Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-12
ECLI:NL:GHAMS:2026:1314
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
10,379 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 text/xml public 2026-05-19T15:01:00 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 200.358.593/01 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 text/html public 2026-05-19T15:00:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 200.358.593/01 zorgregeling op verzoek van de moeder uitgebreid. De moeder heeft, net zoals de vader, behoefte aan tijd voor persoonlijke ontwikkeling. De vader heeft geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is zijn werkrooster zodanig aan te passen dat hij de kinderen om de week op vrijdag uit school kan ophalen. Het hof stelt een opbouwregeling vast. Artikel: 1:253a lid 4 BW jo. 1:377e BW. GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.358.593/01 zaaknummer rechtbank: C/15/337789 / FA RK 23-1210 beschikking van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , verzoekster in hoger beroep, hierna: de moeder, advocaat: mr. H.I. Park te Heerhugowaard, en [de vader] , wonende te [plaats B] , verweerder in hoger beroep, hierna: de vader, advocaat: mr. H. Beekelaar te Kwadijk. Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - de minderjarige [minderjarige 1] , geboren [in] 2013, en - de minderjarige [minderjarige 2] , geboren [in] 2017. In de procedure heeft een adviserende taak: de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem, hierna: de raad. 1 De zaak in het kort 1.1 De zaak gaat over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) tussen de vader en de moeder (hierna: de ouders) ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk: de kinderen). De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank), heeft – kortgezegd – bepaald dat de kinderen in de even weken van zaterdagmiddag 13:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder. 1.2 De moeder is het daar (gedeeltelijk) niet mee eens en wil dat de kinderen in de even weken al vanaf vrijdag na school bij de vader verblijven. De vader is het wel eens met de bestreden beschikking. 2 De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder is op 1 september 2025 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de bestreden beschikking van 4 juni 2025. 2.2 De vader heeft op 28 oktober 2025 een verweerschrift ingediend. 2.3 Het hof heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld om te laten weten wat zij van de zaak kinderen. De kinderen hebben allebei in een brief van 2 maart 2026 hun mening over de zaak naar voren gebracht. 2.4 De zitting heeft op 30 maart 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en - de raad, vertegenwoordigd door meneer R. Bark. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet in persoon ter zitting verschenen. 3 De feiten 3.1 De vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders) zijn [in] 2012 in [plaats C] , Eritrea met elkaar getrouwd. Het huwelijk is op 24 augustus 2022 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 16 mei 2022 in de registers van de burgerlijke stand. 3.2 Tijdens het huwelijk van de ouders zijn geboren: - [minderjarige 1] , [in] 2013 te [plaats C] , Eritrea, en - [minderjarige 2] , [in] 2017 te [plaats D] . De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. 3.3 De moeder heeft de Eritrese nationaliteit. De vader heeft de Eritrese en de Nederlandse nationaliteit. De kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. 3.4 In de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank van 16 mei 2022 is bepaald dat het door partijen op 23 december 2021 respectievelijk 11 januari 2022 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking. In het ouderschapsplan is als zorgregeling overeengekomen dat de kinderen in de even weken op zaterdag van 10:00 tot 20:00 uur en op zondag van 10:00 tot 18:00 uur bij de vader verblijven. Vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld. 3.5 Bij beschikking van de rechtbank van 26 augustus 2022, welke is hersteld bij beschikking van 7 oktober 2022, is – na overeenstemming hierover ter zitting – de volgende zorgregeling vastgesteld, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank van 16 mei 2022 en het daaraan gehechte ouderschapsplan: Regulier: De kinderen verblijven en overnachten in de even weken van vrijdagavond 19:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader de kinderen ophaalt en op zondagmiddag terugbrengt bij de moeder en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ). Vakanties, feestdagen en bijzondere dagen: de zomervakantie wordt gelijkelijk tussen partijen verdeeld. De kinderen verblijven drie weken bij de een en drie weken bij de andere ouder. De vader heeft in de oneven jaren de eerste keuze en de