Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-20
ECLI:NL:GHAMS:2025:3786
Strafrecht
Hoger beroep
4,070 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2025:3786 text/xml public 2026-03-06T16:49:34 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2025-11-20 23-001928-24 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3786 text/html public 2026-03-06T16:48:43 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2025:3786 Gerechtshof Amsterdam , 20-11-2025 / 23-001928-24 Telen van 304 hennepplanten en diefstal van elektriciteit. Taakstraf van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand. Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001928-24 (strafzaak) Datum uitspraak: 20 november 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-189508-23 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] , adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2025 en 6 november 2025 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het hof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: feit 1 primair hij op of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 304, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 1 subsidiair een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) op of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 304, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; feit 2 primair hij op of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, althans in Nederland, een hoeveelheid stroom/elektriciteit (te weten ongeveer 10034 kWh), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; feit 2 subsidiair een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) op of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit (te weten ongeveer 10034 kWh), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Liander, in elk geval aan een ander dan aan die (onbekend gebleven) personen en/of aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die (onbekend) gebleven perso(o)n(en) en/of zijn/haar/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door een pand/een woning (aan de [adres 2] ) en de (aldaar aanwezige) elektriciteitsvoorziening(en) aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen ten behoeve van die diefstal en/of voor de teelt/het kweken van hennepplanten. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging is gewijzigd en het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen op grond van de bewijsmiddelen die in verkorte vorm in het proces-verbaal van de terechtzitting bij de politierechter zijn opgenomen. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs daarvoor. De verdachte heeft de woning aan de [adres 2] begin juni 2021 onderverhuurd aan iemand van wie hij in eerste aanleg een voornaam heeft genoemd, maar van wie hij – mede gelet op veiligheidsoverwegingen – geen nadere persoonsgegevens kan verstrekken. Daarnaast dient de verdachte van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de woning of van de diefstal van elektriciteit, noch dat hij met opzet zijn woning voor die doelen ter beschikking heeft gesteld. Oordeel van het hof Feit 1 primair Uit het dossier blijkt dat op 14 januari 2022 in de woning aan de [adres 2] een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. In de hennepkwekerij stonden 304 hennepplanten. De verdachte was de huurder van deze woning. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de woning vanaf oktober 2021 heeft onderverhuurd en dat hij van de persoon aan wie hij heeft onderverhuurd geen gegevens meer heeft. De verdachte is vervolgens bij zijn familie in Amsterdam gaan wonen. Bij de politierechter heeft de verdachte echter verklaard dat hij vijf à zes maanden voor de wateroverlast (het hof begrijp: de wateroverlast op 14 januari 2022) uit de woning is gegaan. De naam van de huurder is [persoon] . Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij de woning aan een ander heeft onderverhuurd, niet geloofwaardig. De verdachte heeft in dit verband slechts een voornaam genoemd. Dit brengt mee dat de verklaring van de verdachte op dit punt niet kan worden gecontroleerd. Daarnaast bevat het dossier geen aanwijzingen over de aanwezigheid en/of de betrokkenheid van een ander dan de verdachte. Volgens de verdachte heeft hij een huur van € 500,00 per maand van de onderhuurder ontvangen, dit terwijl de verdachte zelf aan huur, gas en licht voor de woning € 560,00 per maand kwijt was. Het hof acht het niet aannemelijk dat de verdachte onderverhuur is aangegaan waar hij zelf financieel slechter van werd.
Volledig
Verder heeft hij zoals hiervoor is weergegeven wisselend verklaard over de periode waarin hij zijn woning zou hebben verhuurd. Hij heeft verder gezegd dat hij na juli 2021 niet meer in [adres 2] was geweest en aanvankelijk heeft hij ook nog bij de politierechter gezegd dat hij, toen hij eenmaal in Amsterdam woonde (het hof begrijpt: vanaf het moment dat hij de woning had onderverhuurd) niet meer in [adres 2] was geweest. Uit pintransacties blijkt echter dat de verdachte in juni, juli, september en oktober 2021 in [adres 2] is geweest. Daar komt bij dat een buurtbewoner heeft verklaard dat er sinds ongeveer twee jaar een nieuwe jongen aan de [adres 2] woont en dat hij die nieuwe jongen dagelijks dan wel wekelijks ziet. Bij die stand van zaken gaat het hof ervan uit dat het de verdachte zelf is geweest die de hennepkwekerij heeft opgezet en geëxploiteerd en op 14 januari 2022 de 304 hennepplanten heeft geteeld. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 primair Uit het dossier blijkt dat in de woning van de verdachte een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepkwekerij en deze voorzag van elektriciteit. Ten behoeve van de hennepkwekerij is illegaal elektriciteit afgenomen. Het hof is – gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij en bij het ontbreken van enige aanwijzing dat (ook) een ander daarbij betrokken is geweest – van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het ook de verdachte is geweest die de elektriciteit heeft gestolen. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: feit 1 primair hij op 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan de [adres 2] , een hoeveelheid van in totaal 304 hennepplanten; feit 2 primair hij op 14 januari 2022 te [adres 2], gemeente Aalsmeer, een hoeveelheid elektriciteit die aan Liander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Hetgeen onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, in combinatie met de hiervoor gegeven bewijsmotivering. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd. De raadsman heeft verzocht – indien het hof tot een veroordeling zal komen – de taakstraf van 100 uren geheel voorwaardelijk op te leggen, althans een substantieel deel daarvan, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is de schade aan de woning en de rekening van Liander nog aan het afbetalen, werkt als servicemedewerker op de tram en heeft een huurwoning, vriendin en kind. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 304 hennepplanten. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien leidt de teelt van hennep veelal tot overlast voor buurtbewoners, waaronder wateroverlast zoals in dit geval, en gaat deze niet zelden gepaard met andere vormen van criminaliteit. Het siert de verdachte daarbij niet dat hij voor de woning ook nog huurtoeslag heeft ontvangen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij, waardoor het energiebedrijf financiële schade heeft geleden. Tevens kan het illegaal aftappen van elektriciteit leiden tot brandgevaarlijke situaties voor omwonenden. Het hof rekent dit de verdachte aan. Bij het bepalen van de op te leggen straf(fen) heeft het hof gelet op de straffen die doorgaans in het geval van een hennepkwekerij plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daar wordt in het geval van een hennepkwekerij met 100 tot 500 hennepplanten een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur een maand genoemd. Het oriëntatiepunt gaat uit van een verdachte die voor dit delict een first offender is en ziet niet mede op de diefstal van elektriciteit. Uit het strafblad van de verdachte van 29 oktober 2025 blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten (onherroepelijk) is veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. De door de raadsman aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven onvoldoende aanleiding de taakstraf (gedeeltelijk) in voorwaardelijke vorm op te leggen. Beslag Het onder 1 primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij worden door het hof beschouwd als een gezamenlijkheid van voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien zij als gezamenlijkheid van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Uit het dossier blijkt dat de in beslag genomen hennepplanten reed zijn vernietigd, zodat het hof daarover geen beslissing hoeft te nemen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand . Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.