 primair Het in beslag genomen vermeende stroomstootwapen is door een daartoe bevoegde verbalisant onderzocht en gecategori