Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-02
ECLI:NL:GHAMS:2025:2872
Strafrecht
Hoger beroep
2,166 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000206-25
datum uitspraak: 2 oktober 2025
TEGENSPRAAK (279 Sv)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-009117-25 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere laptop(s) en/of een of meerdere keukenmes(sen) en/of een of meerdere speaker(s) en/of een of meerdere chocoladetaart(en) en/of een of meerdere telefoonoplader(s) en/of een of meerdere kilo's, althans een hoeveelheid, koffiebonen, en/of diverse flessen drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of aan restaurant [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair
hij op of omstreeks 18 november 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere laptop(s) en/of een of meerdere keukenmes(sen) en/of een of meerdere speaker(s) en/of een of meerdere chocoladetaart(en) en/of een of meerdere telefoonoplader(s) en/of een of meerdere kilo's, althans een hoeveelheid, koffiebonen, en/of diverse flessen drank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of aan restaurant [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde((n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 18 november 2024 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door te helpen met het wegtillen van de gestolen goederen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Nu de benadeelde partij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en niet is gebleken dat de benadeelde partij zich op grond van het bepaalde van artikel 421, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering in hoger beroep (wederom) als benadeelde partij in dit strafproces heeft gevoegd, kan de vordering buiten beschouwing blijven.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft betoogd dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zowel van het primair als het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De verdachte is niet herkend op de camerabeelden van het restaurant waarop de daders zijn vastgelegd die binnen zijn geweest. De verklaringen van de verdachte, afgelegd bij de rechter-commissaris en op de zitting in eerste aanleg, komen er kort gezegd op neer dat hij iemand heeft geholpen met het wegtillen van goederen, maar dat hij niet in het restaurant is geweest. Er is geen reden om aan de geloofwaardigheid van deze verklaringen te twijfelen, aldus de verdediging.
Het hof overweegt als volgt.
Op 18 november 2024 omstreeks 09.00 uur is ontdekt dat er in het restaurant is ingebroken. Op de camerabeelden van het restaurant is zichtbaar dat er rond 6.00 uur twee personen in het restaurant zijn geweest die goederen hebben ontvreemd. Er bleek een gat te zijn gemaakt in het raam naast de achterdeur. Op de binnenste laag van het dubbelglas dat in de sponning was achtergebleven is een bloedspoor aangetroffen dat het DNA-profiel van de verdachte bevatte.
Van de verdachte mag worden verlangd dat hij met een aannemelijke verklaring komt voor de aanwezigheid van zijn DNA op de beschreven plek.
Naar het oordeel van het hof is de daarover door de verdachte afgelegde verklaring volstrekt ongeloofwaardig. Zonder verdere tekst en uitleg - die door de afwezigheid van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep nog steeds ontbreekt - is namelijk niet inzichtelijk waarom en hoe de verdachte iemand - die hij naar eigen zeggen niet kent - zou hebben geholpen door goederen naar buiten te tillen.
Bij gebrek aan een geloofwaardige verklaring gaat het hof er vanuit dat de verdachte een van de twee personen is geweest die op de beelden is te zien in het restaurant. Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in vereniging met een ander (namelijk [medeverdachte] ) de inbraak heeft gepleegd.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 18 november 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, laptops en keukenmessen en een speaker en een chocoladetaart en telefoonopladers en koffiebonen en flessen drank, die aan [slachtoffer] en/of aan restaurant [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.
Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. M.J.A. Duker en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van
mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 oktober 2025.
Mr. P.J. van Eekeren is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]