moeder in de even jaren; in de kerstvakantie verblijven de kinderen in de even jaren de eerste week bij de vader en in de oneven jaren de tweede week bij de vader; de kinderen verblijven in de even jaren in het paasweekend van vrijdagmiddag 18:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader en in de oneven jaren het weekend bij de moeder; op Hemelvaartsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; tijdens Pinsteren verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder; op Koningsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; op sinterklaasdag verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; de kinderen verblijven op hun verjaardag in de even jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder. Hierbij geldt dat de vader de kinderen haalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) 3.6 Bij beschikking van de rechtbank van 9 februari 2024 is, na overeenstemming hierover ter zitting, in afwachting van het hulpverleningstraject bij Levvel Bemiddelt, de volgende tijdelijke zorgregeling vastgesteld: - de kinderen verblijven bij de vader in de even weken op zondag van 11:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de supermarkt [X] ( [A-straat] te [plaats A] ). De definitieve beslissing over de zorgregeling is pro forma aangehouden in afwachting van de resultaten van de hulpverlening en het verloop van de tijdelijke zorgregeling. 3.7 Bij de in zoverre niet bestreden beschikking heeft de rechtbank de volgende vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld: de zomervakantie wordt gelijkelijk tussen partijen verdeeld, drie weken bij de een en drie weken bij de ander, waarbij de vader in de oneven jaren de eerste keuze heeft en de moeder in de even jaren; de kinderen verblijven de aankomende zomervakantie (2025) gedurende de laatste drie weken bij de vader; de kinderen verblijven in de even jaren in het paasweekend van vrijdagmiddag 18:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader en in het oneven jaar het weekend bij de moeder; op Koningsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; de kinderen verblijven met hun verjaardag in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder, waarbij geldt dat de ouder bij wie de kinderen op dat moment niet verblijven door de andere ouder wel in staat wordt gesteld om het kind persoonlijk te feliciteren en aan hem of haar persoonlijk een cadeau te overhandigen.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 text/xml public 2026-05-19T15:01:00 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 200.358.593/01 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 text/html public 2026-05-19T15:00:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1314 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 200.358.593/01 zorgregeling op verzoek van de moeder uitgebreid. De moeder heeft, net zoals de vader, behoefte aan tijd voor persoonlijke ontwikkeling. De vader heeft geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is zijn werkrooster zodanig aan te passen dat hij de kinderen om de week op vrijdag uit school kan ophalen. Het hof stelt een opbouwregeling vast. Artikel: 1:253a lid 4 BW jo. 1:377e BW. GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.358.593/01 zaaknummer rechtbank: C/15/337789 / FA RK 23-1210 beschikking van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , verzoekster in hoger beroep, hierna: de moeder, advocaat: mr. H.I. Park te Heerhugowaard, en [de vader] , wonende te [plaats B] , verweerder in hoger beroep, hierna: de vader, advocaat: mr. H. Beekelaar te Kwadijk. Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - de minderjarige [minderjarige 1] , geboren [in] 2013, en - de minderjarige [minderjarige 2] , geboren [in] 2017. In de procedure heeft een adviserende taak: de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem, hierna: de raad. 1 De zaak in het kort 1.1 De zaak gaat over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) tussen de vader en de moeder (hierna: de ouders) ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk: de kinderen). De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank), heeft – kortgezegd – bepaald dat de kinderen in de even weken van zaterdagmiddag 13:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder. 1.2 De moeder is het daar (gedeeltelijk) niet mee eens en wil dat de kinderen in de even weken al vanaf vrijdag na school bij de vader verblijven. De vader is het wel eens met de bestreden beschikking. 2 De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder is op 1 september 2025 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de bestreden beschikking van 4 juni 2025. 2.2 De vader heeft op 28 oktober 2025 een verweerschrift ingediend. 