Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-17
ECLI:NL:GHAMS:2024:3726
Strafrecht
Hoger beroep
486 tokens
Inleiding
idem
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001845-23
datum uitspraak: 17 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 juli 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-025426-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 oktober 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door de verdachte is ter terechtzitting te kennen gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven, en dat hij eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis intrekt, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. A.R.O. Mooy en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 oktober 2024.
mr. P.K. van Riemsdijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.