Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-03-14
ECLI:NL:GHAMS:2024:667
Strafrecht
Hoger beroep
761 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001898-23
datum uitspraak: 14 maart 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-007866-23 tegen de betrokkene
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentie adres].
Procesgang
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 2.000,00.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2023 - kort gezegd - onder meer veroordeeld ter zake van het medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 22 juni 2023 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 2.000,00 en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dit bedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd is daarbij bepaald op 40 dagen.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van heden veroordeeld ter zake van onder andere - kort gezegd - het medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 maart 2024.
De oudste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.