Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-21
ECLI:NL:GHAMS:2025:1363
Strafrecht
Hoger beroep
1,638 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000181-24
Datum uitspraak: 21 mei 2025
VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-006920-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2002,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de gronden aanvult als volgt. Het hof:
zal de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld; en
voegt aan de (opgesomde) bewijsmiddelen toe: IV ‘een proces-verbaal d.d.17 september 2024 met mutatienummer PL27RP/24-002469 (niet doorgenummerd)’; en
bezigt als bewijsmiddel enkel de verklaring van de verdachte in eerste aanleg onder A met uitzondering van de laatste zin;
vervangt de bewijsoverweging van de politierechter ten aanzien van feit 1 door de navolgende bewijsoverweging:
Bewijsoverweging feit 1
De verbalisanten hebben gezien dat de verdachte drie broodjes wegneemt en deze niet afrekent, als gevolg waarvan zij de verdachte - zonder hem uit het oog te verliezen - even later staande hebben gehouden. De verdachte heeft in eerste aanleg verklaard dat hij werd gebeld en daarom is vergeten de goederen af te rekenen. Gezien het nagekomen proces-verbaal, waarin de camerabeelden zijn bekeken en beschreven, is geen sprake van een bij de verdachte zichtbare telefoon. Hetgeen is waargenomen komt naar uiterlijke verschijningsvorm zonder meer overeen met een winkeldiefstal. Het hof is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de winkeldiefstal heeft gepleegd zoals tenlastegelegd.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. B.E. Dijkers en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
21 mei 2025.
Mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000181-24
Datum uitspraak: 21 mei 2025
VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-006920-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2002,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de gronden aanvult als volgt. Het hof:
zal de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld; en
voegt aan de (opgesomde) bewijsmiddelen toe: IV ‘een proces-verbaal d.d.17 september 2024 met mutatienummer PL27RP/24-002469 (niet doorgenummerd)’; en
bezigt als bewijsmiddel enkel de verklaring van de verdachte in eerste aanleg onder A met uitzondering van de laatste zin;
vervangt de bewijsoverweging van de politierechter ten aanzien van feit 1 door de navolgende bewijsoverweging:
Bewijsoverweging feit 1
De verbalisanten hebben gezien dat de verdachte drie broodjes wegneemt en deze niet afrekent, als gevolg waarvan zij de verdachte - zonder hem uit het oog te verliezen - even later staande hebben gehouden. De verdachte heeft in eerste aanleg verklaard dat hij werd gebeld en daarom is vergeten de goederen af te rekenen. Gezien het nagekomen proces-verbaal, waarin de camerabeelden zijn bekeken en beschreven, is geen sprake van een bij de verdachte zichtbare telefoon. Hetgeen is waargenomen komt naar uiterlijke verschijningsvorm zonder meer overeen met een winkeldiefstal. Het hof is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de winkeldiefstal heeft gepleegd zoals tenlastegelegd.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. B.E. Dijkers en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
21 mei 2025.
Mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.