Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-31
ECLI:NL:GHAMS:2025:3084
Strafrecht
Hoger beroep
605 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-231164-24 en 23-000732-21 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-002229-24
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 oktober 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 september 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Het onder 2 en 4 bewezenverklaarde levert op:
telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
De onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd op 26 mei 2024 te Apeldoorn.
Het onder 4 bewezenverklaarde feit is gepleegd op 9 juli 2024 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 57, 63, 285, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 73 (drieënzeventig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de voorwaardelijk bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 15 juli 2021 opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden, parketnummer 23-000732-21, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Gewezen door mr. P. Greve, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier.
mr. P. Greve