Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-02
ECLI:NL:GHAMS:2025:2621
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,287 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.342.753/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 2 oktober 2025
inzake
[A] ,
wonende te [plaats] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. S. Yntema en mr. L.M. Noordzij, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de vennootschap]
,
gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. L.M. Linskens, beiden kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo)
e n t e g e n
1 [B] ,
wonende te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de bestuurder] ,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J. Wareman en mr. S.J.A. van Gils, beiden kantoorhoudende te Utrecht (voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo)
3. de stichting
[de Stichting]
,
gevestigd te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: onbekend (voorheen: mr. E.M. Breugem, mr. D.J.C. Post en mr. K. van Berloo)
[de vennootschap] wordt hierna aangeduid als [de vennootschap] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 9 januari 2025, 14 januari 2025, 18 februari 2025 en 8 april 2025 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [de vennootschap] en, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure, J.M.H. Reiff – de Groen (hierna: de OK-bestuurder) benoemd tot bestuurder van [de vennootschap] met beslissende stem en bepaald dat de OK-bestuurder zelfstandig bevoegd is [de vennootschap] te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder [de vennootschap] niet vertegenwoordigd kan worden.
1.3
Bij e-mail van 29 september 2025 heeft de OK-bestuurder de Ondernemingskamer verzocht haar uit haar functie te ontheffen.
1.4
Op 29 september 2025 heeft de Ondernemingskamer aan de partijen gevraagd om zich uit te laten over de wenselijkheid van een opvolgend bestuurder bij [de vennootschap] . Bij e-mail van 1 oktober 2025 heeft [A] laten weten dat zij de aanwijzing van een nieuwe bestuurder bij [de vennootschap] door de Ondernemingskamer wenselijk acht. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.
2De gronden van de beslissing
2.1
De OK-bestuurder heeft aan haar ontheffingsverzoek ten grondslag gelegd dat [de vennootschap] belang heeft bij een bestuurder die de onderneming dagelijks kan aansturen en met expertise in overnametransacties omdat [de vennootschap] zich op dit moment in een voor [de vennootschap] cruciale fase bevindt met een mogelijk aanstaande overnametransactie. Volgens de OK-bestuurder sluiten haar expertise en haar in de toekomst beschikbare tijd daar niet langer op aan.
2.2
De Ondernemingskamer overweegt dat het enkele daartoe strekkende verzoek van de OK-bestuurder in beginsel voldoende grond oplevert om haar te ontheffen uit de functie van tijdelijk bestuurder van [de vennootschap] . Daar komt bij dat de partijen de aan het ontheffingsverzoek ten grondslag gelegde redenen niet hebben weersproken. Bovendien heeft [A] laten weten de aanwijzing van een nieuwe bestuurder door de Ondernemingskamer wenselijk te achten.
2.3
De Ondernemingskamer zal daarom overgaan tot ontheffing van de OK-bestuurder uit haar functie van bestuurder van [de vennootschap] met gelijktijdige aanwijzing van een nieuwe bestuurder van [de vennootschap] .
Dictum
De Ondernemingskamer:
ontheft J.M.H Reiff – de Groen uit de functie van bestuurder van [de vennootschap] zoals bedoeld in de beschikking 9 januari 2025 in deze zaak;
wijst aan als bestuurder van [de vennootschap] zoals bedoeld in de beschikking van 9 januari 2025 in deze zaak: mr. J.G. Molenaar te Utrecht;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 2 oktober 2025.