Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-12-10
ECLI:NL:GHAMS:2025:3799
Strafrecht
Hoger beroep
2,016 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2025:3799 text/xml public 2026-03-20T12:06:19 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2025-12-10 23-000354-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3799 text/html public 2026-03-20T12:02:28 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2025:3799 Gerechtshof Amsterdam , 10-12-2025 / 23-000354-25 Beperkt hoger beroep; verwerping van het tot vrijspraak strekkende verweer; veroordeling voor het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; toepassing van artikel 423, vierde lid, Sv. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000354-25 datum uitspraak: 10 december 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-253398-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992, adres: [adres] , thans gedetineerd in [detentieadres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Het vonnis waarvan beroep en de omvang van het appel De verdachte is ter zake van de onder 1 tot en met 5 en 7 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren, met aftrek van voorarrest. Verder zijn beslissingen over het beslag genomen. Tegen dit vonnis is door de verdediging op 14 februari 2025 onbeperkt hoger beroep ingesteld. Bij akte van 13 maart 2025 is het hoger beroep ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4, 6 en 7 ingetrokken. Dit betekent dat slechts het onder 5 tenlastegelegde feit in hoger beroep aan de orde is. Het hof zal het vonnis in zoverre vernietigen en opnieuw rechtdoen. Tenlastelegging Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat: 5. (Zaaksdossier 5) hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2024 tot en met 17 juli 2024 te Amstelveen, Amsterdam en/of Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ongeveer 1 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p.3) - ongeveer 1 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p. 10-11) - ongeveer 10 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p. 11-13), (telkens) in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder feit 5 tenlastegelegde. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verklaring van de verdachte in hoger beroep hetzelfde is als bij de rechtbank en dat de rechtbank die verklaring terecht als onaannemelijk terzijde heeft geschoven. De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde wegens gebrek aan bewijs. Daartoe heeft hij kortgezegd aangevoerd dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte in het bezit was van de genoemde 12 kilo cocaïne en dat ook niet kan worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om cocaïne ging. Er zijn geen blokken met cocaïne in beslag genomen en dus ook niet getest. Er is ook geen ander bewijs op basis waarvan tot de conclusie kan worden gekomen dat er daadwerkelijk cocaïne in de blokken zat. De verklaring van de verdachte dat hij probeerde anderen op te lichten met nepdrugs is ook niet in strijd met de inhoud van de chats, aldus de raadsman. Het hof overweegt als volgt. Het hof neemt de bewijsmotivering van de rechtbank in het vonnis op pagina 7 en 8, onder 3.3.4., over, maakt deze tot de zijne en vult deze als volgt aan: Op de onder de verdachte inbeslaggenomen Redmi 12C telefoon zijn diverse chatgesprekken aangetroffen waarin de verdachte foto’s verstuurde van blokken cocaïne en daarbij prijzen noemde die overeenkomen met de marktprijs voor cocaïne. Uit de chats, waarvan de verdachte heeft bekend dat hij deze heeft verstuurd, blijkt dat de verdachte zijn klanten de drugs vooraf liet testen en hun geld teruggaf of drugs van betere kwaliteit regelde indien de klanten niet tevreden waren over de geleverde drugs: ‘Heb klant die klaagt. Daarom zoek ik orgi’ en ‘Heb gezegd test nog een keer’ en ‘Heb gister bij klant opgehaald’ . Hieruit leidt het hof af dat de verdachte wel degelijk echte cocaïne aan klanten verstrekte. Immers, als zijn doel was geweest om zijn klanten op te lichten met nepdrugs, dan zou hij hen de drugs niet eerst laten testen met het risico om als oplichter door de mand te vallen en zou hij ook geen geld teruggeven na een succesvolle oplichting. Het tot vrijspraak strekkende verweer van de raadsman wordt in al zijn onderdelen verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 5. hij in de periode van 11 juli 2024 tot en met 17 juli 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, - ongeveer 1 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p.3) - ongeveer 1 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p. 10-11) - ongeveer 10 kilogram cocaïne (PV Aanvullend onderzoek telefoon Warker (6537026) ivm handel/fabriceren verdovende middelen, p. 11-13). Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de door de rechtbank uitgewerkte bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Strafbepaling conform artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor feit 5 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden en dat het hof de straf voor feiten 1, 2, 3, 4 en 7 zal bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 37 maanden. Nu het hoger beroep enkel is gericht tegen het onder feit 5 tenlastegelegde, zal het hof overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 Sv eerst de straf bepalen ten aanzien van de onder feiten 1, 2, 3, 4 en 7 bewezenverklaarde misdrijven.