Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-03-14
ECLI:NL:GHAMS:2024:657
Strafrecht
Hoger beroep
636 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002928-22
datum uitspraak: 14 maart 2024
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 8 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-259811-20 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1988,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2024 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Het hof geeft de advocaat-generaal de opdracht tot het achterhalen van het (ondertekende) inschrijfformulier van [naam01] , geboren op [geboortedatum02] 2013, waaruit volgt dat zij op enig moment was ingeschreven op de [school01] school.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.
Dictum
Het hof:
- heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting;
- draagt de advocaat-generaal op het hiervoor bedoelde document te achterhalen;
- beveelt de oproeping van de verdachte, de raadsman van de verdachte en de leerplichtambtenaar tegen de nader te bepalen terechtzitting.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 maart 2024.
Noot:
van de combinatie voor de volgende inhoudelijke behandeling van de zaak dienen mr. N.R.A. Meerbeek en/of mr. C.J. Van der Wilt deel uit te maken. Voor die zitting dienen
50 minuten
te worden gereserveerd.