Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-29
ECLI:NL:GHAMS:2025:1194
Strafrecht
Hoger beroep
6,778 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000201-24
Datum uitspraak: 29 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-122915-22 tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] ,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling bij De Waag, ambulante behandeling bij de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa, het meewerken aan middelencontrole en het vermijden van kinder- en dierenporno.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd – met uitzondering van de bijzondere voorwaarde de ambulante behandeling bij De Waag – gelet op de ernst van de feiten, de aard van het materiaal, de frequentie en het in stand houden van het uitwisselen van het materiaal.
De raadsvrouw heeft verzocht een taakstraf op te leggen, in combinatie met een voorwaardelijke straf met een lange proeftijd met voorwaarden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de door de rechtbank opgelegde straf niet in verhouding staat met de opgelegde straffen in de zaken van de medeverdachten, het (vervolgings)beleid van het openbaar ministerie en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de verdachte sinds het moment dat hij is aangehouden actief meegewerkt aan behandeling bij De Waag en heeft hij deze behandeling succesvol afgerond. De behandeling heeft geleid tot vermindering van risico’s voor nieuw strafbaar gedrag. Na het plegen van de feiten is hij bewijsbaar niet meer in de fout gegaan. Het ondergaan van een gevangenisstraf wordt door de reclassering als contra-indicatie gezien, omdat het verdere hulpverleningstraject dan zal worden onderbroken.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Het hof overweegt evenals de rechtbank als volgt. Op gegevensdragers van de verdachte is een enorme hoeveelheid kinder- en dierenpornografisch materiaal aangetroffen. Het gaat in totaal om 19.697 afbeeldingen en 2.349 video’s van kinderpornografische aard en 634 afbeeldingen en 140 video’s van dierenpornografische aard. Uit de beschrijvingen van het kinderpornografische materiaal blijkt dat het voornamelijk gaat om materiaal van (zeer) jonge kinderen tussen de nul en twaalf jaar oud. Op een groot deel van het materiaal is te zien dat de kinderen oraal, vaginaal of anaal gepenetreerd worden door de penis van een volwassen man. Tussen het materiaal zit ook materiaal dat zeer gewelddadig en sadistisch van aard is. Het gaat daarbij onder meer om kinderen die tijdens de seksuele handelingen zijn vastgebonden of nauwelijks adem krijgen. Op sommige afbeeldingen is ook te zien dat jonge kinderen seksuele handelingen verrichten bij of ondergaan van honden. Voor het dierenpornografische materiaal geldt dat daarop verschillende seksuele handelingen te zien zijn met een variëteit aan dieren. Een deel van het dierenpornografische materiaal is zeer gewelddadig van aard. Zo is op een van de video’s te zien dat een hond wordt opengesneden, waarna de darmen van het dier eruit gehaald worden, terwijl de seksuele handelingen met het dier voortduren. Het behoeft geen nadere toelichting dat het aangetroffen materiaal weerzinwekkend is.
De verdachte heeft verklaard dat het bezit van kinderporno hem een vorm van macht opleverde in de datingscène waarin hij zich bevond. Het bezit van kinderporno betekende namelijk dat sekspartners van de verdachte soms bereid waren dingen voor hem te doen. Het uitdagen van zijn sekspartners met steeds extremer beeldmateriaal was voor de verdachte opwindend. De verdachte heeft verklaard dat zijn middelengebruik en het materiaal waar hij naar keek over de tijd steeds extremer werden in het kader van het verleggen van zijn grenzen. Hij heeft tevens verklaard dat hij het materiaal onder invloed van drugs interessant en opwindend vond, maar dat hij zelf geen seksuele gevoelens heeft voor kinderen. Hetzelfde geldt naar zijn eigen zeggen voor dierenporno. Dit laat zich echter lastig rijmen met de aard van het materiaal waarover de verdachte beschikte en dat hij verspreidde en de, mede in relatie tot dat materiaal, sadistische aard van de chatgesprekken die de verdachte voerde met anderen. Verder wordt in aanmerking genomen dat op de telefoon van de verdachte chats zijn aangetroffen met een persoon waarvan later is gebleken dat die zijn eigen dochter seksueel misbruikte. Voor dit misbruik is die persoon ook veroordeeld. De verdachte heeft dit misbruik, blijkens zijn chats met die persoon, concreet aangemoedigd (“Geilbak, ook nog effe lekker met je do gerommeld?” en “Man, dat kutje had allang van jou moeten zijn”) en heeft ook beeldmateriaal van dit misbruik in ontvangst genomen. De verdachte heeft ten aanzien van deze uitingen verklaard dat hij zich niet realiseerde dat zijn chatpartner daadwerkelijk een dochter had die hij misbruikte. Dat acht het hof evenals de rechtbank niet geloofwaardig, omdat deze persoon ook foto’s van het misbruik naar de verdachte stuurde. Dat de verdachte hier geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, is zeer zorgelijk.
