Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-01-20
ECLI:NL:GHAMS:2026:138
GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.334.585/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/332491 / HA ZA 22-607 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 januari 2026 in de zaak van 1 PRIJSVRIJ NL B.V., gevestigd te ’s-Hertogenbosch, 2. SUNMIX INTERNATIONAL GMBH , gevestigd te Zürich, Zwitserland, appellanten, advocaat: mr. K.J. Krzeminski te Amsterdam, tegen 1 TRANSAVIA AIRLINES B.V., gevestigd te Haarlemmermeer, kantoorhoudende te Schiphol, 2. TRANSAVIA AIRLINES C.V., gevestigd te Schiphol, geïntimeerden, advocaat: mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam. Appellanten worden hierna afzonderlijk Prijsvrij en Sunmix genoemd. Gezamenlijk worden zij Prijsvrij c.s. genoemd. Geïntimeerden worden Transavia genoemd. 1 De zaak in het kort Prijsvrij en Sunmix, een doorverkoper en een organisator van pakketreizen, vorderen van Transavia vergoeding van bedragen die Prijsvrij aan reizigers heeft uitbetaald in verband met geboekte vluchten die in de corona-periode vielen. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Het hof komt tot een ander oordeel. 2 Het geding in hoger beroep Prijsvrij c.s. zijn bij dagvaarding van 26 juli 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 7 juni 2023 van de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Prijsvrij c.s. als eiseressen en Transavia als gedaagde. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven met producties 42-57; - memorie van antwoord met producties 14-15. Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 24 maart 2025 laten toelichten door hun hiervoor genoemde advocaten, Prijsvrij c.s. mede door mr. A.G. Colenbrander, advocaat te Amsterdam, en Transavia mede door mrs. J.W. Snel en S.W.B. Weerkamp, beiden advocaat te Amsterdam. Aan beide zijden is gebruik gemaakt van overgelegde spreekaantekeningen. Bij deze gelegenheid hebben Prijsvrij c.s. nog aanvullende producties (58 en 59) overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. Prijsvrij c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – de vorderingen van Prijsvrij c.s. alsnog zal toewijzen, Transavia zal veroordelen om al hetgeen Prijsvrij c.s. ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Transavia hebben voldaan aan Prijsvrij c.s. terug te betalen, althans tot terugbetaling aan Prijsvrij c.s. van een door het hof in redelijkheid te bepalen bedrag, vermeerderd met rente, en met veroordeling van Transavia in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente. Transavia heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van Prijsvrij c.s. wat betreft hun deelgrieven genummerd 2C en 2D, de grieven van Prijsvrij c.s. (voor zover die ontvankelijk worden verklaard) ongegrond te verklaren en het vonnis te bekrachtigen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Prijsvrij c.s. in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente. Partijen hebben twee weken de tijd gekregen om te laten weten of zij alsnog tot overeenstemming zijn gekomen. Dat is niet gebeurd, zodat arrest is bepaald. 3 Feiten 3.1. De rechtbank heeft in r.o. 3.1 tot en met r.o. 3.20 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Samengevat, voor zover in hoger beroep nog van belang en waar nodig aangevuld met andere feiten komen de feiten neer op het volgende. 3.2. Transavia is een grote budgetluchtvaartmaatschappij in Nederland en biedt zowel aan zakelijke reizigers als vakantiereizigers vluchten aan. 3.3. Sunmix is een organisator van pakketreizen in de zin van artikel 7:500 sub h Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Sunmix is een eigen label van Prijsvrij. Zij bundelt vervoer en verblijf tot pakketreizen die via Prijsvrij worden verkocht. 