Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-02
ECLI:NL:GHAMS:2025:2663
Strafrecht
Hoger beroep
2,311 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000123-25
datum uitspraak: 2 oktober 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 21 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-171945-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
inschrijfadres: [adres 1] ,
(ter terechtzitting opgegeven verblijfadres: [adres 2] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof het in hoger beroep gevoerde bewijsverweer bespreekt, een bewijsmiddel aanvult, de bewijsmiddelen uitwerkt in de aanvulling op dit arrest in geval er cassatie wordt ingesteld en met dien verstande dat het hof in de bewezenverklaring een kennelijke verschrijving corrigeert door daarin ‘ [adres 3] ’ te lezen.
Bewijsoverweging
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsvrouw
- kort samengevat - aangevoerd dat op basis van het dossier, overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal, niet bewezen kan worden dat de verdachte met een baksteen heeft gegooid. Daarom, en mede omdat de verdachte achter in de menigte stond, kan niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld.
Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt door het hof verworpen.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Op 18 mei 2023 heeft in het centrum van Alkmaar op de openbare weg een geweldsuitbarsting tussen een groep AZ-supporters en een groep West Ham supporters plaatsgevonden. De verdachte wordt verweten deel te hebben uitgemaakt van de groep AZ-supporters en wordt beschuldigd van het plegen van openlijk geweld.
Van het in vereniging plegen van geweld is sprake, als een verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Een verdachte hoeft niet alle tenlastegelegde handelingen zelf te hebben gepleegd (dat is doorgaans bij openlijk geweld ook niet het geval).
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte samen met een groep AZ-supporters aanwezig was bij café [plek] . Er ontstond onrust in de groep en de verdachte heeft zijn capuchon over zijn hoofd getrokken. Vervolgens heeft hij zich samen met de groep AZ-supporters in de richting van de West Ham supporters verplaatst en zich in de vechtende menigte begeven. Anders dan de verdachte heeft verklaard, namelijk dat hij geen vechtende bewegingen heeft gemaakt en geen baksteen heeft gegooid, is naar oordeel van het hof op de door het hof waargenomen camerabeelden wel degelijk te zien dat de verdachte naar voren rent in de vechtende menigte en zich actief in de gevechten mengt. Ook is op die camerabeelden te zien dat de verdachte op enig moment tijdens de gewelddadige confrontatie bukt, vervolgens een baksteen oppakt en die in de richting van de West Ham supporters gooit.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht aan het openlijk geweld heeft geleverd. Hierbij merkt het hof ten overvloede op dat de verdachte ook strafrechtelijk aansprakelijk is voor de bewezenverklaarde handelingen die niet hij, maar andere leden van de groep hebben gepleegd.
Aanvullend bewijsmiddel
Eigen waarneming van het hof gedaan in raadkamer op basis van de ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2025 getoonde en besproken camerabeelden.
Deze waarneming houdt in voor zover van belang en zakelijk weergegeven.
Ten aanzien van camerabeeld 1: dat de verdachte naar voren loopt en op minuut 34.30 en 34.31 naar de grond bukt en een baksteen opraapt. Vanaf minuut 34.32 is te zien dat het lichaam van de verdachte een gooiende beweging maakt, waarna de baksteen door de lucht vliegt.
Ten aanzien camerabeeld 6: dat de verdachte vanaf minuut 00:24 naar voren rent en zich in de vechtende menigte mengt. Op minuut 00:30 is te zien dat de verdachte in de voorste linie vechtende bewegingen maakt.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het bewezenverklaarde veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf waarvan 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis.
De raadsvrouw heeft, mocht het hof tot een bewezenverklaring komen, het hof verzocht om een taakstraf op te leggen van 80 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof overweegt met betrekking tot de op te leggen straf het volgende. Midden op de dag heeft op de openbare weg een gewelddadig treffen tussen AZ-supporters en West Ham supporters plaatsgevonden. Hierdoor zijn onschuldige omstanders geconfronteerd met geweld en zijn spullen beschadigd geraakt. Dergelijke gebeurtenissen veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid en veroorzaken schade. De verdachte heeft met zijn gedrag hieraan bijgedragen, door met zijn capuchon over zijn hoofd zich in de rellende massa te begeven en een baksteen te gooien.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 september 2025 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor een geweldsdelict, hetgeen het hof in het nadeel van de verdachte weegt.
Op de zittingen van 15, 26 en 28 november 2024 heeft het hof strafzaken tegen in totaal 22 verdachten behandeld die zien op ernstige openbare ordeverstoringen bij of rond wedstrijden in het betaald voetbal. De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) suggereren voor de in deze zaken tenlastegelegde (kale) feiten veelal taakstraffen. Het hof acht deze oriëntatiepunten echter niet toereikend in de context van voetbalrellen als de onderhavige. Wanneer men met het plegen van een strafbaar feit bijdraagt aan grootschalige ordeverstoringen rond voetbalwedstrijden dient naar het oordeel van het hof vanuit het oogpunt van vergelding en preventie een gevangenisstraf daarom het uitgangspunt te zijn. Na beschouwing van die 22 toen aan het hof voorgelegde zaken hanteert het hof sindsdien een bandbreedte van ongeveer 2 weken tot 3 maanden gevangenisstraf, al dan niet in combinatie met een taakstraf.
Het handelen van de verdachte rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die binnen voornoemde brandbreedte past. Toch zal het hof daar in dit geval niet voor kiezen. In strafmatigende zin wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Daarbij heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte inmiddels zelfstandig woont, een vaste baan heeft en met zijn ex-vriendin, om en om, de zorg draagt voor zijn dochter.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 27 (zevenentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.K. van Riemsdijk, mr. E.J Hofstee en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Tolman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 oktober 2025.
Mrs. Van Riemsdijk en Koster zijn niet in de gelegenheid dit arrest mede te ondertekenen.