Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:3190
Strafrecht
Raadkamer
1,928 tokens
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 8 oktober 2025
parketnummer 23-001965-24
datum vonnis eerste aanleg 11 juni 2024
parketnummer 16-114746-23
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 8 oktober 2025.
Tegenwoordig:
mr. A.W.T. Klappe raadsheer,
en A.A. Adow griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. E. Meppelink, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte opgeroepen als:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]
[adres] ,
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. W. van Vliet, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, die desgevraagd verklaart dat hij niet is gemachtigd is advocaat de verdachte te verdedigen.
De raadsheer verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De advocaat-generaal voert het woord, leest vordering voor en legt die aan het hof over. Zij voert bij deze gelegenheid aan:
De opzetheling kan bewezenverklaard worden. Daartoe vind ik onder andere redengevend de verklaring van van de verdachte, te weten: “Ik zou er eerlijk bij zeggen dat je weet dat als je dat zo goedkoper kan kopen dat het niet helemaal haaks is”.
In eerste aanleg heeft de officier van justitie een eis neergelegd van 120 uren taakstraf. Dit vind
ik te fors, maar de modaliteit taakstraf vind ik wel passend. Ik vorder al met al een taakstraf van de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.
U, raadsheer vraagt mij of er nog beslag voorligt. In GPS staat niets.
Het hof onderbreekt het onderzoek ter terechtzitting voor overleg in raadkamer.
Na hervatting van het onderzoek verklaart de raadsheer het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 2 december 2022 te Amsterdam, een mobiele telefoon, type Iphone, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 2 december 2022 te Amsterdam, een mobiele telefoon, type Iphone, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist. dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Bewijsmiddelen
De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt, dat het ten laste gelegde en bewezen geachte feit door verdachte is begaan:
proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 3 december 2022, doorgenummerde pagina’s 9–12;
proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2023, doorgenummerde pagina’s 22-23;
proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 2 mei 2023, doorgenummerde pagina’s 63-69.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ter zake het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet de persoon van de verdachte.
Het hof heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een telefoon verworven, voorhanden gehad en overgedragen. Dit onder zodanige omstandigheden, dat hij ten tijde van de verwerving heeft geweten dat deze telefoon door misdrijf verkregen was. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Door heling wordt geprofiteerd van het misdrijf van een ander en wordt het buitgemaakte goed nog verder aan het zicht van de gedupeerde onttrokken, tevens wordt daarmee bijgedragen aan het in stand houden van de afzetmarkt voor gestolen goederen.
Het hof heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en hoogte daarvan acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet daarop acht het hof een taakstraf een passend modaliteit. Bij het bepalen van de hoogte houdt het hof rekening met het tijdsverloop sinds het ten laste gelegde en de toepasselijkheid van het bepaalde uit artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.