Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-20
ECLI:NL:GHAMS:2025:804
Strafrecht
Hoger beroep
1,125 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001711-24
datum uitspraak: 20 maart 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 96-019058-24, 96-285065-20 (TUL) en 15-213351-22 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 2 februari 2023 te Heiloo, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de Kennemerstraatweg, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. De raadsman heeft eveneens betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.
Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal en de raadsman, van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.
Vorderingen tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 maart 2021 met parketnummer 96-285065-20 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week.
Het openbaar ministerie heeft daarnaast gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 augustus 2022 met parketnummer 15-213351-22 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Deze vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde, zullen de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 24 april 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 maart 2021, parketnummer 96-285065-20, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 week.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 24 april 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 augustus 2022, parketnummer 15-213351-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. H.A. van Eijk en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2025.
=
===
[…]
[…]