Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-06
ECLI:NL:GHAMS:2025:897
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
843 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.345.625/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 maart 2025
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap A]
,
gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mrs. E.E.U. Vroom, T.A.A.M. van Kemenade en S.A.J. Hulsink, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[vennootschap B]
,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Duits recht
[vennootschap C]
,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. A. Rossielle, J. van Borssum Waalkens en T.W.J. Vankan, kantoorhoudende te Amsterdam.
Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid als [vennootschap A] , [vennootschap B] en [vennootschap C] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 12 december 2024 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [vennootschap B] over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang, vooralsnog voor de duur van de procedure en voor zover nodig in afwijking van de statuten bepaald dat een nieuwe bestuurder van [vennootschap B] niet kan worden benoemd zonder dat [vennootschap A] – zo lang zij aandeelhouders is van [vennootschap B] – daarmee instemt.
1.3
Bij brief van 26 februari 2025 heeft mr. Vroom namens [vennootschap A] de Ondernemingskamer verzocht (alsnog) een onderzoeker aan te wijzen.
2De gronden van de beslissing
2.1
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de hiervoor genoemde beschikking van 12 december 2024.
Dictum
De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de hiervoor genoemde beschikking van 12 december 2024 in deze zaak: mr. M.R. van Zanten te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025.