Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:657
Strafrecht
Hoger beroep
636 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001903-23
datum uitspraak: 18 februari 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-015297-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1991,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank aanvult.
Aanvullende bewijsoverweging
Het hof voegt aan de bewijsoverweging van de rechtbank toe dat uit de verklaring van getuige [getuige] bij de rechter-commissaris niet alleen blijkt dat de verdachte boos was, maar ook dat hij 1 à 2 stappen deed naar de tafel en dat op die tafel spullen lagen, waaronder een mes. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zeker 3 meter van de tafel en het mes vandaan stond. Het hof acht dit verschil mede redengevend waarom het de verklaring van de verdachte, anders dan die van de aangevers, niet aannemelijk acht.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. A.R.O. Mooy en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van
mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2025.