Achter elk van de afbeeldingen en/of video’s die de verdachte in zijn bezit had, gaat het daadwerkelijke misbruik van een kind of dier schuil. Voor wat betreft het kinderpornografische materiaal behoeft het eveneens geen nadere toelichting dat dit misbruik enorm veel schade kan toebrengen aan de kinderen die daarvan het slachtoffer zijn. De psychische schade die bij het misbruik komt kijken, heeft de potentie om slachtoffers voor het leven te tekenen. De verdachte heeft, zo heeft hij zelf verklaard, bij dit alles niet stilgestaan. Hij heeft, door het in stand houden van de vraag naar en het aanbod van kinder- en dierenpornografisch materiaal, ook een bijdrage geleverd aan het in stand houden van dit misbruik. Dit alles rekent het hof hem zeer zwaar aan.
In het reclasseringsrapport van 22 augustus 2023 staat vermeld dat de verdachte na zijn aanhouding hulp heeft gezocht bij De Waag in Amsterdam. Volgens de reclassering is het van belang dat de verdachte de ambulante behandeling bij De Waag afmaakt, zodat hij meer inzicht krijgt aangaande risicovol en strafbaar gedrag, en zich realiseert waar de grenzen liggen ten aanzien van wat seksueel toelaatbaar is in de maatschappij.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
1Meldplicht bij reclassering
De veroordeelde meldt zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] . De veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
2Ambulante behandeling bij de FAZ
De veroordeelde laat zich, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, behandelen door de FAZ, Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Dit betreft een behandeling gericht op het middelengebruik, alcohol en drugs. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
3Meewerken aan middelencontrole
De veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
4Vermijden kinder- en dierenporno
De veroordeelde vermijdt dat hij in aanraking komt met kinder- en/of dierenpornografisch materiaal en vermijdt dat er kinder- en/of dierenpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt. De veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
het seksueel getint communiceren met minderjarigen;
het bezoeken van een digitale omgeving waarin kinder- en/of dierenpornografisch materiaal kan worden verkregen;
het bezoeken van een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen en dieren wordt gecommuniceerd.
De veroordeelde bespreekt tijdens gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.
De veroordeelde werkt mee aan controle van digitale-gegevensdragers tijdens een huisbezoek. De veroordeelde verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. De veroordeelde verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of de veroordeelde kinder- en/of dierenpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinder- en/of dierenpornografisch materiaal aanwezig is.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2025.
Mr. N.J.M. de Munnik is verhinderd dit arrest te ondertekenen.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000201-24
Datum uitspraak: 29 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-122915-22 tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] ,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling bij De Waag, ambulante behandeling bij de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa, het meewerken aan middelencontrole en het vermijden van kinder- en dierenporno.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd – met uitzondering van de bijzondere voorwaarde de ambulante behandeling bij De Waag – gelet op de ernst van de feiten, de aard van het materiaal, de frequentie en het in stand houden van het uitwisselen van het materiaal.
De raadsvrouw heeft verzocht een taakstraf op te leggen, in combinatie met een voorwaardelijke straf met een lange proeftijd met voorwaarden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de door de rechtbank opgelegde straf niet in verhouding staat met de opgelegde straffen in de zaken van de medeverdachten, het (vervolgings)beleid van het openbaar ministerie en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Daarnaast heeft de verdachte sinds het moment dat hij is aangehouden actief meegewerkt aan behandeling bij De Waag en heeft hij deze behandeling succesvol afgerond. De behandeling heeft geleid tot vermindering van risico’s voor nieuw strafbaar gedrag. Na het plegen van de feiten is hij bewijsbaar niet meer in de fout gegaan. Het ondergaan van een gevangenisstraf wordt door de reclassering als contra-indicatie gezien, omdat het verdere hulpverleningstraject dan zal worden onderbroken.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Het hof overweegt evenals de rechtbank als volgt. Op gegevensdragers van de verdachte is een enorme hoeveelheid kinder- en dierenpornografisch materiaal aangetroffen. Het gaat in totaal om 19.697 afbeeldingen en 2.349 video’s van kinderpornografische aard en 634 afbeeldingen en 140 video’s van dierenpornografische aard. Uit de beschrijvingen van het kinderpornografische materiaal blijkt dat het voornamelijk gaat om materiaal van (zeer) jonge kinderen tussen de nul en twaalf jaar oud. Op een groot deel van het materiaal is te zien dat de kinderen oraal, vaginaal of anaal gepenetreerd worden door de penis van een volwassen man. Tussen het materiaal zit ook materiaal dat zeer gewelddadig en sadistisch van aard is. Het gaat daarbij onder meer om kinderen die tijdens de seksuele handelingen zijn vastgebonden of nauwelijks adem krijgen. Op sommige afbeeldingen is ook te zien dat jonge kinderen seksuele handelingen verrichten bij of ondergaan van honden. Voor het dierenpornografische materiaal geldt dat daarop verschillende seksuele handelingen te zien zijn met een variëteit aan dieren. Een deel van het dierenpornografische materiaal is zeer gewelddadig van aard. Zo is op een van de video’s te zien dat een hond wordt opengesneden, waarna de darmen van het dier eruit gehaald worden, terwijl de seksuele handelingen met het dier voortduren. Het behoeft geen nadere toelichting dat het aangetroffen materiaal weerzinwekkend is.
