Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-01-13
ECLI:NL:GHAMS:2026:133
GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.357.738/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/769668 / KG ZA 25-384 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 januari 2026 inzake [appellant] , wonend te [plaats 1] , appellante, advocaat mr. F.L.P. Vulto te Den Haag, tegen [geïntimeerde] , wonend te [plaats 2] , geïntimeerde, advocaat mr. D. Uygul-van Dam te Rotterdam. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. 1 De zaak in het kort Partijen nemen allebei via social media deel aan het publiek debat over transgenderpersonen en genderdiversiteit. [appellant] vordert in kort geding dat [geïntimeerde] (1) zal worden geboden om op LinkedIn en Instagram geplaatste berichten te verwijderen, (2) zal worden verboden zich in de toekomst op soortgelijke wijze over of jegens [appellant] uit te laten en (3) zal worden veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie. De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorzieningen geweigerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. 2 Het geding in hoger beroep [appellant] is bij dagvaarding van 28 juli 2025 met daarin de grieven, met producties, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. [geïntimeerde] heeft daarna een memorie van antwoord, met producties, ingediend. Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 8 december 2025 laten toelichten door hun advocaten, beiden aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen. [geïntimeerde] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling producties toegezonden. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog haar vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten. 3 Feiten Het gaat in deze zaak om het volgende. 3.1. [appellant] is coach/therapeut, schrijfster en opiniemaker. [geïntimeerde] is transman en identificeert zich als non-binair. [appellant] en [geïntimeerde] zijn beiden actief op sociale media zoals LinkedIn, Instagram, Threads en X, waar zij deelnemen aan het publieke debat over onder meer transgenderpersonen en genderdiversiteit. Partijen hebben in dit verband sinds 2020 op verschillende momenten interactie met elkaar gehad. 3.2. Op 17 juni 2022 heeft [appellant] met de gebruikersnaam “ [mail] ” het volgende bericht geplaatst op X: “I AM BACK FROM EXILE I was banned for over a year after being mass reported by transactivists. Will keep speaking out about protecting women and children against the #gendercult. #transwomenaremen Follow @voorzij the Dutch feminist foundation for woman’s rights.” 3.3. [appellant] heeft door de jaren heen op haar LinkedIn-account berichten van anderen over transgenderpersonen en genderdiversiteit gerepost en heeft voorts onder meer de volgende berichten geplaatst op haar LinkedIn-account: “De hele #transgenderwet is een grote farce. Mensen kunnen niet van geslacht veranderen. Een man zonder pik en ballen is een eunuch en geen vrouw. En een man met zijn zakie intact is gewoon een man. Hoe hij zich ook voelt en hoeveel nagellak hij ook opsmeert.” “DE TRANS GASLIGHTING Er komt een dag dat de rest van de wereld doorkrijgt wat hier werkelijk aan de hand is. Wat overal zichtbaar jezelf ‘zijn’ werkelijk betekent. Mannen met de fetisj om zich te verkleden als vrouw willen dat overal kunnen doen. Zelfs in de ruimten die bestemd zijn voor vrouwen. En ze willen ook nog eens dat iedereen moet meegaan in hun fetisj. Dat ze ook aangesproken worden alsof ze vrouwen zijn geworden. Ze eisen dat vrouwen verplicht worden om hun ruimten en hun sport op te offeren aan deze fetisj. Want vrouwen moeten deze mannen De ‘neo-vagina’ is een open wond die vaak stinkt (bij gebruik van darmweefsel, stinkt het naar poep). Die moet je hele leven open gehouden worden. Bij veel mannen blijkt dat zo pijnlijk dat ze het dicht