2.3 Het hof heeft de kinderen in de gelegenheid gesteld om te laten weten wat zij van de zaak kinderen. De kinderen hebben allebei in een brief van 2 maart 2026 hun mening over de zaak naar voren gebracht. 2.4 De zitting heeft op 30 maart 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en - de raad, vertegenwoordigd door meneer R. Bark. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet in persoon ter zitting verschenen. 3 De feiten 3.1 De vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders) zijn [in] 2012 in [plaats C] , Eritrea met elkaar getrouwd. Het huwelijk is op 24 augustus 2022 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 16 mei 2022 in de registers van de burgerlijke stand. 3.2 Tijdens het huwelijk van de ouders zijn geboren: - [minderjarige 1] , [in] 2013 te [plaats C] , Eritrea, en - [minderjarige 2] , [in] 2017 te [plaats D] . De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. 3.3 De moeder heeft de Eritrese nationaliteit. De vader heeft de Eritrese en de Nederlandse nationaliteit. De kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. 3.4 In de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank van 16 mei 2022 is bepaald dat het door partijen op 23 december 2021 respectievelijk 11 januari 2022 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking. In het ouderschapsplan is als zorgregeling overeengekomen dat de kinderen in de even weken op zaterdag van 10:00 tot 20:00 uur en op zondag van 10:00 tot 18:00 uur bij de vader verblijven. Vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld. 3.5 Bij beschikking van de rechtbank van 26 augustus 2022, welke is hersteld bij beschikking van 7 oktober 2022, is – na overeenstemming hierover ter zitting – de volgende zorgregeling vastgesteld, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank van 16 mei 2022 en het daaraan gehechte ouderschapsplan: Regulier: De kinderen verblijven en overnachten in de even weken van vrijdagavond 19:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader, waarbij de vader de kinderen ophaalt en op zondagmiddag terugbrengt bij de moeder en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ). Vakanties, feestdagen en bijzondere dagen: de zomervakantie wordt gelijkelijk tussen partijen verdeeld. De kinderen verblijven drie weken bij de een en drie weken bij de andere ouder. De vader heeft in de oneven jaren de eerste keuze en de moeder in de even jaren; in de kerstvakantie verblijven de kinderen in de even jaren de eerste week bij de vader en in de oneven jaren de tweede week bij de vader; de kinderen verblijven in de even jaren in het paasweekend van vrijdagmiddag 18:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader en in de oneven jaren het weekend bij de moeder; op Hemelvaartsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; tijdens Pinsteren verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder; op Koningsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; op sinterklaasdag verblijven de kinderen in de even jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; de kinderen verblijven op hun verjaardag in de even jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder. Hierbij geldt dat de vader de kinderen haalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) 3.6 Bij beschikking van de rechtbank van 9 februari 2024 is, na overeenstemming hierover ter zitting, in afwachting van het hulpverleningstraject bij Levvel Bemiddelt, de volgende tijdelijke zorgregeling vastgesteld: - de kinderen verblijven bij de vader in de even weken op zondag van 11:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt bij de supermarkt [X] ( [A-straat] te [plaats A] ). De definitieve beslissing over de zorgregeling is pro forma aangehouden in afwachting van de resultaten van de hulpverlening en het verloop van de tijdelijke zorgregeling. 3.7 Bij de in zoverre niet bestreden beschikking heeft de rechtbank de volgende vakantie- en feestdagenregeling vastgesteld: de zomervakantie wordt gelijkelijk tussen partijen verdeeld, drie weken bij de een en drie weken bij de ander, waarbij de vader in de oneven jaren de eerste keuze heeft en de moeder in de even jaren; de kinderen verblijven de aankomende zomervakantie (2025) gedurende de laatste drie weken bij de vader; de kinderen verblijven in de even jaren in het paasweekend van vrijdagmiddag 18:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader en in het oneven jaar het weekend bij de moeder; op Koningsdag verblijven de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; de kinderen verblijven met hun verjaardag in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder, waarbij geldt dat de ouder bij wie de kinderen op dat moment niet verblijven door de andere ouder wel in staat wordt gesteld om het kind persoonlijk te feliciteren en aan hem of haar persoonlijk een cadeau te overhandigen.
