Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:2209
Strafrecht
Hoger beroep
5,174 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002684-22
datum uitspraak: 18 april 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-035470-22 (zaak A), 15-103229-22 (zaak B) en 15-117269-22 (zaak C), alsmede 15-131237-21 (TUL) en 15-309279-21 (TUL) tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
postadres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw en de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A
1.hij op of omstreeks 12 januari 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer , in/uit een kamer gelegen in het Spaarnegasthuis gevestigd op/aan de Spaarnepoort, (een)autosleutel(s) (van een Renault Twingo) en/of een Iphone SE met daarin een rijbewijs en/of een ABNAMRO-bankpas en/of 20 euro, althans enig geldbedrag , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 12 januari 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer een personenauto (een Renault Twingo met het kenteken [kenteken] ), welke auto stond geparkeerd op de/een parkeerplaats gelegen op/aan de Spaarnepoort aldaar, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met de door van diefstal afkomstige autosleutel de auto te openen en/of (vervolgens) te starten en/of met die auto weg te rijden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 januari 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente Velsen-Noord, een personenauto (een Renault twingo met het kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Zaak B:
hij op of omstreeks 17 januari 2022 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meer kledingstuk(ken), te weten (een) coltrui(en) en/of schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, de beveiligingslabels van kleding heeft verwijderd en/of kleding en/of schoenen heeft aangetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 januari 2022 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk een of meer kledingstuk(ken) en of schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan winkelbedrijf [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
Zaak C:
hij op of omstreeks 11 mei 2022 te Haarlem, een fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak zaak C
Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte onder zaak C ten laste is gelegd, zodat overeenkomstig het standpunt van de raadsvrouw, de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Uit de stukken van het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De verdachte heeft immers bij de politie verklaard dat hij de fiets op straat had gekocht voor zestig euro en dat hij niet vermoedde dat de fiets gestolen was, omdat de sleutel in het slot zat, het framenummer niet verwijderd was en het een opvallende fiets was.
Ook indien de verklaring van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde zou worden geschoven, kan op basis van de stukken van het dossier niet worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een van misdrijf verkregen goed betrof. Daarbij betrekt het hof dat niet kan worden vastgesteld hoe de fiets – die acht maanden daarvoor als vermist is opgegeven – inclusief sleutel bij de verdachte terecht is gekomen. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het hem in zaak C ten laste gelegde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2 primair en in de zaak B primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A
1.hij op 12 januari 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, uit een kamer gelegen in het Spaarnegasthuis, gevestigd aan de Spaarnepoort, een autosleutel van een Renault Twingo en een Iphone SE met daarin een rijbewijs, een ABNAMRO-bankpas en 20 euro, die toebehoorden aan [benadeelde partij] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op 12 januari 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer een personenauto (een Renault Twingo met het kenteken [kenteken] ), welke auto stond geparkeerd op een parkeerplaats gelegen aan de Spaarnepoort, die toebehoorde aan [benadeelde partij] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met de door van diefstal afkomstige autosleutel de auto te openen en vervolgens te starten en met die auto weg te rijden.
Zaak B:
hij op 17 januari 2022 te Haarlem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om kledingstukken, te weten een coltrui en schoenen, die toebehoorden aan winkelbedrijf [bedrijf] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, de beveiligingslabels van kleding heeft verwijderd en kleding en schoenen heeft aangetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak C tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2 primair en in zaak B primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A onder 1 en 2 primair en in zaak B primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het in de zaak A onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 883,19 (achthonderddrieëntachtig euro en negentien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het in de zaak A onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 883,19 (achthonderddrieëntachtig euro en negentien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 17 (zeventien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 januari 2022.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 november 2021, parketnummer 15-309279-21, te weten een gevangenisstraf van 28 (achtentwintig) dagen en bepaalt dat deze gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf voor de duur van 56 (zesenvijftig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 11 februari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2022, parketnummer 15-131237-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. J.H.C. van Ginhoven, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 april 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak A onder 1 en 2 primair en in de zaak B primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in zaak A onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Het in zaak B primair bewezenverklaarde levert op:
poging tot diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaak A onder 1 en 2 primair en in de zaak B primair bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 en 2 primair en in zaak B primair en in zaak C tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 uren hechtenis, met aftrek en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee diefstallen, en een poging daartoe. De verdachte heeft onder andere een iPhone en een autosleutel gestolen uit een kamer van het Spaarnegasthuis waar de aangeefster werkzaam was en heeft vervolgens met deze sleutel haar auto gestolen vanaf de parkeerplaats. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot winkeldiefstal bij de winkelketen [bedrijf] . Diefstal is een ergerlijk feit dat naast hinder en overlast, ook financiële schade oplevert voor de benadeelden. De verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de benadeelden.
