Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-22
ECLI:NL:GHAMS:2025:2835
Strafrecht
Hoger beroep
2,013 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000734-23
datum uitspraak: 22 mei 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 96-187526-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 mei 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat het onder de verdachte aangetroffen busje naar zijn aard bestemd was om personen te treffen met een giftige, verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof, aangezien de mechanische werking van het voorwerp niet is onderzocht. Omdat daarnaar evenmin onderzoek is gedaan, is bovendien niet uitgesloten dat sprake is van ‘neppepperspray’.
Het hof overweegt als volgt.
Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen volgt dat op het onder de verdachte in beslag genomen busje de tekst ‘Pepperspray’ stond en dat in het busje vloeistof aanwezig was. De verdachte heeft verklaard dat hij het busje van de vader van zijn vriendin had gekregen ter bescherming bij het uitgaan. Op grond van deze bewijsmiddelen kan worden aangenomen dat de verdachte een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad. Dat niet is onderzocht of het spuitmechanisme werkte dan wel of sprake was van ’nep pepperspray’ doet hier niet aan af.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 11 maart 2022 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Toepassen van artikel 9a Sr
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde feit veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 290 euro, subsidiair 5 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd.
De verdediging heeft bepleit dat, mocht het hof tot een bewezenverklaring komen, de toepassing van artikel 9a passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft hieraan toegevoegd dat hij alerter had moeten zijn op de aanwezigheid van het busje in zijn bagage en dat sprake is geweest van een ‘eenmalige stommiteit’.
Het hof heeft in hoger beroep, gesteld voor de vraag of en zo ja, welke straf of maatregel aan de verdachte dient te worden opgelegd, gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van pepperspray op de luchthaven Schiphol, terwijl dit verboden is. Het ongecontroleerde bezit hiervan brengt een risico voor de veiligheid van personen met zich.
Bij het bepalen van de straf(modaliteit) heeft het hof heeft acht geslagen op hetgeen door de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht betreffende de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Tevens heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële documentatie van 24 april 2025 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor strafbare feiten in aanraking met politie of justitie is gekomen. Hoewel dit in de maatschappij het uitgangspunt is, weegt het hof dat in dit specifieke geval in het voordeel van de verdachte mee. Daarbij betrekt het hof tevens de nog jonge leeftijd van de verdachte en zijn opstelling in deze casus, die blijkt geeft van inzicht en verantwoordelijkheidsbesef.
Het hof acht het – alles afwegend – gelet op de relatief beperkte ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd - raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 2 augustus 2022 onder CJIB nummer [CJIB-nummer] .
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. D.A.C. Koster en mr. E.J Hofstee, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Tolman en mr. S. Geensen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 mei 2025.
Mr. F.A. Tolman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.