Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-02-15
ECLI:NL:GHAMS:2024:996
Strafrecht
Hoger beroep
1,217 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001330-23
datum uitspraak: 15 februari 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 april 2023 in de strafzaak onder de parketnummers
13-100363-23 en 13-004003-23 (TUL), 15-300268-22 (TUL) tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentie adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
1 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13-004003-23
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2023 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte bij onherroepelijk vonnis van 2 november 2023 door de rechtbank Amsterdam een
ISD-maatregel is opgelegd en het hof het onwenselijk acht dat de verdachte na het volbrengen van die maatregel opnieuw met een vrijheidsbenemende straf wordt geconfronteerd, is het hof – met de advocaat-generaal en de raadsvrouw – van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.
Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 15-300268-22
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 november 2022 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Nu de verdachte bij onherroepelijk vonnis van 2 november 2023 door de rechtbank Amsterdam een
ISD-maatregel is opgelegd en het hof het onwenselijk acht dat de verdachte na het volbrengen van die maatregel opnieuw met een vrijheidsbenemende straf wordt geconfronteerd, is het hof – met de advocaat-generaal en de raadsvrouw – van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van
17 april 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2023, parketnummer 13-004003-23, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van
17 april 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 november 2022, parketnummer 15-300268-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jeltes, mr. M.L.M. van der Voet en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van
mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 februari 2024.
=
===
[…]
[…]