Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:1103
Strafrecht
Hoger beroep
3,158 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003349-23
datum uitspraak: 8 april 2025
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-128908-21 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
adres: [adres], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 april 2025.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 mei 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meerdere, althans een voorwerp(en) (te weten:
+ een of meerdere contant(e) geldbedrag(en) (groot (ongeveer) EUR 8.940,--) en/of
+ een horloge (van het merk Rolex (type Oyster Perpetual Date)) (ter waarde van (ongeveer) EUR 11.000,--) en/of
+ een hoeveelheid (designer- en/of merk-) kleding- en/of schoenen en/of accessoires en/of artikelen (met een totale (geschatte) waarde van (ongeveer) EUR 6.351,50))
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die/een voorwerp(en) (te weten (voornoemd(e)) contante geldbedrag(en) en/of horloge en/of (kleding)artikelen en/of accessoires) gebruik heeft gemaakt en/of de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie die/dit (voornoemde) voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dit voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de geldigheid van de inleidende dagvaarding tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Geldigheid van de inleidende dagvaarding
De verdachte is bij de politierechter op 14 december 2023 niet ter terechtzitting verschenen. De politierechter heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en vonnis gewezen.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient, indien als vaststaand kan worden aangenomen dat een verdachte niet in Nederland gedetineerd is en niet (in Nederland) is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en van hem ook geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland , maar wel een adres in het buitenland bekend is, de betekening van de inleidende dagvaarding te geschieden door toezending van de dagvaarding, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag.
Van de verdachte is alleen het bovenstaande adres in het buitenland bekend. Dit adres staat vermeld op een kopie van het paspoort van de verdachte in het dossier (DOC-002) en is door de verdachte ook opgegeven ter gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD ( V02-01 ). Blijkens de akte van betekening is de inleidende dagvaarding met betrekking tot de zitting van 14 december 2023 op 26 oktober 2023 verzonden naar het op die akte vermelde adres in het buitenland , te weten:
- [adres][adres][adres] .
Naar dit adres is tevens een in het Frans vertaald afschrift van de inleidende dagvaarding verzonden. Daarnaast is deze dagvaarding op 26 oktober 2023 uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat van de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.
Nu de spelling van het adres op de inleidende dagvaarding meerdere verschillende fouten bevat en onvolledig is, is het hof van oordeel dat de inleidende dagvaarding om in eerste aanleg op 14 december 2023 ter terechtzitting te verschijnen, niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De inleidende dagvaarding dient op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Het hof constateert dat de verdachte niet op de terechtzitting in hoger beroep van 8 april 2025 is verschenen en de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend. Voorts heeft zich geen andere omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte tevoren bekend was.
Het hof zal daarom, op grond van artikel 422a, eerste lid tweede volzin, Sv de zaak terugwijzen naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons en E.C.W. van der Meijden, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 april 2025.
Mr. M.F.J.M. de Werd, mr. T.J. Kelder en E.C.W. van der Meijden zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003349-23
datum uitspraak: 8 april 2025
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-128908-21 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
adres: [adres], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 april 2025.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 16 mei 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meerdere, althans een voorwerp(en) (te weten:
+ een of meerdere contant(e) geldbedrag(en) (groot (ongeveer) EUR 8.940,--) en/of
+ een horloge (van het merk Rolex (type Oyster Perpetual Date)) (ter waarde van (ongeveer) EUR 11.000,--) en/of
+ een hoeveelheid (designer- en/of merk-) kleding- en/of schoenen en/of accessoires en/of artikelen (met een totale (geschatte) waarde van (ongeveer) EUR 6.351,50))
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die/een voorwerp(en) (te weten (voornoemd(e)) contante geldbedrag(en) en/of horloge en/of (kleding)artikelen en/of accessoires) gebruik heeft gemaakt en/of de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie die/dit (voornoemde) voorwerp(en) voorhanden had,
terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die/dit voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de geldigheid van de inleidende dagvaarding tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Geldigheid van de inleidende dagvaarding
De verdachte is bij de politierechter op 14 december 2023 niet ter terechtzitting verschenen. De politierechter heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte en vonnis gewezen.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient, indien als vaststaand kan worden aangenomen dat een verdachte niet in Nederland gedetineerd is en niet (in Nederland) is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en van hem ook geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland , maar wel een adres in het buitenland bekend is, de betekening van de inleidende dagvaarding te geschieden door toezending van de dagvaarding, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag.
Van de verdachte is alleen het bovenstaande adres in het buitenland bekend. Dit adres staat vermeld op een kopie van het paspoort van de verdachte in het dossier (DOC-002) en is door de verdachte ook opgegeven ter gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD ( V02-01 ). Blijkens de akte van betekening is de inleidende dagvaarding met betrekking tot de zitting van 14 december 2023 op 26 oktober 2023 verzonden naar het op die akte vermelde adres in het buitenland , te weten:
- [adres][adres][adres] .
Naar dit adres is tevens een in het Frans vertaald afschrift van de inleidende dagvaarding verzonden. Daarnaast is deze dagvaarding op 26 oktober 2023 uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat van de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.
Nu de spelling van het adres op de inleidende dagvaarding meerdere verschillende fouten bevat en onvolledig is, is het hof van oordeel dat de inleidende dagvaarding om in eerste aanleg op 14 december 2023 ter terechtzitting te verschijnen, niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. De inleidende dagvaarding dient op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Het hof constateert dat de verdachte niet op de terechtzitting in hoger beroep van 8 april 2025 is verschenen en de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend. Voorts heeft zich geen andere omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte tevoren bekend was.
Het hof zal daarom, op grond van artikel 422a, eerste lid tweede volzin, Sv de zaak terugwijzen naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons en E.C.W. van der Meijden, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 april 2025.
Mr. M.F.J.M. de Werd, mr. T.J. Kelder en E.C.W. van der Meijden zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.