3.4. Prijsvrij is een online reisbureau en doorverkoper van pakketreizen in de zin De Tariefsvoorwaarden bepalen over annuleren door de passagier: Annuleren kan door contact op te nemen met ons Service Centre via (…). De annuleringskosten bedragen 100% van het voor de boeking (inclusief eventuele speciale verzoeken) verschuldigde bedrag. Er wordt derhalve geen restitutie verleend, met uitzondering van alle door de luchthaven en overheden opgelegde passagiersgebonden belastingen die u aan Transavia hebt betaald, deze kunnen op uw verzoek worden gerestitueerd. (…) 3.14. De reizigers mogen op grond van artikel 7:509 lid 3 BW een pakketreis vooraf annuleren bij onvermijdbare en buitengewone omstandigheden. Sunmix is in dat geval als organisator verplicht hun de betaalde prijs te restitueren. Ook als Sunmix in dergelijke gevallen zelf de pakketreis annuleert, is zij verplicht tot restitutie. 3.15. Volgens de Geschillencommissie Reizen levert een reisadvies ‘code oranje’ als gevolg van de coronapandemie ‘onvermijdbare en buitengewone omstandigheden’ op in de zin van Titel 7A van Boek 7 BW. Passagiers die om die reden hun pakketreis hebben geannuleerd konden daarom aanspraak maken op restitutie van de organisator van de pakketreis. 3.16. Artikel 7:512 lid 3 BW bepaalt dat als de organisator buiten de Europese Economische Ruimte (EER) is gevestigd – zoals Sunmix – voor de doorverkoper die wel in een Europese lidstaat is gevestigd – zoals Prijsvrij – de verplichtingen voor organisatoren gelden die zijn vastgelegd in artikel 7:510 tot en met 7:513a BW. Prijsvrij heeft ook de verplichtingen van artikel 7:509 BW op zich genomen. Zij heeft de voor de pakketreizen betaalde bedragen, waaronder de prijs van het vliegticket van Transavia, aan de reizigers terugbetaald. 3.17. Transavia heeft haar partners, waaronder Sunmix, een coulanceregeling aangeboden voor – kort samengevat – boekingen als onderdeel van een pakketreis die via API of Partner Portal waren geboekt (hierna: de Coulanceregeling). Deze hield in dat Transavia voor alle boekingen met vertrekdatum tussen 17 oktober 2020 en (na verlenging) 31 oktober 2021 het bedrag van de geannuleerde API boekingen terugstortte op het ‘deposit’ van Sunmix. Daarmee kon Sunmix andere tickets boeken. Bij een boeking via Partner Portal kon Sunmix de datum, bestemming en persoonsgegevens kosteloos wijzigen. 3.18. Sunmix heeft voor een bedrag van € 53.569,00 gebruik gemaakt van de Coulanceregeling. 3.19. Vóór inwerkingtreding van de Coulanceregeling heeft Transavia in de zomer van 2020 ten behoeve van Prijsvrij voor een bedrag van circa € 14.990,00 kosteloos vliegtickets omgeboekt. 3.20. Prijsvrij c.s. hebben bij Transavia aanspraak gemaakt op terugbetaling van de bedragen die zij zelf aan de passagiers hebben terugbetaald in verband met de geboekte vliegtickets. Op 9 juni 2022 is Transavia door Prijsvrij c.s. in gebreke gesteld. 3.21. Van mei 2020 tot en met augustus 2021 heeft de rijksoverheid voor de hier aan de orde zijnde vakantiebestemmingen (Spanje, Canarische eilanden, Portugal, Italië en Griekenland) het reisadvies code oranje afgegeven. In de kamerbrief van 14 oktober 2020 van de minister van Infrastructuur en Waterstaat staat: Het is gezien de huidige epidemiologische situatie van groot belang dat reizigers geen vakantiereizen naar gebieden ondernemen waarvoor een oranje reisadvies geldt . Code oranje betekent volgens de rijksoverheid: Het is niet veilig om naar oranje gebied op vakantie te gaan. 4 Eerste aanleg 4.1. Prijsvrij c.s. hebben in eerste aanleg (na eiswijziging, te weten feitelijke intrekking ter zitting van 3 april 2023 van de subsidiaire vordering) – samengevat – gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, Transavia te veroordelen: I. tot betaling aan Prijsvrij en/of Sunmix van € 297.180,59, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente, althans de gewone wettelijke rente over dit bedrag vanaf de ingebrekestelling van 9 juni 2022; II. tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wetteli De EU Richtlijn 2015/2302/EU van 25 november 2015 (hierna: de Richtlijn) over pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen is immers in Nederland geïmplementeerd in Titel 7A van Boek 7 BW (artikel 7:500 BW e.v.). Artikel 13 lid 1 van de Richtlijn legt de aansprakelijkheid voor de uitvoering van de reisdiensten waarop de pakketreis betrekking heeft op de organisator, ongeacht of deze diensten door de organisator of door andere dienstverleners worden verricht. Indien de organisator buiten de EER is gevestigd, rust deze aansprakelijkheid op de doorverkoper ingevolge artikel 20 van de Richtlijn. Omdat Sunmix buiten de EER is gevestigd. moest Prijsvrij na de beëindiging van de pakketreisovereenkomsten ingevolge artikel 7:509 lid 6 BW aan de passagiers de reissom terugbetalen. Dat heeft zij ook gedaan. Die terugbetaalde reissom heeft dus voor een deel betrekking op de kosten van de bij Transavia geboekte vliegtickets. 5.7. Voor de vraag of Prijsvrij c.s. Transavia kunnen aanspreken voor het door Prijsvrij aan de passagiers betaalde bedrag ter grootte van de prijs van de vliegtickets is van belang artikel 22 (‘verhaalrecht’) van de Richtlijn dat bepaalt dat de lidstaten erop toezien dat de organisator of doorverkoper het recht heeft om verhaal te halen op derden die hebben bijgedragen aan de gebeurtenis die heeft geleid tot schadevergoeding, prijsverlaging of andere verplichtingen, wanneer de organisator of doorverkoper schadevergoeding betaalt of aan andere uit de Richtlijn voortvloeiende verplichtingen voldoet. Dit sluit aan op onderdeel 36 van de considerans van deze Richtlijn, waarin is vermeld: ‘De aansprakelijkheid van de organisator moet het recht om verhaal te halen op derden, met inbegrip van dienstverleners, onverlet laten’. Uit artikel 4 van de Richtlijn volgt dat de lidstaten hiervan niet mochten afwijken. Uit de parlementaire geschiedenis van het tot stand komen van titel 7A van het BW blijkt dat de Nederlandse wetgever hiervan niet is afgeweken, maar ook geen aparte implementatie noodzakelijk heeft geacht, omdat volgens de wetgever een dergelijk verhaalsrecht onder Nederlands recht al bestaat. Daarbij is kennelijk gedoeld op het verhaalsrecht dat voortvloeit uit artikel 6:10, 6:30 en/of 6:212 BW. Niet uitgevoerde vluchten 5.8. Ter zitting in hoger beroep is door Transavia erkend dat van de 785 vluchten waar het in deze zaak om gaat, er 195 niet zijn uitgevoerd. Daarvan heeft Transavia ter zitting opgemerkt: Er zijn 195 vluchten niet gevlogen. Daarvoor is een mail gestuurd naar Sunmix met de mogelijkheid om de vluchten om te boeken. Dat heeft Sunmix gedaan, maar bij de alternatieve vluchten zijn vervolgens de reizigers niet komen opdagen. Het grootste deel is omgeboekt en sommigen zijn gerestitueerd. Die opties zijn aan de reizigers gegeven, aldus Transavia. Prijsvrij c.s. hebben betwist dat Transavia restituties heeft gedaan en/of dat omboekingen hebben plaatsgevonden. Zij voeren aan dat zij daarvan ook geen bevestiging of bericht van Transavia hebben gekregen. Volgens Prijsvrij c.s. hebben die 195 vluchten gewoon niet plaatsgevonden. Nu Transavia op dit punt haar stellingen, die neerkomen op een bevrijdend verweer, niet concreet heeft onderbouwd, wordt daaraan voorbijgegaan. Het hof gaat er daarom vanuit dat Transavia zelf 195 vluchten heeft geannuleerd. Daarmee is volgens Prijsvrij c.s. een bedrag van € 64.422,73 aan betalingen voor geboekte tickets gemoeid. 5.9. Het uitgangspunt is dat Transavia de reissom aan de passagiers dient terug te betalen, omdat zij de genoemde 195 vluchten niet heeft uitgevoerd. Haar AV bepalen in artikel X.2 onder a. (zie 3.12 hiervoor) dat in dat geval algehele restitutie volgt. De passagiers kunnen echter jegens Transavia geen aanspraak meer maken op dat bedrag, omdat zij van Prijsvrij reeds een restitutie hebben ontvangen. 