laten groeien. Waarheid 4. Er zijn weinig cosmetische operaties met zoveel complicaties als het maken van een vleesworst voor vrouwen die denken dat ze zich het geslachtsdeel van een man kunnen laten aanmeten. Ze vallen eraf, de urine loopt er niet goed doorheen, vrouwen raken incontinent. (…) Waarheid 7. De kans op het vinden van een partner neemt sterk af. Een homoseksuele man zoekt een man als partner, een lesbische vrouw een vrouw en heteroseksuelen iemand van het andere geslacht. Je kunt de seksuele voorkeur van anderen niet veranderen omdat jij je van een ander geslacht voelt dan je feitelijk bent. Waarheid 8. Het is voor de meeste mannen en vrouwen absoluut niet aantrekkelijk als een man zo op zichzelf en zijn uiterlijk gericht is en tegelijkertijd zoveel bevestiging van buiten nodig heeft. Dat getuigt van een obsessieve, afhankelijke en dwingende persoonlijkheid. Waarheid negen Spijt is veel gewoner dan je denkt. De schatting is nu dat ongeveer een derde van de mensen spijt heeft van het nemen van hormonen en/of van ondergane operaties. Er is dus een derde kans dat jij op enig moment diep ongelukkig wordt door je transitie. Want de gevolgen zijn niet terug te draaien.” 3.8. Op 22 april 2025 heeft [geïntimeerde] het volgende bericht op zijn openbare LinkedIn-account gepost: “Ik zie opvallend veel mensen hier die connecties hebben met [appellant] , en omdat veel van jullie blijkbaar niet weten dat zij haar hele leven wijd aan het dehumaniseren van trans mensen en misinformatie verspreiden over trans mensen (ga voor de grap even op haar X profiel kijken), voel ik me verplicht jullie wat te educaten. Naar mijn mening zou [appellant] geen coach of therapeut mogen zijn, aangezien ze weigert Artikel 1 in acht te nemen. Ze heeft zelfs een organisatie die zich inzet om trans mensen te dehumaniseren onder het mom van vrouwen rechten beschermen. Anti trans wetten, beschermen cis vrouwen niet. Als je daadwerkelijk cis vrouwen (en trans vrouwen evengoed) wil beschermen, moet je je richten op de daadwerkelijke systematische problemen. Denk aan huiselijk geweld, femicide, menstruatie armoede, de pay gap, etc. Trans mensen zijn geen bedreiging voor cis mensen. Hierbij een aantal van haar dehumaniserende tweets.” [geïntimeerde] heeft bij dit bericht een aantal voorbeelden van op X geplaatste posts van [appellant] gevoegd, waaronder: “De wet die conversietherapie in Nederland gaat verbieden, lijkt transgenders te beschermen. Het tegendeel is waar. Hulpverleners wordt verboden om vragen te stellen aan jongeren die in de war zijn over hun gender. Geen vragen over misbruik of homoseksualiteit. Verplicht bevestigen dat ze trans zijn. Verplicht meteen chemisch castreren met puberteitsremmers . Laten we hopen dat genoeg politieke partijen zich dat realiseren. Het is van groot belang dat jongeren eerst therapie krijgen. Dat wordt onderzocht waarom (…)” “HAAL DIE POSTER UIT DE [bedrijf] Wij vinden het geen ‘inclusie’ om een vrouw te laten zien die vrijwillig haar borsten heeft laten amputeren. De [bedrijf] maakt hier propaganda voor en levensstijl die zich uit in ernstige (zelf)mutilatie. Waarom wil een winkel diepe zelfafwijzing promoten? Waarom willen ze laten zien dat het normaal is om gezonde borsten te amputeren vanwege psychische problemen? Waarom kiest deze winkelketen om propaganda te maken voor zelfbeschadiging? Wij vinden dat onethisch.” “Er is geen enkel bewijs dat ‘genderzorg’ leidt tot verbetering bij patiënten. Dus wordt er verdubbeld ingezet om deze kwakzalverij te laten doorgaan onder het mom van autonomie.” “Maar als je je kind van een jongetje in een meisje wil veranderen, mag dat natuurlijk wel van [socialmedia account] . Want dat is geen Munchhausen by proxy en geen uitbuiting van kinderen. TRANS Is boven alles verheven.” “D zal worden veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie op [geïntimeerde] Instagram-account en LinkedIn-profiel, inhoudende dat [geïntimeerde] beschuldigingen van onder andere “dehumaniseren van transmensen”, “verspreiden van desinformatie”, “racisme, xenofobie, transfobie en ableism” ongefundeerd en onjuist waren, en dat [geïntimeerde] deze uitspraken terugneemt. 