De verdachte heeft verklaard dat het bezit van kinderporno hem een vorm van macht opleverde in de datingscène waarin hij zich bevond. Het bezit van kinderporno betekende namelijk dat sekspartners van de verdachte soms bereid waren dingen voor hem te doen. Het uitdagen van zijn sekspartners met steeds extremer beeldmateriaal was voor de verdachte opwindend. De verdachte heeft verklaard dat zijn middelengebruik en het materiaal waar hij naar keek over de tijd steeds extremer werden in het kader van het verleggen van zijn grenzen. Hij heeft tevens verklaard dat hij het materiaal onder invloed van drugs interessant en opwindend vond, maar dat hij zelf geen seksuele gevoelens heeft voor kinderen. Hetzelfde geldt naar zijn eigen zeggen voor dierenporno. Dit laat zich echter lastig rijmen met de aard van het materiaal waarover de verdachte beschikte en dat hij verspreidde en de, mede in relatie tot dat materiaal, sadistische aard van de chatgesprekken die de verdachte voerde met anderen. Verder wordt in aanmerking genomen dat op de telefoon van de verdachte chats zijn aangetroffen met een persoon waarvan later is gebleken dat die zijn eigen dochter seksueel misbruikte. Voor dit misbruik is die persoon ook veroordeeld. De verdachte heeft dit misbruik, blijkens zijn chats met die persoon, concreet aangemoedigd (“Geilbak, ook nog effe lekker met je do gerommeld?” en “Man, dat kutje had allang van jou moeten zijn”) en heeft ook beeldmateriaal van dit misbruik in ontvangst genomen. De verdachte heeft ten aanzien van deze uitingen verklaard dat hij zich niet realiseerde dat zijn chatpartner daadwerkelijk een dochter had die hij misbruikte. Dat acht het hof evenals de rechtbank niet geloofwaardig, omdat deze persoon ook foto’s van het misbruik naar de verdachte stuurde. Dat de verdachte hier geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, is zeer zorgelijk.
Achter elk van de afbeeldingen en/of video’s die de verdachte in zijn bezit had, gaat het daadwerkelijke misbruik van een kind of dier schuil. Voor wat betreft het kinderpornografische materiaal behoeft het eveneens geen nadere toelichting dat dit misbruik enorm veel schade kan toebrengen aan de kinderen die daarvan het slachtoffer zijn. De psychische schade die bij het misbruik komt kijken, heeft de potentie om slachtoffers voor het leven te tekenen. De verdachte heeft, zo heeft hij zelf verklaard, bij dit alles niet stilgestaan. Hij heeft, door het in stand houden van de vraag naar en het aanbod van kinder- en dierenpornografisch materiaal, ook een bijdrage geleverd aan het in stand houden van dit misbruik. Dit alles rekent het hof hem zeer zwaar aan.
In het reclasseringsrapport van 22 augustus 2023 staat vermeld dat de verdachte na zijn aanhouding hulp heeft gezocht bij De Waag in Amsterdam. Volgens de reclassering is het van belang dat de verdachte de ambulante behandeling bij De Waag afmaakt, zodat hij meer inzicht krijgt aangaande risicovol en strafbaar gedrag, en zich realiseert waar de grenzen liggen ten aanzien van wat seksueel toelaatbaar is in de maatschappij.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
1Meldplicht bij reclassering
De veroordeelde meldt zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] . De veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
2Ambulante behandeling bij de FAZ
De veroordeelde laat zich, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, behandelen door de FAZ, Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Dit betreft een behandeling gericht op het middelengebruik, alcohol en drugs. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
3Meewerken aan middelencontrole
De veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
4Vermijden kinder- en dierenporno
De veroordeelde vermijdt dat hij in aanraking komt met kinder- en/of dierenpornografisch materiaal en vermijdt dat er kinder- en/of dierenpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt. De veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van:
het seksueel getint communiceren met minderjarigen;
het bezoeken van een digitale omgeving waarin kinder- en/of dierenpornografisch materiaal kan worden verkregen;
het bezoeken van een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen en dieren wordt gecommuniceerd.
De veroordeelde bespreekt tijdens gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.
De veroordeelde werkt mee aan controle van digitale-gegevensdragers tijdens een huisbezoek. De veroordeelde verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. De veroordeelde verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of de veroordeelde kinder- en/of dierenpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinder- en/of dierenpornografisch materiaal aanwezig is.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2025.
Mr. N.J.M. de Munnik is verhinderd dit arrest te ondertekenen.