Volledig
Hierbij geldt dat de vader de kinderen ophaalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4 De omvang van het hoger beroep 4.1 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking (met wijziging van de beschikking van de rechtbank van 26 augustus 2022, welke is hersteld bij beschikking van 7 oktober 2022) een zorgregeling bepaald, waarin de kinderen bij de vader verblijven: - in de even weken van zaterdagmiddag 13:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en hij de kinderen op zondagmiddag terugbrengt bij de moeder, waarbij de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4.2 De moeder verzoekt het hof, met vernietiging van de bestreden beschikking: I. het verzoek van de vader onder II in eerste aanleg af te wijzen; II. het gedane verzoek door de moeder onder III in eerste aanleg alsnog toe te wijzen. Naar het hof begrijpt verzoekt de moeder een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen waarbij de kinderen de even weken van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4.3 De vader verzoekt – naar het hof begrijpt – de moeder niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar verzoeken af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 Uit artikel 1:253a, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW volgt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag alsmede een door de ouders onderling getroffen regeling daarover kan wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Deze gewijzigde regeling kan onder andere omvatten een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders. De standpunten 5.2 De moeder stelt dat de rechtbank ten onrechte een zorgregeling heeft bepaald waarin de kinderen in de even weken vanaf zaterdagmiddag bij de vader verblijven. De vader heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet in staat is om de kinderen om de week op vrijdagmiddag uit school te halen. Op dit moment rust de zorg voor de kinderen grotendeels op de schouders van de moeder, terwijl de ouders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Ter zitting heeft de advocaat van de moeder nader toegelicht dat de moeder behoefte heeft aan meer tijd en ruimte voor haar persoonlijke ontwikkeling. De moeder is op dit moment aangewezen op een bijstandsuitkering en zij wenst haar financiële zelfstandigheid te vergroten, zodat zij niet langer afhankelijk is van een uitkering. Bovendien hebben de kinderen volgens de moeder behoefte aan meer tijd met hun vader. 5.3 De vader is van mening dat de rechtbank terecht heeft bepaald dat het overdrachtsmoment van de kinderen op zaterdagmiddag plaatsvindt. De huidige zorgregeling, waarbij de kinderen vanaf zaterdagmiddag 13.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, verloopt goed en de kinderen zijn aan deze regeling gewend. Het is niet in het belang van de kinderen om de zorgregeling te wijzigen naar een overdracht op vrijdagmiddag, omdat de vader een dergelijke regeling niet kan nakomen. Hij werkt iedere vrijdag tot 23:00 uur en de vader heeft zijn inkomen hard nodig om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast is hij afhankelijk van het openbaar vervoer voor het halen en brengen van de kinderen. De vader benadrukt dat hij een betrokken ouder is en hij bereid is om bij te springen wanneer de moeder ondersteuning nodig heeft bij de zorg voor de kinderen. Het advies van de raad 5.4 De raad heeft ter zitting benadrukt dat de kinderen het recht hebben op contact met beide ouders. Het is voor de kinderen belangrijk dat de ouders zaken die hen betreffen, goed met elkaar afstemmen en dat de communicatie van de ene naar de andere ouder niet via de kinderen verloopt. Het inzetten van passende hulpverlening kan bijdragen aan verbetering van de onderlinge communicatie en dit zorgt voor meer rust en stabiliteit voor de kinderen. De raad acht het zorgelijk dat de wens en behoefte van de moeder aan ondersteuning bij de zorg voor de kinderen onvoldoende wordt gehoord door de vader. Een uitbreiding van de zorgregeling, waarbij de kinderen meer tijd bij de vader doorbrengen, wordt in het belang van de kinderen geacht, mits de vader deze uitgebreidere regeling kan nakomen. De raad merkt daarbij op dat de vader terughoudend lijkt te zijn in het onderzoeken naar de mogelijkheden tot uitbreiding van de zorgregeling en dat hij slechts beperkt inzicht geeft in zijn werksituatie. Dit is niet in het belang van de kinderen, aldus de raad. De beoordeling door het hof 5.5 Het hof overweegt als volgt. De vader heeft geen objectieve en/of verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is zijn werkrooster zodanig aan te (laten) passen dat hij de kinderen om de week op vrijdag uit school kan ophalen. De vader heeft geen verklaring van zijn werkgever overgelegd waaruit volgt