4.1.2. [appellant] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de door [geïntimeerde] gebruikte uitingen op social media, waarin zij onder meer kwalificaties gebruikt als “dehumaniseren van transpersonen”, “verspreiden van desinformatie”, “racisme, xenofobie, ableism en transfobie” en waarin [geïntimeerde] stelt dat [appellant] geen coach of therapeut zou mogen zijn, onrechtmatig zijn jegens haar. Zij stelt daartoe dat de uitingen van [geïntimeerde] , die publiekelijk zijn verspreid met vermelding van haar naam en functie, geen feitelijke grondslag hebben, op de persoon zijn gericht en (daarom) geen legitiem publiek belang dienen, terwijl zij voorts onnodig grievend zijn, haar diep raken en zij als gevolg daarvan te maken heeft met reputatieschade, verlies van cliënten en intimidatie door derden. 4.2. De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorzieningen geweigerd. De grieven van [appellant] bestrijden deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen. 4.3. [geïntimeerde] betoogt tevergeefs dat spoedeisend belang ontbreekt bij de door [appellant] gevraagde voorzieningen. Het onder 3.10 bedoelde bericht staat nog op het LinkedIn account van [geïntimeerde] . Anders dan [geïntimeerde] aanvoert, leent deze zaak zich voor beoordeling in kort geding en kan het vragen van deze voorzieningen door [appellant] niet worden aangemerkt als misbruik van bevoegdheid (omdat [appellant] volgens [geïntimeerde] in feite rechterlijke goedkeuring voor haar eigen uitingen zou nastreven). 4.4. De onder I gevraagde voorziening strekt tot verwijdering van door [geïntimeerde] op social media geplaatste berichten. [geïntimeerde] voert aan dat alle door [appellant] genoemde berichten, afgezien van het onder 3.10 bedoelde bericht, zijn verwijderd. [appellant] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarmee is voldoende aannemelijk dat alleen het onder 3.10 bedoelde bericht nog zichtbaar is op het LinkedIn-account van [geïntimeerde] . De onder II gevraagde voorziening strekt tot het treffen van een preventieve voorziening. Daarvoor zijn ook de door [appellant] genoemde, inmiddels verwijderde berichten van [geïntimeerde] van belang. 4.5. De onder I en II gevraagde voorzieningen strekken tot een beperking van het recht van [geïntimeerde] op vrijheid van meningsuiting. Ingevolge artikel 10 EVRM kan dit recht slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Van een dergelijke situatie is sprake indien de posts van [geïntimeerde] onrechtmatig zijn jegens [appellant] in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten de wederzijdse belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van [geïntimeerde] is met name gelegen in bescherming van het in artikel 10 EVRM neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting en (daarmee) het vrijelijk kunnen deelnemen aan het publieke debat via social media. Het belang van [appellant] is met name gelegen in het voorkomen van onnodige schendingen van haar door artikel 8 EVRM beschermde recht op bescherming van haar goede naam en reputatie. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. Daarbij is in dit verband van belang dat de door [appellant] bestreden uitingen van [geïntimeerde] zijn gedaan in het kader van een publiek debat over transgenderpersonen en genderdiversiteit. Dat betekent dat er niet veel ruimte bestaat om de vrijheid van meningsuiting van [geïntimeerde] te beperken en dat rekening moet worden gehouden met de wijz Naar eigen zeggen verspreidt [appellant] haar ‘activistische boodschap’ vooral via X en scheidt zij deze bewust van haar professionele communicatie via LinkedIn en Facebook. 