Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-01-30
ECLI:NL:GHAMS:2025:239
Strafrecht
Hoger beroep
2,474 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001178-23
datum uitspraak: 30 januari 2025
TEGENSPRAAK (na aanhouding niet-gemachtigd raadsman verschenen)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 maart 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-135375-22 (zaak A) en 15-265867-22 (zaak B) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 januari 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A:
1.hij op of omstreeks 30 mei 2022 te Haarlem zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] een of meerma(a)l(en) een muziekbox op/tegen het lichaam te gooien en/of te smijten en/of door voornoemde [slachtoffer] bij de keel te pakken en/of (vervolgens) de keel dicht te drukken en/of te knijpen;
2.hij op of omstreeks 30 mei 2022 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk een of meer goed(eren), waaronder een televisie en/of een spiegel en/of een raam van de voordeur, aanwezig in een woning (gelegen op/aan de [adres 2]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Zaak B:
1.hij op of omstreeks 12 augustus 2022 te Spaarndam, gemeente Haarlemmermeer terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B en T, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg,de Kerkweg, als bestuurder een motorrijtuig, (een personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.hij op of omstreeks 12 augustus 2022 te Spaarndam, gemeente Haarlemmermeer een voertuig, te weten een personenvoertuig, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 1859 microgram amfetamine per liter bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2 en het in zaak B onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A:
1.hij op 30 mei 2022 te Haarlem zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door haar meermalen een muziekbox tegen het lichaam te gooien en haar bij de keel te pakken en de keel dicht te knijpen.
2.hij op 30 mei 2022 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk goederen, waaronder een televisie en een spiegel en een raam van de voordeur, aanwezig in een woning gelegen aan de [adres 2], die aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft vernield.
Zaak B:
1.hij op 12 augustus 2022 te Spaarndam, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorieën van motorrijtuigen B en T, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de Kerkweg, als bestuurder een personenauto heeft bestuurd.
2.hij op 12 augustus 2022 te Spaarndam, gemeente Haarlemmermeer, een personenvoertuig heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 1859 microgram amfetamine per liter bedroeg.
Hetgeen in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1 en 2 en het in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.
Het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het in zaak B onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak B onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 2 en het in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken met aftrek van voorarrest waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel – en daarmee aan huiselijk geweld – door de aangeefster meermalen een muziekbox tegen het lichaam te gooien, haar bij haar keel te pakken en vervolgens haar keel dicht te knijpen. De mishandeling vond plaats in de eigen woning van de aangeefster, waar zij samen met hun minderjarig kind verbleef.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2 en het in zaak B onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A onder 1 en 2 en het in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ontzegt de verdachte ter zake van het in zaak B bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 januari 2025.
mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.