dat hij verplicht is om op vrijdagavond te werken en ter zitting heeft hij verklaard niet bij zijn werkgever te hebben geïnformeerd naar de mogelijkheid om zijn vrijdagavonddienst te ruilen met een andere avonddienst in de week. De vader is zeer summier geweest met het geven van informatie over de aard van zijn werkzaamheden en de omvang van het bedrijf van zijn werkgever. Wel is het voor het hof duidelijk geworden dat de vader werkzaam is bij een industrieel bedrijf van een middelgrote omvang. Het hof neemt aan dat er voor de vader een CAO geldt dan wel een arbeidsreglement waaruit kan blijken wat de rechten en plichten zijn van de vader rondom het in de avonddienst werken. Het hof overweegt dat bij een werkgever van enige omvang, zoals die van de vader, in beginsel ruimte behoort te bestaan om – in overleg – te onderzoeken of aanpassingen in het werkrooster mogelijk zijn. Werkroosters zijn namelijk niet in beton gegoten. De vader heeft verklaard dat hij zich in een leertraject bevindt en dat zijn begeleider op vrijdagavond werkzaam is. Omdat hij zich verder wil ontwikkelen, wenst de vader op vrijdagavond (met zijn begeleider) te blijven werken. De vader heeft echter geen duidelijkheid verschaft over de duur van zijn huidige opleidingstraject op het werk of een (verwachte) einddatum daarvan. Hierdoor blijft het onduidelijk vanaf welk moment de vader wel beschikbaar is voor de kinderen op vrijdagmiddag en -avond. Het hof overweegt dat de vader met de door hem gestelde maar volstrekt niet onderbouwde noodzaak om op vrijdagavond te blijven werken, uit het oog verliest dat ook de moeder behoefte heeft aan ruimte en tijd voor persoonlijke ontwikkeling. Nu de dagelijkse zorg voor de kinderen al vrijwel geheel bij haar ligt, heeft de moeder minder ruimte en tijd om zichzelf te ontplooien. 5.6 Met de raad is het hof van oordeel dat een uitbreiding van de zorgregeling in het belang van de kinderen is. Het hof neemt hierbij mede in overweging dat op grond van artikel 1:247, vierde lid, BW kinderen van ouders met het gezamenlijk gezag over hen, recht hebben op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Door de kinderen om de week op vrijdagmiddag uit school op te halen, ontstaat meer ruimte voor de vader en de kinderen voor gezamenlijke dagelijkse momenten, zoals samen avondeten en ontbijten.
Volledig
Hierbij geldt dat de vader de kinderen ophaalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4 De omvang van het hoger beroep 4.1 De rechtbank heeft in de bestreden beschikking (met wijziging van de beschikking van de rechtbank van 26 augustus 2022, welke is hersteld bij beschikking van 7 oktober 2022) een zorgregeling bepaald, waarin de kinderen bij de vader verblijven: - in de even weken van zaterdagmiddag 13:00 uur tot zondagmiddag 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en hij de kinderen op zondagmiddag terugbrengt bij de moeder, waarbij de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4.2 De moeder verzoekt het hof, met vernietiging van de bestreden beschikking: I. het verzoek van de vader onder II in eerste aanleg af te wijzen; II. het gedane verzoek door de moeder onder III in eerste aanleg alsnog toe te wijzen. Naar het hof begrijpt verzoekt de moeder een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen waarbij de kinderen de even weken van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt en de overdracht plaatsvindt op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder. 4.3 De vader verzoekt – naar het hof begrijpt – de moeder niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel haar verzoeken af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 Uit artikel 1:253a, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW volgt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag alsmede een door de ouders onderling getroffen regeling daarover kan wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Deze gewijzigde regeling kan onder andere omvatten een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders. De standpunten 5.2 De moeder stelt dat de rechtbank ten onrechte een zorgregeling heeft bepaald waarin de kinderen in de even weken vanaf zaterdagmiddag bij de vader verblijven. De vader heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet in staat is om de kinderen om de week op vrijdagmiddag uit school te halen. Op dit moment rust de zorg voor de kinderen grotendeels op de schouders van de moeder, terwijl de ouders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Ter zitting heeft de advocaat van de moeder nader toegelicht dat de moeder behoefte heeft aan meer tijd en ruimte voor haar persoonlijke ontwikkeling. De moeder is op dit moment aangewezen op een bijstandsuitkering en zij wenst haar financiële zelfstandigheid te vergroten, zodat zij niet langer afhankelijk is van een uitkering. Bovendien hebben de kinderen volgens de moeder behoefte aan meer tijd met hun vader. 