Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-06-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:2216
Strafrecht
Hoger beroep
1,335 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003346-23
datum uitspraak: 3 juni 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 december 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-209627-23 (zaak A), 05-287279-23 (zaak B) en 15-167330-23 (zaak C), alsmede 22-002180-21 (TUL 1) en 15-190679-20 (TUL 2) tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] .
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 22-002180-21 (hierna: TUL 1); in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging (TUL 1)
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 20 januari 2023 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen, met dien verstande dat de gevangenisstraf zal worden omgezet in een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis..
Door en namens de verdachte is ter terechtzitting verzocht om, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en de positieve ontwikkeling die hij nu doormaakt, de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te vervangen door een taakstraf zoals door de advocaat-generaal is gevorderd.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt. Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden, is essentieel dat overtreding van deze voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan in beginsel gevolgen worden verbonden. Dat dient ook in deze zaak te geschieden. In de actuele persoonlijke situatie van de verdachte, zoals ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, ziet het hof evenwel aanleiding om in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf van hierna te melden duur gelasten.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak A (parketnummer 15-209627-23) tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 22-002180-21 en doet in zoverre opnieuw recht.
Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 20 januari 2023 met parketnummer 22-002180-21, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juni 2025.
De oudste en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]