4.10. Dit onderscheid laat echter onverlet dat (potentiële) cliënten en zakenrelaties waarop [appellant] zich naar eigen zeggen richt via LinkedIn en Facebook, zonder enige beperking kunnen kennisnemen van haar niet afgeschermde uitingen via X en de reacties daarop. Voorts legt [appellant] met haar gebruikersnaam op X “ [mail] ” zelf een verband met haar beroepsmatige activiteiten en verspreidt zij haar ‘activistische boodschap’ even goed via LinkedIn (zie onder 3.3) en, naar [geïntimeerde] onweersproken aanvoert, ook via andere openbare kanalen zoals een opinieartikel in het dagblad Trouw. Dat [geïntimeerde] ook op LinkedIn op de uitlatingen van [appellant] reageert, kan in de gegeven omstandigheden dan ook niet als onnodig kwetsend of beschadigend jegens [appellant] worden aangemerkt. Verder is voorshands onvoldoende aannemelijk dat de uitingen van [geïntimeerde] op LinkedIn (in relevante mate) hebben bijgedragen aan de door [appellant] gestelde reputatieschade, verlies van cliënten en intimidatie. Dat geldt ook voor de oproepen en de deelname van [geïntimeerde] aan wat door [appellant] wordt aangeduid als ‘collectief georganiseerd verzet’ tegen (mensen met opvattingen zoals die van) [appellant] (zoals de onder 3.4 bedoelde oproep tot een tegendemonstratie). Het hof acht hierbij nog van belang dat de uitingen van [geïntimeerde] niet geïsoleerd, maar steeds in de context van de bijdragen van [appellant] aan het (scherp gevoerde) publieke debat omtrent genderdiversiteit en -transitie zijn gedaan, althans dat die context voor het publiek dat van zijn uitlatingen kennis neemt (eenvoudig) kenbaar is. 4.11. In de gegeven omstandigheden zoals hiervoor weergegeven weegt met betrekking tot het onder 3.10 bedoelde bericht op LinkedIn het door artikel 10 EVRM beschermde belang van vrijheid van meningsuiting van [geïntimeerde] zwaarder dan het door artikel 8 EVRM beschermde belang van [appellant] . Het hof neemt daarbij in aanmerking dat deze uiting is gedaan in de context van het publiek debat over transgenderpersonen en genderdiversiteit waarin de opvattingen sterk uiteen lopen en aan ontwikkeling onderhevig zijn en waarin ook [appellant] standpunten van andersdenkenden (bewust) in sterke en offensieve bewoordingen bestrijdt en als moreel verwerpelijk neerzet. In de gegeven omstandigheden zijn de inhoud van dit bericht, waarmee [geïntimeerde] reageert op de onder meer op X geplaatste ‘Negen Waarheden’ van [appellant] , en de keuze om dat te doen via LinkedIn niet onnodig kwetsend of beschadigend ten aanzien van [appellant] (zie rov. 4.8 en 4.10). De link met het ‘Negen Waarheden’ bericht maakt weliswaar duidelijk dat [geïntimeerde] reageert op de daarin geuite opvattingen van [appellant] , maar [geïntimeerde] licht in dit bericht toe waarom hij het in het algemeen essentieel vindt zich tegen dergelijke opvattingen uit te spreken. Het beroep van [appellant] wordt duidelijk door de gebruikersnaam van haar X-account ( [mail] ) waarop zij het bericht inzake de ‘Negen Waarheden’ heeft gepost. Zo dit bericht al heeft bijgedragen aan de door [appellant] gestelde reputatieschade, verlies van cliënten en intimidatie (zie rov. 4.9), legt dat in de gegeven omstandigheden onvoldoende gewicht in de schaal. Dit een en ander betekent dat het onder 3.10 bedoelde bericht niet onrechtmatig is jegens [appellant] . De onder I gevraagde voorziening (tot het verwijderen van dat bericht) is niet toewijsbaar. 4.12. Met betrekking tot de onder II gevraagde voorziening (een verbod tot het doen van onrechtmatige uitlatingen) valt de belangenafweging eveneens in het nadeel van [appellant] uit. Deze voorziening kan niet worden gestoeld op het onder 3.10 bedoelde bericht, dat niet onrechtmatig is jegens [appellant] . Voor zover de door [geïntimeerde] inmiddels verwijderde berichten op LinkedIn