5.3 De vader is van mening dat de rechtbank terecht heeft bepaald dat het overdrachtsmoment van de kinderen op zaterdagmiddag plaatsvindt. De huidige zorgregeling, waarbij de kinderen vanaf zaterdagmiddag 13.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, verloopt goed en de kinderen zijn aan deze regeling gewend. Het is niet in het belang van de kinderen om de zorgregeling te wijzigen naar een overdracht op vrijdagmiddag, omdat de vader een dergelijke regeling niet kan nakomen. Hij werkt iedere vrijdag tot 23:00 uur en de vader heeft zijn inkomen hard nodig om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast is hij afhankelijk van het openbaar vervoer voor het halen en brengen van de kinderen. De vader benadrukt dat hij een betrokken ouder is en hij bereid is om bij te springen wanneer de moeder ondersteuning nodig heeft bij de zorg voor de kinderen. Het advies van de raad 5.4 De raad heeft ter zitting benadrukt dat de kinderen het recht hebben op contact met beide ouders. Het is voor de kinderen belangrijk dat de ouders zaken die hen betreffen, goed met elkaar afstemmen en dat de communicatie van de ene naar de andere ouder niet via de kinderen verloopt. Het inzetten van passende hulpverlening kan bijdragen aan verbetering van de onderlinge communicatie en dit zorgt voor meer rust en stabiliteit voor de kinderen. De raad acht het zorgelijk dat de wens en behoefte van de moeder aan ondersteuning bij de zorg voor de kinderen onvoldoende wordt gehoord door de vader. Een uitbreiding van de zorgregeling, waarbij de kinderen meer tijd bij de vader doorbrengen, wordt in het belang van de kinderen geacht, mits de vader deze uitgebreidere regeling kan nakomen. De raad merkt daarbij op dat de vader terughoudend lijkt te zijn in het onderzoeken naar de mogelijkheden tot uitbreiding van de zorgregeling en dat hij slechts beperkt inzicht geeft in zijn werksituatie. Dit is niet in het belang van de kinderen, aldus de raad. De beoordeling door het hof 5.5 Het hof overweegt als volgt. De vader heeft geen objectieve en/of verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij niet in staat is zijn werkrooster zodanig aan te (laten) passen dat hij de kinderen om de week op vrijdag uit school kan ophalen. De vader heeft geen verklaring van zijn werkgever overgelegd waaruit volgt dat hij verplicht is om op vrijdagavond te werken en ter zitting heeft hij verklaard niet bij zijn werkgever te hebben geïnformeerd naar de mogelijkheid om zijn vrijdagavonddienst te ruilen met een andere avonddienst in de week. De vader is zeer summier geweest met het geven van informatie over de aard van zijn werkzaamheden en de omvang van het bedrijf van zijn werkgever. Wel is het voor het hof duidelijk geworden dat de vader werkzaam is bij een industrieel bedrijf van een middelgrote omvang. Het hof neemt aan dat er voor de vader een CAO geldt dan wel een arbeidsreglement waaruit kan blijken wat de rechten en plichten zijn van de vader rondom het in de avonddienst werken. Het hof overweegt dat bij een werkgever van enige omvang, zoals die van de vader, in beginsel ruimte behoort te bestaan om – in overleg – te onderzoeken of aanpassingen in het werkrooster mogelijk zijn. Werkroosters zijn namelijk niet in beton gegoten. De vader heeft verklaard dat hij zich in een leertraject bevindt en dat zijn begeleider op vrijdagavond werkzaam is. Omdat hij zich verder wil ontwikkelen, wenst de vader op vrijdagavond (met zijn begeleider) te blijven werken. De vader heeft echter geen duidelijkheid verschaft over de duur van zijn huidige opleidingstraject op het werk of een (verwachte) einddatum daarvan. Hierdoor blijft het onduidelijk vanaf welk moment de vader wel beschikbaar is voor de kinderen op vrijdagmiddag en -avond. Het hof overweegt dat de vader met de door hem gestelde maar volstrekt niet onderbouwde noodzaak om op vrijdagavond te blijven werken, uit het oog verliest dat ook de moeder behoefte heeft aan ruimte en tijd voor persoonlijke ontwikkeling. Nu de dagelijkse zorg voor de kinderen al vrijwel geheel bij haar ligt, heeft de moeder minder ruimte en tijd om zichzelf te ontplooien. 5.6 Met de raad is het hof van oordeel dat een uitbreiding van de zorgregeling in het belang van de kinderen is. Het hof neemt hierbij mede in overweging dat op grond van artikel 1:247, vierde lid, BW kinderen van ouders met het gezamenlijk gezag over hen, recht hebben op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Door de kinderen om de week op vrijdagmiddag uit school op te halen, ontstaat meer ruimte voor de vader en de kinderen voor gezamenlijke dagelijkse momenten, zoals samen avondeten en ontbijten.