Blijkens het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie van 27 maart 2025 is hij vaker voor vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Deze eerdere veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan, hetgeen in zijn nadeel weegt. Het hof acht daarom in beginsel oplegging van een vrijheidsbenemende straf zoals in eerste aanleg is opgelegd passend en geboden.
Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte zijn leven een positieve wending heeft gegeven. De verdachte heeft een baan, een partner en een dak boven zijn hoofd. Met uitzondering van een terugval in zijn verslaving in mei 2024, is de verdachte afgekickt van zijn GHB verslaving en sinds 2023 niet meer in aanraking gekomen met justitie. Gelet hierop lijkt het eerdere patroon te zijn doorbroken. In deze door de raadsvrouw naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden ziet het hof een ingezette positieve lijn, zij het dat deze nog pril is, maar die het hof niet wil doorkruisen. Daarnaast heeft het hof rekening te houden met een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Gelet op dit alles acht het hof, zoals ook door de advocaat-generaal is gerekwireerd, het passend en geboden om de verdachte in dit geval een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 883,19. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 700,59. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij geheel wordt toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde kostenpost ‘spiegel auto schade eigen risico’ dient te worden afgewezen, nu de beschadiging aan de autospiegel niet in rechtstreeks verband staat met het ten laste gelegde feit, te weten diefstal. Ten aanzien van de kostenposten ‘kentekenbewijs’ en ‘rijbewijs nieuwe aanvraag’ heeft de raadsvrouw aangevoerd dat deze niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard vanwege een gebrek aan onderbouwing. De kostenpost ‘vervanging nieuwe telefoon’ kan worden toegewezen.
Oordeel van het hof
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Met betrekking tot de kostenposten ‘kentekenbewijs’ en ‘rijbewijs nieuwe aanvraag’, overweegt het hof dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden op basis van de bij de vordering ter onderbouwing gevoegde bijlagen en de door de benadeelde partij ter terechtzitting gegeven toelichting waaruit het bedrag en de datum van de transacties volgt en het gegeven dat het geld is overgemaakt naar de gemeente Hillegom.
Met betrekking tot de kostenpost ‘spiegel auto schade eigen risico’ overweegt het hof als volgt. Het hof stelt voorop dat voor toewijzing van de vordering van de benadeelde partij sprake moet zijn van causaal verband tussen de schade en het bewezenverklaarde feit om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade heeft geleden. Bij de beantwoording van die vraag zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend. Het vereiste dat schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezen verklaarde feit dient niet te strikt te worden uitgelegd. Niet uitgesloten is dat de schade weliswaar niet het rechtstreekse gevolg is van de bewezen verklaarde gedraging als zodanig, maar dat – gelet op de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte – de door de benadeelde partij geleden schade in zodanig nauw verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij door dat feit te zijn toegebracht.
In dit geval gaat het om schade die de benadeelde partij heeft geleden aan haar auto ten gevolge van de diefstal. De verdachte heeft eerst de autosleutel en vervolgens de auto van de benadeelde partij gestolen. Toen de benadeelde de auto slechts een paar uur later terug kreeg, was de autospiegel, die voorafgaand aan de diefstal heel was, kapot. Onder deze omstandigheden overweegt het hof dat er sprake is van een zodanig nauw verband tussen de diefstal en de vernieling van de autospiegel, dat de door de verdachte gepleegde diefstal de door de benadeelde partij geleden schade heeft veroorzaakt tot een bedrag van €150,00 (zijnde het eigen risico). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.