5.10. Omdat Prijsvrij daartoe op grond van art 7:509 lid 6 BW ook verplicht was, doet zich de situatie voor dat Prijsvrij en Transavia elk, zij het op verschillende g Een richtlijnconforme uitleg van het Nederlandse recht op het gebied van samenhangende overeenkomsten brengt dus mee dat met de beëindiging van één van de samenstellende overeenkomsten van de pakketreis ook de vervoersovereenkomst is beëindigd. De vliegmaatschappijen, waaronder Transavia zelf, benadrukten destijds dat de reisbranche zwaar was getroffen door de maatregelen, vooral de code-oranje adviezen, en dat het vliegverkeer vrijwel stil kwam te liggen met alle economische gevolgen van dien. 5.15. In de AV van Transavia was weliswaar een bepaling opgenomen die onder meer epidemieën als overmacht aan de zijde van Transavia benoemde zonder spiegelbeeldbepaling voor de passagiers, maar dat doet niet ter zake. Het enkele ontbreken van een contractuele overmachtsbepaling waarop de passagier zich kan beroepen is niet voldoende voor het oordeel dat geen sprake was van een beëindiging en/of dat Transavia de instandhouding en naleving van de vervoersovereenkomsten toch mocht verwachten. 5.16. Transavia voert aan dat zij wel kosten heeft gehad aan de uitgevoerde vluchten. Dat is op zich aannemelijk, maar doet niet ter zake. Kennelijk heeft Transavia om haar moverende redenen (Prijsvrij c.s. noemen een aantal voor de hand liggende, zoals het veiligstellen van timeslots en het bieden van vlieguren aan piloten) de vluchten uitgevoerd ondanks de beëindiging van de overeenkomsten, maar dat kan de passagiers niet worden aangerekend. Passagiers verwachtten niet, en hoefden niet te verwachten, dat er daadwerkelijk vluchten voor hen beschikbaar zouden zijn naar bestemmingen waarvoor code-oranje gold. Voor hen was niet kenbaar dat Transavia vluchten zou laten doorgaan en zo ja welke dan. 5.17. Per saldo konden de passagiers dus aanspraak maken op restitutie van de betaalde ticketprijs. Het non-refundable karakter zoals dat is vormgegeven in de regeling van 100% annuleringskosten uit de AV, doet daarbij niet ter zake, want het gaat hier niet om annulering/opzegging van een op zichzelf staande vliegreis, maar om de afwikkeling van de beëindiging van een pakketreisovereenkomst waarvan de vliegreis onderdeel uitmaakt. De positie van Prijsvrij c.s. 5.18. Prijsvrij c.s. hebben de vorderingen van passagiers op Transavia inmiddels voldaan, omdat zij daartoe op basis van art 7:509 lid 6 BW gehouden waren. Prijsvrij c.s. stellen zich op het standpunt dat zij verhaal kunnen nemen op Transavia, op diverse grondslagen. Transavia betwist dat, maar tevergeefs. Het hof licht dit toe. 5.19. De kanalisering van alle aanspraken richting de reisorganisator (of de doorverkoper binnen de EER, zie art 20 van de Richtlijn en artikel 7:512 lid 3 BW) heeft ten doel de reiziger/passagier duidelijkheid te verschaffen doordat er één partij is bij wie hij terechtkan. Uit de Richtlijn valt op geen enkele manier af te leiden dat beoogd is ook regels te geven aangaande de onderlinge draagplicht tussen de wederpartijen van de reizigers bij de overeenkomsten die samen de pakketreis vormen. Integendeel, uit artikel 22 van de Richtlijn in combinatie met de considerans onder 36 valt af te leiden dat de regeling van verhaalsrecht aan de nationale wetgever wordt overgelaten. De Nederlandse wetgever heeft gemeend dat die verhaalsrechten reeds deel uitmaakten van het geldende Nederlandse recht (zie 5.7). Net als hiervoor ten aanzien van de niet uitgevoerde vluchten is overwogen (zie 5.10) gaat het hier om een hoofdelijke verbintenis tot voldoening van dezelfde schuld - de ticketprijs aan de betrokken passagiers - op verschillende grondslagen. 5.20. Het uitgangspunt moet zijn dat dit in de onderlinge verhouding tussen Prijsvrij c.s. en Transavia een schuld is die Transavia geheel aangaat. Het gaat immers enkel om de prijs van de vervoersovereenkomst in de pakketreis die de passagiers, zoals hiervoor is overwogen, van Transavia hadden kunnen terugvorderen. 5.21. Het hof begrijpt de stellingen van Transavia zo, dat zij (subsidiair) aanvoert dat in haar verhouding tot Prijsvrij c.s. de vo