Volledig
De vader kan hierdoor een actievere rol spelen in het (dagelijks) leven van de kinderen en dit draagt bij aan een hechtere ouder-kindrelatie en meer continuïteit in de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Ook stelt een uitgebreidere zorgregeling de moeder in staat meer tijd aan zichzelf en haar persoonlijke ontwikkeling te besteden, hetgeen ook ten goede zal komen aan de kinderen. Het hof zal op grond van het voorafgaande de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarin de reguliere zorgregeling is vastgesteld. Het hof zal de door de rechtbank bepaalde reguliere zorgregeling via een opbouw uitbreiden tot de regeling die de moeder heeft verzocht. Deze opbouw biedt de vader de gelegenheid om in overleg met zijn werkgever zijn werkrooster aan te passen, waarbij de opbouw er ook aan bijdraagt dat de kinderen kunnen wennen aan de nieuwe reguliere zorgregeling. 5.7 De opbouw van de reguliere zorgregeling is als volgt. De kinderen hebben van 4 juli 2026 tot en met 16 augustus 2026 zomervakantie en verblijven gedurende die periode volgens de door de rechtbank vastgestelde vakantieregeling gedurende drie weken bij de vader. Het hof zal bepalen dat in de periode tot de zomervakantie 2026, de kinderen in de even weken tweemaal vanaf vrijdag uit school bij de vader verblijven. Dit houdt in dat de zorgregeling tot de zomervakantie 2026 er als volgt uitziet, waarbij de kinderen bij de vader verblijven: in week 22: van vrijdag 29 mei 2026 uit school tot zondag 31 mei 2026 18:00 uur; in week 24: van zaterdag 13 juni 2026 13:00 uur tot zondag 14 juni 2026 18:00 uur; in week 26: van vrijdag 26 juni 2026 uit school tot zondag 28 juni 2026 18:00 uur. Na de zomervakantie 2026, te weten vanaf week 34 (21-23 augustus 2026), verblijven de kinderen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader. De overdracht vindt op vrijdag plaats uit school, en op zaterdagmiddag en zondagmiddag op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder, waarbij de vader de kinderen terugbrengt. 5.8 Ten overvloede overweegt het hof als volgt. In de bestreden beschikking is een vakantieregeling vastgesteld waarin de kinderen de helft van de vakanties bij de vader verblijven. Deze vakantieregeling is niet bestreden in hoger beroep en staat daarmee in rechte vast. Ter zitting is echter gebleken dat de kinderen sinds de bestreden beschikking gedurende de vakanties niet bij de vader hebben verbleven. De reden hiervan is voor het hof onduidelijk gebleven. Uit de door de kinderen aan het hof gestuurde brieven blijkt dat zij in de (zomer)vakantie(s) meer tijd willen doorbrengen bij en met hun vader. Het hof vindt het voor de kinderen belangrijk dat de ouders zich tijdens de aankomende vakanties aan de vakantieregeling houden, tenzij zij daarover in onderling overleg andere afspraken maken die tegemoetkomen aan de wens van de kinderen. 6 De beslissing Het hof: vernietigt de bestreden beschikking, voor zover daarin een zorgregeling is bepaald, en (in zoverre) opnieuw rechtdoende: stelt, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 26 augustus 2022 – welke is hersteld bij beschikking van 27 oktober 2022 – de volgende (opbouwende) zorgregeling vast: tot de zomervakantie 2026 verblijven de kinderen bij de vader: in week 22: van vrijdag 29 mei 2026 uit school tot zondag 31 mei 2026 18:00 uur; in week 24: van zaterdag 13 juni 2026 13:00 uur tot zondag 14 juni 2026 18:00 uur; in week 26: van vrijdag 26 juni 2026 uit school tot zondag 28 juni 2026 18:00 uur; na de zomervakantie 2026, te weten vanaf week 34 (21-23 augustus 2026), verblijven de kinderen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader; waarbij de overdracht op vrijdag plaatsvindt uit school en op zaterdagmiddag en zondagavond op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder, waarbij de vader de kinderen terugbrengt; verklaart deze beschikking (tot zover) uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.E. Geerlings, mr. F. Kleefmann en mr. M.J. Vonk, in tegenwoordigheid van mr. F. de Jongh als griffier en is op 12 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.
