Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-07-31
ECLI:NL:GHAMS:2025:2232
Strafrecht
Hoger beroep
785 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-041264-24
parketnummer hoger beroep : 23-002614-24
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 juli 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder feit 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Beide feiten gepleegd op
3 november 2023 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Ten aanzien van het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde:
Ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) maand.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Gewezen door mr. S. Jongeling, in bijzijn van mr. J.M. Pattinama, griffier.
mr. S. Jongeling.