Volledig
De vader kan hierdoor een actievere rol spelen in het (dagelijks) leven van de kinderen en dit draagt bij aan een hechtere ouder-kindrelatie en meer continuïteit in de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Ook stelt een uitgebreidere zorgregeling de moeder in staat meer tijd aan zichzelf en haar persoonlijke ontwikkeling te besteden, hetgeen ook ten goede zal komen aan de kinderen. Het hof zal op grond van het voorafgaande de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarin de reguliere zorgregeling is vastgesteld. Het hof zal de door de rechtbank bepaalde reguliere zorgregeling via een opbouw uitbreiden tot de regeling die de moeder heeft verzocht. Deze opbouw biedt de vader de gelegenheid om in overleg met zijn werkgever zijn werkrooster aan te passen, waarbij de opbouw er ook aan bijdraagt dat de kinderen kunnen wennen aan de nieuwe reguliere zorgregeling. 5.7 De opbouw van de reguliere zorgregeling is als volgt. De kinderen hebben van 4 juli 2026 tot en met 16 augustus 2026 zomervakantie en verblijven gedurende die periode volgens de door de rechtbank vastgestelde vakantieregeling gedurende drie weken bij de vader. Het hof zal bepalen dat in de periode tot de zomervakantie 2026, de kinderen in de even weken tweemaal vanaf vrijdag uit school bij de vader verblijven. Dit houdt in dat de zorgregeling tot de zomervakantie 2026 er als volgt uitziet, waarbij de kinderen bij de vader verblijven: in week 22: van vrijdag 29 mei 2026 uit school tot zondag 31 mei 2026 18:00 uur; in week 24: van zaterdag 13 juni 2026 13:00 uur tot zondag 14 juni 2026 18:00 uur; in week 26: van vrijdag 26 juni 2026 uit school tot zondag 28 juni 2026 18:00 uur. Na de zomervakantie 2026, te weten vanaf week 34 (21-23 augustus 2026), verblijven de kinderen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader. De overdracht vindt op vrijdag plaats uit school, en op zaterdagmiddag en zondagmiddag op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder, waarbij de vader de kinderen terugbrengt. 5.8 Ten overvloede overweegt het hof als volgt. In de bestreden beschikking is een vakantieregeling vastgesteld waarin de kinderen de helft van de vakanties bij de vader verblijven. Deze vakantieregeling is niet bestreden in hoger beroep en staat daarmee in rechte vast. Ter zitting is echter gebleken dat de kinderen sinds de bestreden beschikking gedurende de vakanties niet bij de vader hebben verbleven. De reden hiervan is voor het hof onduidelijk gebleven. Uit de door de kinderen aan het hof gestuurde brieven blijkt dat zij in de (zomer)vakantie(s) meer tijd willen doorbrengen bij en met hun vader. Het hof vindt het voor de kinderen belangrijk dat de ouders zich tijdens de aankomende vakanties aan de vakantieregeling houden, tenzij zij daarover in onderling overleg andere afspraken maken die tegemoetkomen aan de wens van de kinderen. 6 De beslissing Het hof: vernietigt de bestreden beschikking, voor zover daarin een zorgregeling is bepaald, en (in zoverre) opnieuw rechtdoende: stelt, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 26 augustus 2022 – welke is hersteld bij beschikking van 27 oktober 2022 – de volgende (opbouwende) zorgregeling vast: tot de zomervakantie 2026 verblijven de kinderen bij de vader: in week 22: van vrijdag 29 mei 2026 uit school tot zondag 31 mei 2026 18:00 uur; in week 24: van zaterdag 13 juni 2026 13:00 uur tot zondag 14 juni 2026 18:00 uur; in week 26: van vrijdag 26 juni 2026 uit school tot zondag 28 juni 2026 18:00 uur; na de zomervakantie 2026, te weten vanaf week 34 (21-23 augustus 2026), verblijven de kinderen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 18:00 uur bij de vader; waarbij de overdracht op vrijdag plaatsvindt uit school en op zaterdagmiddag en zondagavond op een neutrale plek in de nabijheid van de woning van de moeder, te weten ofwel de parkeerplaats van de [X] supermarkt ( [A-straat] te [plaats A] ) ofwel het speelveldje voor de deur van de woning van de moeder, waarbij de vader de kinderen terugbrengt; verklaart deze beschikking (tot zover) uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.E. Geerlings, mr. F. Kleefmann en mr. M.J. Vonk, in tegenwoordigheid van mr. F. de Jongh als griffier en is op 12 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.